‘Gewasbescherming: 5 vragen en 5 antwoorden’

Foto: Henk Riswick
De discussie over gewasbeschermingsmiddelen is zo zwart-wit, aldus Luuk van Duijn, directeur van het Ctgb. Tijd voor feiten en een helder antwoord op vijf veelgestelde vragen.De wereld wordt met de dag complexer. Wie had bijvoorbeeld ooit gedacht dat de pop van je kleine dochtertje ál het gesprokene in je huis via internet doorstuurt naar een Japans bedrijf? Of dat je auto van een afstand in één keer tot stilstand kan worden gebracht door een hacker die de boordcomputer kraakt? Misschien is dat de reden dat de discussie over gewasbeschermingsmiddelen zo eenvormig, zwart-wit wordt gemaakt. Gewasbeschermingsmiddelen = gif = levensbedreigend. De wereld is immers al complex genoeg.Daarom op deze plaats een paar feiten en, zo hoop ik, een duidelijke uitleg.1: Gifcocktail: waarom staat het Ctgb toe dat er zoveel giftige stoffen op onze aardbeien zitten?Het Ctgb (College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) beoordeelt gewasbeschermingsmiddelen op veel verschillende onderdelen. Eén daarvan is de veiligheid voor consumenten. We kijken naar de totale inname van een stof, rekening houdend met een gemiddeld Europees dieet. Op basis van chemische eigenschappen en verschillende soorten tests, zoals dierproeven, wordt bepaald wat de maximum hoeveelheid van die stof is die een mens dagelijks binnen mag krijgen zonder schadelijk effect. Omdat er altijd een bepaalde onzekerheid in zit, wordt in de verschillende stappen een veiligheidsfactor ingebouwd. Zo wordt de ‘toegestane dosis’ uiteindelijk bepaald op minimaal een honderdste van het niveau waarop géén effect is gemeten.‘Het is van belang dat in de toekomst beter gereguleerd gaat worden’Natuurlijk worden we via ons dagelijks dieet niet alleen aan die ene stof blootgesteld, maar aan meerdere stoffen. Hoewel we hier in de beoordeling nog niet naar kijken, zijn de risico’s vanwege de veiligheidsfactor die we gebruiken, klein. Toch is het van belang dat dit in de toekomst beter gereguleerd gaat worden. Er wordt op dit moment op Europees niveau dan ook al volop nader onderzoek gedaan om een beoordelingsmethode te ontwikkelen. Maar we moeten ons ook realiseren dat de gehaltes die in de praktijk op ons fruit zitten nog veel lager zijn dan wettelijk toegestane normen, soms tot een duizendste daarvan. De gehaltes verdwijnen dan eigenlijk naar de achtergrond van alle andere stoffen die we binnenkrijgen. Immers, de aardbei zelf bevat ook vele duizenden chemische verbindingen. Om nog maar te zwijgen over de slagroom op het ijs. Maar omdat het de dosis is die bepaalt of iets giftig is, is dat geen probleem.
