Partner

DSV zaden

Meer over DSV zaden

Hoe activeren groenbemestermengsels het microbioom?

Groenbemesters dragen aantoonbaar bij aan een betere bodemvruchtbaarheid, een sterkere bodemstructuur en stabielere opbrengsten. De werkelijke mechanismen achter deze positieve effecten worden zichtbaar wanneer we kijken naar het bodemmicrobioom: het complexe netwerk van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Dit blijkt uit het onafhankelijke, negenjarige onderzoeksproject CATCHY, waarin de effecten van groenbemesters op bodemkwaliteit, biodiversiteit en opbrengst uitgebreid zijn onderzocht.

Het bodemmicrobioom is het complexe netwerk van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Foto's: DSV zaden Nederland BV

Het bodemmicrobioom is het complexe netwerk van bacteriën, schimmels en andere micro-organismen. Foto's: DSV zaden Nederland BV



Meer soorten, meer bodemleven: waarom diversiteit in groenbemesters zich terugbetaalt in de bodem en het volggewas.

Groenbemesters als motor voor het bodemleven en opbrengst

Ook DSV zaden Nederland BV was betrokken bij het Duitse CATCHY-onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat soortenrijke mengsels op termijn bijdragen aan een robuustere bodemstructuur en een actiever bodemleven. “Dit vertaalt zich ook in de opbrengst van het volggewas,” zegt Roy Kuenen, productmanager bij DSV zaden Nederland BV. “De tarweopbrengst was gemiddeld circa 4% hoger dan bij braak, terwijl in droge jaren opbrengstverschillen tot zelfs 11% werden gerealiseerd. De positieve effecten hangen sterk samen met een verbeterde bodemstructuur en de vorming van meer waterstabiele aggregaten. Hierin speelt het bodemleven een cruciale rol”, aldus Roy.

Binnen het onderzoek werd ook gekeken naar de invloed van groenbemesters op het bodemleven. Daarbij werd vastgesteld dat soortenrijke mengsels zorgen voor een grotere diversiteit aan schimmels en bacteriën dan braak of enkelvoudige groenbemesters. “Een divers bodemleven vormt de basis voor een weerbare bodem en ondersteunt nutriëntenbenutting en de opbouw van organische stof”, licht Roy toe.


Een divers bodemleven vormt de basis voor een weerbare bodem


Het mengsel TerraLife MaisPro TR 50 is in het CATCHY-onderzoek meegenomen en is sinds dit jaar ook in Nederland verkrijgbaar. Het mengsel bestaat uit 16 verschillende componenten en is daarmee het meest soortenrijke mengsel binnen het assortiment. Hoewel het product specifiek ontwikkeld is voor vruchtwisselingen met mais, is het volgens DSV zaden Nederland BV breder inzetbaar binnen uiteenlopende bouwplannen. “Het mengsel stimuleert het bodemleven sterk en draagt bij aan een weerbare en toekomstbestendige teelt”, geeft Roy aan.

Ervaringen uit de praktijk bevestigen resultaten CATCHY

Adviseurs Mario Reinhold (links) en Andreas Krallinger van DSV zaden Nederland BV.
Adviseurs Mario Reinhold (links) en Andreas Krallinger van DSV zaden Nederland BV.

Adviseurs Mario Reinhold en Andreas Krallinger van DSV zaden Nederland BV hebben in Duitsland al jarenlang praktijkervaring met de invloed van soortenrijke groenbemestermengsels op het bodemleven en de weerbaarheid van landbouwgronden. Hun ervaringen sluiten nauw aan bij de resultaten van CATCHY.

De werking van soortenrijke groenbemesters wordt ook bevestigd door de ervaring van Mario Reinhold: “Met toenemende diversiteit in het groenbemestermengsel neemt ook de diversiteit in het bodemmicrobioom toe. Elke plantensoort geeft via haar wortels specifieke exsudaten af. En elk exsudaat spreekt andere micro-organismen aan. Hoe meer soorten, hoe breder het netwerk,” legt Reinhold uit.

Hij vergelijkt dit met het menselijke lichaam: “Een eenzijdig dieet leidt tot een eenzijdig microbioom, zowel in het lichaam als in de bodem.”


Met toenemende diversiteit in het groenbemestermengsel neemt ook de diversiteit in het bodemmicrobioom toe


Een ander praktijkvoorbeeld van CATCHY kreeg hij bij het graven van een bodemkuil, afgelopen herfst. Een vroeg ingezaaide TerraLife MaisPro TR 50 liet een intensieve beworteling zien, stabiele kruimels en een bodem die “naar leven rook”, zoals Reinhold het omschrijft.

“Als je een kluit uitsteekt en die typische bodemgeur ruikt, dan weet je: hier werkt het microbioom.” Hiervoor zijn onder andere bodembacteriën verantwoordelijk, de zogenaamde actinomyceten. Die vormen geosminen (organische moleculen) en zorgen voor de karakteristieke geur.

