AlgemeenAchtergrond

‘Ik wil de bio-industrie overbodig maken’

Jaap Korteweg, de ‘vegetarische slager’, wil het dier uit de voedselketen halen. Toch is het niet zijn doel veehouders brodeloos te maken, zegt hij.

Binnen drie weken had Jaap Korteweg, oprichter en directeur van de Vegetarische Slager, de € 2,5 miljoen binnen die hij nodig had voor de bouw van een heuse fabriek in Breda. De obligaties die hij hiervoor uitschreef via een soort van crowdfunding waren zo snel verkocht dat de inschrijvingstijd vervroegd kon worden afgesloten. Teken dat er veel animo is voor zijn initiatief bij in ieder geval een deel van de bevolking.

De Vegetarische Slager-fabriek komt in een oude fabriekshal en krijgt een capaciteit van 50 miljoen vegetarische maaltijdcomponenten per jaar. Korteweg wil dat mensen plantaardig gaan eten in plaats van dierlijk en denkt dat hij ze alleen zover krijgt als vleesvervangers een ‘complete vleesbeleving’ geven. “Dat is wat we doen bij de Vegetarische Slager: succesvolle vleesproducten hacken voor die 95 procent van de bevolking die vlees wil eten.”

Waarom verkoopt u namaakvlees en geen andere vegetarische producten?

“Vanaf 3 december draait de documentaire Vleesverlangen, die over vleesverslaving gaat, in filmhuizen. Het blijkt dat vleesverslaafden tijdens het eten van vlees eenzelfde reactie in hun hersenen krijgen als alcoholisten of rokers. Dat is ons uitgangspunt: mensen zijn verslaafd aan vlees.
Ik ben de Vegetarische Slager begonnen vanuit mijn eigen behoefte. Toen tijdens de varkenspest van 1997 1 miljoen varkens werden geslacht, werd ik vegetariër. Om ethische redenen, vanwege milieu en duurzaamheid, wilde ik geen vlees meer eten. Dat was de rationele kant, ik had er echter wel behoefte aan.”

Cijfers wijzen uit dat de omzetstijging in vleesvervangers is gestopt. Is de top bereikt?

“Wereldwijd stijgt de omzet juist enorm. In Nederland blijft de omzet van vleesvervangers momenteel gelijk, alleen wij groeien jaarlijks met 70 procent. Het komt door de kwaliteit van onze producten. Je moet niet suggereren dat je een vleessmaak gaat proeven. Als het eruit ziet als vlees en het smaakt als groenteprut, dan is dat een grote tegenvaller. De smaak moet echt goed zijn. Ons saucijzenbroodje is ontwikkeld door een vleesbedrijf en won een test in een smaakpanel van een grote retailer tussen saucijzenbroodjes van vlees. Nu zeggen de verkopers: proef ons lekkerste saucijzenbroodje, en dan zeggen ze later: het is vegetarisch.”

Ontstaan er in het buitenland ook bedrijven zoals het uwe?

“Ja, de ontwikkeling gaat hard. In Duitsland beginnen alle grote vleesverwerkende bedrijven met vleesvervangers en ook hier hebben alle grote vleesverwerkende bedrijven er duidelijk zin in om met vleesvervangers aan de slag te gaan. Ze hebben het gehad met het gezeur dat vlees oplevert, ze krijgen liever complimenten.”


Wie is uw consument en wat is uw doelgroep?

“Hoogopgeleide vrouwen tussen 25 en 50 jaar oud kopen nu onze producten. Maar de doelgroep bestaat uit alle vleesliefhebbers – of ze vegetariër, flexitariër of wat ook zijn, maakt mij niet uit. Ik ben zelf vleesliefhebber maar vegetariër.”

Vlees is onvervangbaar, mensen hebben er toch behoefte aan?

“Als de consument in smaak en beleving van vlees niets hoeft te missen, dan gaat hij over. De vleesconsumptie daalt zo’n procent per jaar. Ik denk dat we over vijftien jaar een marktaandeel van 20 procent gaan halen. Daarna komt er een kanteling en wordt plantaardig vlees goedkoper dan dierenvlees, ik denk dat over dertig jaar 75 procent van het vlees plantaardig of vegetarisch is.”

Als de markt voor vleesvervangers groeit, wat betekent dat dan voor boeren?

“Voor de grondgebonden landbouw maakt het niet veel uit. Akkerbouwers verbouwen op dit moment grondstoffen voor dieren, maar voor vleesvervangers zijn erwten nodig, tarwe, soja en lupine. Als wij groter worden, wordt de industriële veehouderij wel kleiner. Dat is de wet van de communicerende vaten.”

U wilt de veehouder brodeloos maken?