Artikel gaat verder onder de foto.Een akkkerbouwer spuit zijn percelen met Roundup. - Foto: Henk Riswick2: Is onze landbouwgrond vergiftigd door glyfosaat?Nee, recent onderzoek van Wageningen University & Research heeft uitgewezen dat er wel in zo’n 40% van de landbouwgrond glyfosaat of zijn afbraakproduct aanwezig is, maar dat het gehalte (ver) onder de veilige norm ligt. Dat betekent dat het aanwezige glyfosaat geen onacceptabele gevolgen heeft voor het bodemleven. Het woord ‘vergiftigd’ is dus niet op zijn plaats.‘Alcohol in bier is in de gebruikte hoeveelheden vele malen risicovoller dan glyfosaat’3: Waarom wordt glyfosaat niet verboden nu de Verenigde Naties hebben vastgesteld dat het middel toch kankerverwekkend is?De Verenigde Naties hebben niet vastgesteld dat glyfosaat kankerverwekkend is. Eén comité, het IARC, van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft glyfosaat geclassificeerd als ‘mogelijk’ kankerverwekkend. Dat comité heeft een ‘sleepnet functie’: op basis van openbare bronnen brengt het risico’s in kaart waarna nader onderzoek moet uitwijzen of zo’n risico er ook daadwerkelijk is. Dat nader onderzoek is gedaan door een ander VN-orgaan, de JMPR, dat geoordeeld heeft dat glyfosaat, alles overziend, níet kankerverwekkend is. Twee Europese agentschappen, ECHA en EFSA, zijn inmiddels tot dezelfde conclusie gekomen. Er is dus geen reden voor een verbod. Daar komt bij dat ook hier vaak voorbij wordt gegaan aan de extreem lage doses waarin glyfosaat wordt aangetroffen in bijvoorbeeld ijs en bier. De suiker en het vet in ijs en de alcohol in bier zijn in de gebruikte hoeveelheden vele malen risicovoller dan het glyfosaat.‘Betalen voor een rijexamen is geen garantie voor een rijbewijs’4: Waarom gebruikt het Ctgb onderzoek dat door de chemische industrie wordt betaald?Wettelijk is bepaald, dat de bewijslast om aan te tonen dat een stof ongevaarlijk is en een middel zonder risico kan worden toegepast, bij de fabrikant ligt. Die stelt het dossier op en laat de tests uitvoeren. Het Ctgb beoordeelt het dossier en besluit of een toelating mogelijk is. De essentiële gegevens op basis waarvan een stof wordt beoordeeld, de toxische (giftige) eigenschappen, worden bepaald op basis van een voorgeschreven set (dier-)proeven die in een gecertificeerd, onafhankelijk laboratorium worden uitgevoerd. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet toe op deze laboratoria. Andere gegevens, zoals uit onderzoek van een universiteit, kunnen alleen als ondersteunend bewijs gelden of hebben een signaalfunctie, maar kunnen niet het bewijs leveren. Daar zijn drie redenen voor: Ten eerste kent een universiteit niet de strikte kwaliteitsbewaking die Good Laboratory Practice-labs wel hebben (zie de affaire Diederik Stapel).Ten tweede omdat studies met minder populaire uitkomsten minder makkelijk worden gepubliceerd (want ‘geen nieuws‘).Ten derde omdat universitaire studies vaak onderzoeken zijn waarvan niet exact bekend is, welke stof onder welke omstandigheden is getoetst. Tot slot, betalen voor het onderzoek door de industrie geeft geen garantie op een toelating, net zo min als betalen voor een rijexamen de garantie is voor een rijbewijs.5: Waarom past het Ctgb niet het voorzorgsprincipe toe?Het Ctgb past het voorzorgsbeginsel wél toe. De Europese gewasbeschermingswetgeving gaat uit van ‘nee, tenzij’. Een middel wordt niet toegelaten, tenzij het veilig gebruikt kan worden. Mochten er nieuwe inzichten ontstaan, dan kan worden ingegrepen: op stofniveau door de Europese Commissie, op middelniveau door het Ctgb. Incidenteel gebeurt dat ook als de risico’s bij nader inzien, bijvoorbeeld door nieuwe wetenschappelijke studies of monitoring, te groot blijken te zijn. Een recent voorbeeld hiervan is de intrekking van metam-natrium, toen bleek dat onder bepaalde weersomstandigheden omstanders onvoorziene risico’s lopen. Vergelijk het met een bouwvergunning: de aanvrager levert de plannen in, de gemeente toetst en verleent. Blijkt naderhand dat er toch meer risico’s zijn, zoals bij de betonvloer in Eindhoven, dan wordt er ingegrepen.‘De natuur staat al genoeg onder druk’Duurzame gewasbeschermingDit alles neemt niet weg dat het belang groot is om de weg in te slaan naar duurzame gewasbescherming, zoals LTO die in gang heeft gezet. Zuinig gebruik van middelen, een beter teeltplan, benutten van natuurlijke vijanden, slimme spuittechnieken, allemaal mogelijkheden om te besparen op gewasbeschermingsmiddelen. De natuur staat al genoeg onder druk door auto-, vliegverkeer en industrie. Alles wat die druk kan verminderen, is belangrijk. Boeren en loonwerkers kunnen daaraan hun steentje bijdragen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









