Grootte bedrijf bepaalt niet keuze voersysteem

Een centrale droogvoerinstallatie (CDI) is minder storingsgevoelig dan een brijvoerinstallatie. Foto: Kastermans studio

Een centrale droogvoerinstallatie (CDI) is minder storingsgevoelig dan een brijvoerinstallatie. Foto: Kastermans studio


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Vleesvarkenshouders maken zelf het verschil in de keuze voor een voersysteem: lage kostprijs met brijvoer of zekerheid van een droogvoerinstallatie.De voerkosten bepalen voor een groot deel de kostprijs van een vleesvarken. Met een markt waarin de marges kleiner worden is het optimaal voeren van vleesvarkens dan ook van groot belang. Daarbij is de juiste keuze voor een voersysteem van belang, omdat deze bepalend is voor de komende twintig jaar.Veranderen van voersysteem is door de hoge investering die daarmee gepaard gaat niet of nauwelijks mogelijk. Opnieuw een afweging maken voor een voersysteem is wel mogelijk bij een grote uitbreiding of aankoop van een tweede locatie.Goedkoopste systeemEr zijn legio keuzes voor een voersysteem. Het meest simpele en goedkoopste systeem is een voerleiding door de stal en voerbakken met droogvoer. De computergestuurde droogvoer installatie (CDI) is een stuk duurder. Het meest arbeidsintensieve en duurste systeem is een brijvoerinstallatie met opslag van natte en droge bijproducten.Op bedrijven met bijproducten is er meer plaats nodig voor voeropslag. Foto: Henk RiswickEen derde werkt met brijvoersysteemVolgens cijfers van Agrovision werkte in 2016 36% van de vleesvarkensbedrijven met een brijvoersysteem. Dat percentage is de laatste vijf jaar niet veel gewijzigd. Van de 850 bedrijven die gegevens hebben ingestuurd zijn het vooral de grotere bedrijven die met brijvoer werken. Het aantal vleesvarkens per bedrijf groeide op brijvoerbedrijven met 14% naar gemiddeld 3.183 vleesvarkens, maar dit percentage groei is ook te zien bij droogvoerbedrijven.Brijvoeders zijn niet meer weg te denkenIn 2016 was het aandeel van vochtrijke voedermiddelen in het rantsoen van de Nederlandse varkenshouderij 3,0 miljoen ton. Een lichte daling ten opzichte van 2015, waarin 3,1 miljoen ton werd afgezet.De toegenomen afzet van aardappelproducten was onvoldoende om de lagere afzet van tarwezetmeel, tarwegistconcentraat en wei-producten te compenseren, meldt de OPNV (vereniging van producenten van vochtrijke voedermiddelen). De belangrijkste producten voor de varkenshouderij blijven tarwezetmeel, aardappelstoomschillen, weiproducten en tarwegistconcentraat.Het grotere aanbod van aardappelproducten komt vooral uit België, waar het areaal aardappelen de laatste zeven jaar met ruim 45% gegroeid is naar ongeveer 100.000 hectare. Bedrijven in het Zuiden en Zuid-Oosten van Nederland hebben voordeel bij de aankoop. De transportkosten zijn al gauw 10 cent per procent droge stof lager.Hoger rendementOver het algemeen kan een varkenshouder die met een brijvoerinstallatie werkt, een hoger rendement behalen ondanks de fors hogere investering in het voersysteem, door met een scherpe inkoop van bijproducten de voerkosten te drukken. De mogelijkheid om op voerconversie te sturen is hier ook eenvoudiger. Op het einde van het mesttraject is makkelijk beperkt te voeren, omdat alle dieren tegelijkertijd vreten aan een trog. Daarnaast kunnen brijvoerbedrijven met gefermenteerd voer werken. Daarmee kan een hogere gezondheid bereikt worden, mits er hygiënisch wordt gewerkt.Brijvoer verstrekken via trogvoedering betekent een vleesvarkensplaats minder in een hok. Foto: Henk RiswickOmslagpuntWaar het omslagpunt ligt in bedrijfsgrootte, waarbij brijvoer voordeliger is dan droogvoer, lopen de meningen uiteen. De beschikbaarheid