Holle stand en droogte resulteren in matige kwaliteit

Foto: Peter Roek
De combinatie van een droog voorjaar met een slechte opkomst van de suikerbieten en een natte en sombere herfst, zorgt voor een sterk wisselende bietenkwaliteit.De opbrengst- en kwaliteitscijfers van de bietencampagne laten forse uitschieters zien, vooral naar beneden. Deze uitschieters komen zowel tussen als binnen percelen voor. Deels is dit het gevolg van teeltmaatregelen, zoals rassenkeuze of bemesting, maar het groeiseizoen speelt dit jaar een grote rol. Volgens Gert Sikken, directeur agrarische zaken bij Cosun Beet Company, zit er tussen vrachten van één perceel soms wel 2 procentpunt verschil in suikergehalte. “Normaal middelt dat wel uit, maar dit seizoen zijn de verschillen extreem.”Laag plantaantalBietenkenniscentrum IRS zet een aantal belangrijke oorzaken van wisselende suikergehaltes en winbaarheidscijfers op een rij. Een laag plantaantal kan gevolgen hebben voor het suikergehalte. Bij een plantenbestand van 40.000 is het suikergehalte ongeveer 0,4% punt lager dan van percelen met 70.000 tot 80.000 planten. Op percelen en plekken met een laag plantaantal hebben bieten meer stikstof op kunnen nemen. Hierdoor is ook het aminostikstofgehalte van de bieten hoger. Stand van de gewassen bij akkerbouwer Denis Steijaert dit voor jaar. Een slechte en onregelmatige opkomst van de suikerbieten dit voorjaar leidt nu tot lagere suikergehaltes en een verminderde winbaarheid van de suiker. - Foto: Peter RoekStressfactorenStressfactoren zoals droogte of een nutriëntengebrek veroorzaken ook lagere suikergehaltes. Bij heterogene percelen met meerdere droogteplekken binnen een perceel, kan de variatie toenemen. Door de regen die vanaf september viel zijn de plekken waar in de zomer droogtestress is voorgekomen veelal niet duidelijk meer zichtbaar tijdens de oogst, maar de schade is dan al wel gedaan.Rhizomanie, vergelingsziekte en bladschimmelsAantasting door rhizomanie veroorzaakt ook lage tot zeer lage suikergehalten. Rhizomanie is daarnaast te herkennen aan hoge natriumgehalten en lage aminostikstofgehalten. Ook aantasting door vergelingsziekte en bladschimmels verlagen het suikergehalte. Afhankelijk van de mate van aantasting en het moment waarop deze is opgetreden, kan het suikergehalte op deze plekken 1,5 tot 2 procentpunt lager liggen dan op gezonde plekken.Interne kwaliteitEen laag plantaantal leidt tot hoge kalium-, natrium- of aminostikstofgehalten omdat de individuele biet dan meer nutriënten tot zijn beschikking heeft. Dit verlaagt de winbaarheid van de suiker.Hoge K-, Na- en amino-N-gehalten kunnen worden veroorzaakt door laat zaaien van bieten. Vanaf de groeipuntsdatum daalt het kalium- en natriumgehalte. Valt dit moment later, dan dalen deze gehalten minder. Hergroei na groeistoornissen zoals droogte, leidt tot hoge aminostikstofgehalten en een lage winbaarheid. Op kleigronden waar de bouwvoor in het voorjaar is uitgedroogd, zijn mineralen pas later beschikbaar gekomen na neerslag van betekenis. Dit heeft ook tot heterogeniteit kunnen leiden binnen egaal ogende percelen.Een te hoog stikstofaanbod of een hoge bodemvruchtbaarheid (veel mineralisatie, hoog K-getal) kan ook tot een lage winbaarheid leiden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









