‘Hoe je het ook bekijkt, stikstofbeleid blijft nodig’

Jan Willem Erisman is professor stikstofstudies aan de VU Amsterdam en directeur van het Louis Bolk Instituut. Foto: Herbert Wiggerman
Er is onzekerheid over ammoniak. Maar dat wil niet zeggen dat het ammoniakbeleid onnodig en zonder resultaat is, zegt Jan Willem Erisman, verbonden aan de VU en directeur van het Louis Bolk Instituut.Het vrijdag gepresenteerde rapport ‘Ammoniak in Nederland’, heeft al veel losgemaakt. RIVM en Wageningen UR reageerden zeer kritisch. Erisman is positiever. Hij noemt het juist goed dat zo’n onderzoek gebeurt. ‘Waar twijfels leven moet je onderzoek doen. Alleen jammer dat het budget beperkt was, en daardoor het onderzoek ook.’Erisman noemt het rapport van Jaap Hanekamp, Marcel Crok en Matt Briggs ‘niet verrassend’, maar onderschrijft de uitkomsten in hoofdlijn wel. Er zijn inderdaad veel onzekerheden omtrent de metingen en berekeningen van de concentraties ammoniak in de lucht, stelt hij. Gezien de verhitte debatten is de eerste vraag: is het deugdelijk onderzoek?Erisman: ‘Vanwege de beperktheid kun je kritiek hebben op bepaalde onderdelen, en op dingen die er niet in staan. Maar de hoofdlijn kan ik onderschrijven. Het meetnet voor ammoniak is niet ontwikkeld om landelijke gemiddelde concentraties te meten. Voor een goede landelijke bepaling van de concentraties in de lucht zijn duizenden meetpunten nodig en daar is geen geld voor. Dat meetnet is ingericht om voor verschillende representatieve emissiegebieden in Nederland het atmosferische verspreidingsmodel te toetsen, waar vervolgens de concentratie en depositie mee berekend kan worden. Als het model goed vergelijkt met de metingen kun je het ook gebruiken om de emissies en voortgang in het beleid te toetsen.’Erisman werkt bij de VU aan een andere methode, gebaseerd op satellietwaarnemingen. ‘Dat is een goed alternatief voor een uitgebreid netwerk van meetpunten.’ Maar dit is voorlopig nog niet opgenomen in de monitoring van het ammoniakbeleid. Een kwestie van geld, om de kwaliteit en toepasbaarheid te onderzoeken. Volgens Erisman wreekt zich nu dat in het verleden is bezuinigd op onderzoek. Zo zijn er ook geen metingen van de zogeheten droge depositie van stikstof, terwijl die juist een goed beeld zouden kunnen geven van de stikstofneerslag. Lees ook: Ammoniakcijfers en berekening onder vuurDe Schotse wetenschapper Mark Sutton heeft twee keer een beoordeling gemaakt van de onderbouwing van het ammoniakbeleid. Den Haag concludeert daaruit dat het wel goed zit, Hanekamp het omgekeerde. Wie heeft er gelijk?'Sutton is een Brit, die verpakt zijn kritiek beleefd. Dus zei hij: er is een goede basis, however … er zijn wel zwaktes. Zo staat de kennisontwikkeling al tien jaar stil. Hij had dus wel degelijk belangrijke kritiek. De staatssecretaris zegt: er is geen reden om het beleid aan te passen. Maar dat is iets anders. Dan kom je bij de politieke afweging.’De onderzoekers besteden veel aandacht aan het ontbreken van bepaalde meetdata. Wageningen UR zegt dat die er niet meer zijn en dat dat ook niet meer hoeft. Wat vindt u hier van?‘Als die data er niet meer zijn, zijn ze er niet meer. Ze hoeven er officieel ook niet meer te zijn. Als een artikel eenmaal door de peer review is gegaan, of als een proefschrift is goedgekeurd, zou het goed moeten zijn. Zo werkt dat in de wetenschap. Tegenwoordig is de bewaartermijn langer en worden datasets bij de publicatie gevoegd. Maar er is wel iets aan de hand. In het proefschrift waar die metingen destijds zijn gepubliceerd, zijn de onzekerheidsmarges niet duidelijk genoeg vermeld. Toch wil dat niet zeggen dat het daardoor anders is gelopen. Politici en beleidsmakers maken beleidskeuzes, die maken de afweging hoe erg het is dat er onzekerheden zijn. Daar houdt de rol van de wetenschapper op.’Jan Willem Erisman is professor stikstofstudies aan de VU Amsterdam en directeur van het Louis Bolk Instituut. Foto: Herbert WiggermanDeelt u de kritiek op basis van statistische analyses? Bijvoorbeeld dat je geen landelijke trends kunt afleiden uit de gegevens van de meetstations, en dat de onzekerheden te groot zijn om een beeld te kunnen geven van de landelijke concentratie van ammoniak in de lucht?‘Ja. Die jaargemiddelde concentraties voor alle meetpunten in rapportages van het RIVM kun je niet gebruiken om een landelijk gemiddelde te berekenen.’Is het ammoniakbeleid dan inderdaad niet goed genoeg onderbouwd?‘Dan kom je weer bij de politieke afweging. Je hebt die onzekerheden. Maar stikstofdepositie in de natuur is een probleem, dat blijkt ook uit ecologische gegevens. Dat de landbouw de belangrijkste bron is, staat ook vast. Dat je die grootste bron aan gaat pakken, lijkt me dan ook logisch. En die hoge stikstofbelasting is er nog steeds. Hoe je het ook wendt of keert, er zijn maatregelen nodig.'Ondermijnt dit onderzoek de geloofwaardigheid van PAS?‘De onzekerheden in de lokale depositieberekeningen zijn inderdaad groot. Maar dat was ook al bekend bij het opstellen van PAS. Desondanks is door de beleidsmakers gezegd: hier gaan we het mee doen. Dit is het instrument.’Lees ook: Ammoniakbeleid niet effectief volgens onderzoekWat is uw mening daarover?‘Het gaat niet om het instrument, maar om het doel: vermindering van de stikstofbelasting op de natuur. Met PAS neem je een voorschot op toekomstige ontwikkelingen, op basis van een verwachting over nog te behalen reductie van de uitstoot. Als nu blijkt dat die reducties niet gehaald worden, ben je dus gevaarlijk bezig. Ruimte die je weggeeft, geef je voor heel lang weg.’Dat is dus eigenlijk gunstig voor de boeren.‘Ja, de landbouw komt juist goed weg.’Terwijl veel boeren nu vinden dat hen een oor aangenaaid is door tientallen jaren kostbaar ammoniakbeleid.‘Er is een keuze gemaakt om beleid in te voeren, terwijl er onzekerheden in de onderbouwing waren. Dat is een politieke afweging. Maar je kunt niet zeggen dat het voor niks is geweest. We zien duidelijk een verbetering sinds er ammoniak- en stikstofbeleid is. Veertig procent minder belasting van bodem, grondwater, natuur, rivieren en Noordzee, blijkt uit verschillende metingen, die in dit onderzoek niet meegenomen zijn. Vooral in het begin is veel resultaat gehaald. Nederland en Denemarken zijn echt een voorbeeld voor de rest van Europa op dit punt. Er is wel degelijk wat gebeurd.’
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