en de omloopsnelheid van de bijproducten is hierbij van belang. Over het algemeen wegen bij een bedrijf met minder dan 3.000 vleesvarkens de kosten van een uitgebreide brijvoerinstallatie niet op tegen de baten. Maar er spelen andere factoren mee in de beslissing van de keuze tussen droogvoerinstallatie versus brijvoer die zwaarder kunnen wegen dan het aantal dieren op de locatie. Belangrijkste factor is de ondernemer zelf en daarnaast de bedrijfssituatie met overige factoren, zoals de geografische ligging van het bedrijf, stal op afstand of aan huis, mestafzetkosten en beschikbare arbeid.‘Het verschil kan wel oplopen tot 10 cent’.Kostprijs is belangrijk“Voor het overgrote deel van de varkenshouders die de keuze maken voor brijvoer is de kostprijs de drijfveer’, vertelt Ruud Bens, hoofd brijteam bij De Heus. Bens geeft aan dat uit de gemiddelde cijfers van Agrovision over 2016 blijkt dat de voerkosten op brijvoerbedrijven aanzienlijk lager liggen dan op droogvoerbedrijven. Brijvoerbedrijven hebben gemiddeld 4,8 cent lagere voerkosten per kilogram groei ten opzichte van droogvoerbedrijven. Een verschil dat resulteert in ruim € 4 per afgeleverd vleesvarken. De cijfers van Agrovision zijn echter een gemiddelde, waarbij lang niet alle bedrijven hun gegevens verstrekken. In de praktijk blijkt het verschil tussen droogvoerbedrijven en brijvoerbedrijven nog groter te zijn. “Het verschil kan wel oplopen tot 10 cent”, aldus Bens, die aangeeft dat je ook zeker wel 3 tot 4 cent lagere voerkosten nodig hebt voor de extra investering en kosten op een brijvoerbedrijf.Met het afnemen van volle vrachten kunnen grotere bedrijven een betere prijs bedingen. Foto: Ronald HissinkMeer hokoppervlakteDe extra investeringen voor brijvoerbedrijven bestaan niet alleen uit de aanschaf van de voerinstallatie, maar ook uit de extra ruimte die nodig is voor de opslag van droge en natte producten, een ruimere voerkeuken, eventueel een voormenger en niet te vergeten de extra hokruimte. Bij een brijvoersysteem met een trog van 35 centimeter per vleesvarken, zodat deze ook voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV), is er 10% extra stalruimte nodig.Maatlat Duurzame VeehouderijMeedoen aan de MDV is interessant doordat deze regeling fiscale voordelen biedt zoals flexibele afschrijving van de investering. Bedrijven met een CDI-systeem en een voerbak kunnen kortweg gezegd een dier extra per hok plaatsen. Met de beperking van het bouwblok kan dit een extra overweging zijn. Omschakelen van een CDI-systeem met voerbakken naar brijvoer met trog wordt hierdoor weinig gedaan. Brijvoerbedrijven moeten, door scherper voer in te kopen, de nadelen van de lagere benutting per vierkante meter gebouw terug zien te verdienen.Als een ondernemer kiest voor een welzijnsconcept met grote groepen, waardoor er weer een extra dier per hok gehouden kan worden, is het werken met brijvoer een grotere uitdaging. Bij grote groepen, meer dan 40 varkens per hok, is er meer kans op vermorsing van voer.Lagere voerkosten moeten duurdere brijvoerinstallatie goedmakenEen brijvoerinstallatie is fors duurder voor wat betreft investering dan een CDI-systeem. De investeringskosten en jaarkosten in de tabel zijn richtbedragen, gebaseerd op Kwin-normen 2016-2017.De werkelijke kosten kunnen afwijken naar boven en naar beneden door de keuze van de ondernemer door de vele opties van de voersystemen.De reden dat op een bedrijf met 6.000 vleesvarkens de investering per vleesvarken hoger is dan op een bedrijf met 3.000 vleesvarkens wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger investeringsbedrag voor de besturing- en registratie-unit. Naarmate er weer meer dieren gehouden worden, zijn deze investeringskosten weer te verdelen over meer dieren.Zowel voor droogvoer- als voor brijvoerbedrijven geldt dat naarmate het bedrijf meer dieren houdt de kosten van de voerinstallatie over meerdere dierplaatsen verdeeld kunnen worden. De jaarkosten van de investering per vleesvarkensplaats nemen, naarmate de bedrijfsomvang toeneemt af.De investeringskosten, weergegeven in de tabel voor een droogvoerbedrijf met 1.500 vleesvarkens zijn voor een simpele voerinstallatie, vandaar dat deze kosten lager liggen.De keuze voor een brijvoerinstallatie op een bedrijf met minder dan 3.000 vleesvarkens lijkt erg ongunstig, maar met bijvoorbeeld een simpele brijvoerinstallatie is het wel mogelijk. Zeker als het een tweede locatie betreft waarbij het hoofdbedrijf al met brijvoer werkt.Succes ligt bij ondernemerHet ondernemerschap bepaalt een groot deel van het succes van het gekozen systeem. “Kiest een varkenshouder voor zekerheid en een stabiel rantsoen zonder veel risico dan is een droogvoersysteem beter geschikt dan een brijvoersysteem”, aldus voeradviseur Henri de Vries bij ForFarmers. Het moet gek gaan, maar een mengvoerbedrijf levert op dezelfde dag nieuw voer als de silo leeg is. Dat is bij bijproducten een ander verhaal.Ook op droogvoerbedrijven zijn gradaties mogelijk. Met een CDI kun je vandaag de dag steeds meer droge grondstoffen en bijproducten, zoals koekjesmeel, broodmeel of ccm zelf inkopen en hiermee gemengd voeren om zo de kostprijs te verlagen.‘Wel is een gevoel voor techniek onontbeerlijk’.Lichte voorkeur voor brijvoerIn de praktijk blijkt echter dat de historie van het bedrijf of ondernemer in de meeste gevallen de keuze voor brijvoer of CDI bepaalt. Toch hebben de meeste voeradviseurs voor de grotere vleesvarkensbedrijven een lichte voorkeur richting brijvoer. Zeker met de gezondheid van de dieren in het achterhoofd, de mogelijkheid tot fermenteren en de lagere voerkosten. “Wel is een gevoel voor techniek onontbeerlijk”, stelt voerspecialist De Vries. Maar omdat er op een modern bedrijf steeds meer technische installaties aanwezig zijn, moet je sowieso wel geïnteresseerd zijn in techniek.HandelsmentaliteitEen ondernemer die met brijvoer werkt, moet niet alleen verstand hebben van techniek, ook is er een zekere handelsmentaliteit nodig en je moet tegen het risico van aanbodschommelingen van producten kunnen. “Mensen die scherp in de markt zitten, betalen soms minder voor de aangekochte (bij)producten”, aldus Bens. Daarnaast bepaalt beschikbaarheid van arbeid en de mate van hygiëne op het bedrijf mede het succes van het werken met bijproducten.Bedrijven met brijvoer produceren 0,1 tot 0,3 kuub mest meer ten opzichte van droogvoerbedrijven. Foto: Bert JansenExtra kosten voor mestafzetIn Oost-Nederland en in de Achterhoek zijn mestafzetkosten, door een tekort aan mestverwerkingscapaciteit, hoger dan in Zuid-Nederland. Brijvoerbedrijven produceren, afhankelijk van het rantsoen, meer mest dan droogvoerbedrijven. Dit kan oplopen van 0,1 tot 0,3 kuub per vleesvarken.Bij een tarief van € 25 per kuub mest is dat op een bedrijf met 5.000 vleesvarkens op brijvoer, € 12.000 tot € 37.000 extra kosten per jaar. Een rantsoen droger maken kan lucratief zijn, maar het product moet nog wel rondgepompt kunnen worden in het voersysteem. Een bewuste keuze van bijproducten, zoals minder stoomschillen, kan het rantsoen iets duurder maken, maar door het lagere mestvolume is het netto rendement hoger. Het voeren van natte bijproducten geeft niet alleen meer mest, maar ook het gehalte aan water is hoger. Doordat de mest van droogvoerbedrijven meer mineralen per kuub bevat is deze mest gewilder bij akkerbouwers en mestverwerkers.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.