“Nee, daar gaat het mij natuurlijk niet om, integendeel. Ik wil de bio-industrie overbodig maken, omdat ik de nadelen zie van deze vorm van vleesproductie. De kippen en varkens uit de stallen en onze vleesmachines erin. Onze machines produceren op veel efficiëntere wijze. Ik ben ook biologisch akkerbouwer en zou graag zien dat de hele landbouw biologisch wordt. Dat is iets anders dan alle niet-biologische akkerbouwers brodeloos willen maken. Het is sowieso een geleidelijk proces waarop je als ondernemer tijdig kunt inspelen.”

U bent zelf ook boer, hoe ziet u boeren?

“Ja, ik ben zelfs negende-generatieboer. Hoe zie ik mezelf, is dan eigenlijk de vraag. Boer zijn is een prachtig vak omdat je iets produceert waarvan het nut vanzelfsprekend is: voedsel. Ik vind het een uitdaging om verbeteringen te vinden in de bestaande landbouwpraktijk. Werkpaarden zijn 100 jaar terug vervangen door trekkers en zo hoop ik ook dat de slachtdieren vervangen gaan worden door vleesmachines. De ontwikkeling van de bio-industrie heeft het aantal boeren in ons land in vijftig jaar gedecimeerd. Onze ontwikkeling zal veel minder impact hebben, omdat er door de schaalvergroting inmiddels weinig intensieve veehouders meer over zijn.”

‘Ik wil de bio-industrie overbodig maken’



Herbert Wiggerman

 

De NVV organiseert de Pinokkio 2015-verkiezing. Wakker Dier staat op 1 met 1.140 stemmen, u staat op een tweede plaats met 81 stemmen, omdat u uw producten ‘kipstuckjes’ en ‘gehackt’ noemt. Wat vindt u daar van?

“De eerste persoon moet zich nog melden die zich door onze productnamen om de tuin geleid voelt, dus ik kan dit niet echt serieus nemen. Wat ik hierin proef is frustratie door veranderende marktomstandigheden.”

Plantaardige eiwitten zijn goedkoper om te produceren dan dierlijke eiwitten. Toch zijn de producten van de Vegetarische Slager hoger in prijs dan vlees. Hoe kan dit?

“Plantaardige vleesproducten zijn in essentie goedkoper. Op dit moment hebben we 2,5 procent van de vleesmarkt. Als de markt van vleesvervangers groeit naar 15 procent, kunnen we concurrerend worden in prijs. De rotatie in het schap, die nu nog laag is ten opzichte van vlees, gaat dan omhoog.”

Tijdens het kick-off evenement van de bouw van de 
fabriek werd de door prof. dr. ir. Atze de Jong ontwikkelde plantaardige biefstuk gepresenteerd. Gaat het nog smaken als biefstuk?

“De smaak heb je zo voor elkaar. Het productieproces moet nog opgeschaald worden. De couette cell, het apparaat dat de biefstuk kan maken, is nog niet geschikt voor grootschalige productie. In een optimistisch scenario denk ik dat de biefstuk over twee jaar klaar kan zijn.”

De timing van de presentatie van die biefstuk – net na het WHO-rapport over kankerverwekkend vlees – was wel handig.

“Het bedrag van de obligatielening was op dat moment al binnen.”

Het is toch helemaal niet mogelijk om zonder dieren te produceren?

“Dieren zijn een verliespost in je mineralenhuishouding. Als je het duurzaam wilt doen, moet de kringloop anders. Onze mensenmest, die nu in het riool verdwijnt, zou moeten terugkeren op de akker. Dierlijke mest is een inefficiënte tussenstap. Als je veevoer zou composteren en gebruiken als plantaardige mest heb je geen verlies, omdat het dan voor 100 procent naar de akkerbouw teruggaat.”

Waar betrekt u uw soja van?

“We gebruiken soja die niet-genetisch gemanipuleerd is. We zouden het graag uit de regio willen betrekken. Dan heb je nog de bewerkingsstap om de eiwitrijke fractie eruit te filteren. Dat zouden we ook graag regionaal willen doen.”

Wat is uw drive?

“Ik ben een beetje een wereldverbeteraar. De intensieve veehouderij is een achterhaald systeem. De rechtvaardiging is: het kan niet anders. Veehouders doen het zo goed mogelijk, binnen de marge van wat mogelijk is. Ik vind dat dieren vrij moeten kunnen leven naar hun aard. Vlees eten om te overleven, is niet meer nodig, het vormt nu eerder een bedreiging voor de wereldvoedselvoorziening. Als de kennis en het besef gaan komen, gaat het kantelen. Bill Gates investeert veel in onderzoeken naar duurzame alternatieven en zegt: de toekomst van vlees is plantaardig.”