Ultravroege mais: oogstzekerheid en ruimte voor rustgewassen
Hoe heeft ultravroege mais het afgelopen seizoen gepresteerd bij melkveehouders? En waarom kan dit gewas juist dit jaar interessant zijn? We spreken Rowan Timmer, specialist ruwvoer en akkerbouw bij DSV zaden, over de praktijkresultaten van 2025 en de kansen voor 2026.

Specialist Rowan Timmer bekijkt maisrassen. Foto's: DSV zaden
Goed groeiseizoen voor ultravroege mais
Het afgelopen seizoen kijkt Rowan Timmer positief terug op de prestaties van ultravroege mais welke hij in de praktijk gezien heef. “Vanaf het moment van zaaien heeft de mais het uitstekend gedaan,” vertelt hij. “De opkomst was goed. Tijdens de teelt waren er een paar weken met droogte, maar dat heeft uiteindelijk geen nadelige consequenties gehad voor de groei van de ultravroege mais.”
Voor melkveehouders die hun perceel vroeg wilden oogsten, pakte dat goed uit. “Boeren die als doel hadden om vóór 1 september te oogsten, hebben dat in de meeste gevallen ook daadwerkelijk gehaald,” aldus een tevreden Timmer.

AMBIENT opvallend vroeg oogstrijp
Binnen het assortiment viel één ras in het bijzonder op door zijn vroegrijpheid. “Vooral veehouders die het ultravroege ras AMBIENT hebben gezaaid, konden ruim vóór 1 september oogsten,” legt Timmer uit. “Ook andere rassen zoals JOY en FLYNT waren vroeg klaar, maar bij AMBIENT zagen we dat het ras in alle regio’s echt snel afrijpte. Zelfs in het noorden van Nederland, waar het groeiseizoen doorgaans iets korter is door minder zonuren, bleek het ras zijn vroegrijpheid goed te laten zien.”
Voederwaarde vergelijkbaar met reguliere mais
Een veelgehoorde vraag bij melkveehouders is hoe ultravroege mais zich verhoudt tot reguliere vroege of latere rassen. Volgens Timmer valt dat in de praktijk positief uit. “De voederwaarde is nagenoeg gelijk aan reguliere mais. Natuurlijk ligt de drogestofopbrengst bij ultravroege mais lager dan bij latere rassen, maar daar staat tegenover dat je eerder kunt oogsten en weer ruimte hebt voor een vervolgteelt.”
Dat biedt vooral mogelijkheden voor bedrijven die na de mais nog een gewas willen inzaaien.
“Veel melkveehouders willen op tijd weer gras inzaaien of kiezen ervoor om vóór 1 september te hakselen en daarna een onbemeste groenbemester te zaaien om aan de rustgewasverplichting te voldoen. Zo’n groenbemester kan de resterende nutriënten in de bodem vasthouden en uitspoeling voorkomen,” legt Timmer uit.

Positieve reacties van melkveehouders
Telers die voor het eerst met ultravroege mais werkten, waren volgens Timmer vaak aangenaam verrast. “Veel boeren verwachten dat ultravroege mais weinig opbrengst geeft. In de praktijk viel dat juist mee. Zowel de voederwaarde als de drogestofopbrengst waren beter dan vooraf gedacht.”

Praktische voordelen in de bedrijfsvoering
Naast opbrengst en voederwaarde spelen ook praktische voordelen een belangrijke rol bij de keuze voor ultravroege mais.
Volgens Timmer noemen melkveehouders vooral deze voordelen:
- meer oogstzekerheid
- betere planning van de oogst
- gemakkelijker inzaaien van een vervolggewas
- betere omstandigheden voor grondbewerking na de oogst
- voldoen aan de rustgewasverplichting
Laatste jaar voor de rustgewasverplichting

Voor het komende seizoen ziet Timmer opnieuw duidelijke kansen voor ultravroege mais.
“Dit is het laatste jaar van het eerste blok van de rustgewasverplichting. Met ultravroege mais ben je eerder klaar op het land, waardoor je tijdig een andere hoofdteelt kunt zaaien of het land winterklaar kunt maken.” Daarnaast biedt het gewas flexibiliteit in het bouwplan.
“Ultravroege mais kan ook interessant zijn na een korte hoofdteelt. Denk bijvoorbeeld aan percelen waar eerst wortelen of bloembollen hebben gestaan. Daarna kun je als de omstandigheden goed zijn prima nog een ultravroege mais telen.”
Praktisch advies voor telers
Volgens Timmer is ultravroege mais vooral interessant voor bedrijven die nog moeten voldoen aan de rustgewasverplichting en voor (melk-)veehouders die hun rantsoen sterk op mais hebben ingericht. Voor telers die dit jaar voor het eerst ultravroege mais willen proberen, heeft hij een eenvoudig maar belangrijk advies. “Zaai wanneer de bodem het toelaat en stem het verwachte, vroegere oogstmoment goed af met je loonwerker. Als je eerder wilt oogsten, moet je er ook voor zorgen dat er tijdig gehakseld kan worden.”
Veel veehouders denken dat ultravroege mais weinig opbrengst geeft. In de praktijk zien we juist dat de voederwaarde goed is en de opbrengst vaak positief verrast
| Meer informatie: Ruwvoerbrochure DSV zaden