Gezinsbedrijf rots in de branding? (5)

Veel gezinsbedrijven zoeken het in verbreding. Een camping er bij, een zorgboerderij, zelf kaas maken en verkopen, voorbeelden genoeg. Is het ook een toekomstgerichte oplossing?Verbreding lijkt een toverwoord. Professor Jan Douwe van der Ploeg gebruikt het al jaren. Kleine bedrijven, die er wat bij verdienen. Ik heb daar zo mijn vraagtekens bij. Professor Van der Ploeg predikt het al heel erg lang. Toch wordt zijn theorie door de praktijk ingehaald. De bedrijfsgrootte stijgt elk jaar gestaag.
Natuurlijk, een tweede tak kan best even aantrekkelijk zijn. Als er arbeid over is en de boerin vindt het leuk toiletten van gasten schoon te maken, dan is een minicamping wel gezellig. Het vraagt weinig investeringen en dat komt velen goed uit. Ook de keuze voor natuurboer kan best passen voor boeren. Vooral, wanneer de dynamiek uit het bedrijf is, een uitstekende oplossing.
Bijna altijd stoppen deze bedrijven weer. De boer zet er een punt achter, er is geen opvolger met dito vrouw voorhanden, die dit ook wil doen. Prima voor boeren, die niet willen investeren, maar zo een aardige bijverdienste in de laatste jaren van hun boerenbestaan creëren. Wat opvalt is dat vaak eerder afscheid wordt genomen van de boerderij, dan van de tweede tak. Soms gaat die zelfs zelfstandig verder.
Anders is het met boeren, die kiezen voor een stevige tweede tak. Bijvoorbeeld energie. Windmolens, of een biogasinstallatie. Die zetten een sterke tweede poot onder hun bedrijf. Zij staan inderdaad als en rots in de branding. Daar zullen opvolgers wel voor in de rij staan.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