Aanpassing in plaats van afsterven

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Juist in droge periodes werd voor Reinhold duidelijk welke invloed het microbioom heeft op het watermanagement in de bodem. Groenbemesters schakelen bij droogtestress over in een rustfase en groeien na neerslag weer verder. “Dat is geen afsterven, dat is aanpassing,” benadrukt Reinhold.

Hoe sterk dit effect kan zijn, bleek uit een perceel groenbemester dat in afbeelding 2 wordt weergegeven. Tijdens de droogte leek het gewas vrijwel afgestorven (zie afbeelding hieronder links). Maar zodra er regen viel, begon het zich opnieuw te ontwikkelen (zie afbeelding rechts).

Een ogenschijnlijk afgestorven groenbemestergewas (links) groeit na neerslag weer verder (rechts).
Een ogenschijnlijk afgestorven groenbemestergewas (links) groeit na neerslag weer verder (rechts).

Een netwerk onder de oppervlakte

Het meest indrukwekkende en blijvende CATCHY-inzicht van Andreas Krallinger komt van bedrijven die op maispercelen tot wel 15 ton per hectare meer versopbrengst behalen na TerraLife MaisPro TR 50 in vergelijking met eenvoudige mengsels of braak.

“Dat bevestigt wat CATCHY, maar ook de filosofie achter de TerraLife-mengsels beschrijft: bodemchemie, bodemstructuur en het microbioom worden positief beïnvloed door diverse groenbemestermengsels.”

Een beeld dat Krallinger graag met telers deelt, is een perfect spinnenweb dat zichtbaar wordt onder een zakmicroscoop wanneer je naar de bodem onder een soortenrijk groenbemestermengsel kijkt. “Fijne wortels, schimmeldraden, verbindingen in alle richtingen,” aldus Krallinger.

Kennisdag Groenbemesters

Meer weten over groenbemesters, de bodem of het bodemmicrobioom? Kom naar de Kennisdag Groenbemesters op dinsdag 30 juni 2026 om 13.00 uur in Ven-Zelderheide. Deelname is gratis. Het volledige programma bekijken en aanmelden kan via dit formulier: DSV zaden Nederland BV | Kennisdag Groenbemesters 2026

Diversiteit past zich aan, en vraagt tijd

Ook in de praktijk bevestigen de positieve resultaten van het CATCHY-project zich. Doorslaggevend is niet de afzonderlijke soort, maar het samenspel van soorten en hoe deze zich aanpassen aan de omstandigheden.

Op zwakkere, verdichtingsgevoelige bodems domineren robuuste, stresstolerante soorten uit het mengsel, zoals diepwortelende bladrammenas, vlas en facelia. Sorghum groeit bijvoorbeeld ook goed op zware bodems en is zeer droogtetolerant. Op betere gronden ontwikkelen zich juist andere soorten sterker, zoals vlinderbloemigen (veldbonen, lupinen of klavers) of kruisbloemigen zoals gele mosterd.

De samenstelling van het groenbemestermengsel geeft daarmee ook inzicht in de bodemtoestand en kan wijzen op mogelijke verbeterpunten. “Daarom zijn de allroundmengsels uit het TerraLife-programma altijd een goede keuze,” merkt de adviseur van DSV zaden Nederland BV op.

Krallinger benadrukt daarnaast dat geduld bij het toepassen van soortenrijke groenbemesters wordt beloond: “Wie het systeem de tijd geeft, merkt al snel dat diversiteit geen risico is, maar een verzekering.”

Juist op percelen met een onzekere watervoorziening betaalt dit zich uit. Bij waterverzadiging zijn groenbemesterpercelen vaak pas drie tot vier dagen later berijdbaar dan braakliggende grond.
“Maar het water dat je op dat moment hindert, staat je in de zomer ter beschikking als een waardevolle watervoorraad. Tegelijkertijd krijg je een soepeler, beter bewerkbare en kruimelige bodem,” aldus Krallinger.

Of het nu droog of nat is, lichte of zware grond betreft, groenbemestermengsels activeren het microbioom, sturen nutriëntendynamiek en maken bodems weerbaarder. CATCHY levert de wetenschappelijke onderbouwing, de praktijk bevestigt deze. Diversiteit in het gewas is geen doel op zich, het is de sleutel tot stabiele opbrengsten onder steeds extremere omstandigheden.

Over het CATCHY project


Het vanggewasproject CATCHY werd gefinancierd door het federale Ministerie van Onderwijs en Onderzoek (BMBF) in Duitsland. Verschillende universiteiten en onderzoeksinstellingen hebben gezamenlijk onderzocht hoe groenbemesters als onderdeel van innovatieve teeltsystemen kunnen worden ingezet om de bodemvruchtbaarheid op de lange termijn te behouden en te verbeteren.


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief