Geluid van VleesveeNL wordt gehoord

Foto: Henk Riswick
Met Stichting VleesveeNL heeft de vleesveehouderij sinds begin 2018 een overkoepelende organisatie. Een verhaal over groeipijnen, doelen en wensen.De vleesveehouderij is van nature verdeeld en versnipperd. De sector bestaat uit fokkers en mesters die verschillende rassen houden. Bedrijfsgroottes lopen bovendien sterk uiteen. Vanwege verschillende belangen, verschillende inzichten, argwaan en soms zelfs onderlinge twisten slaagde de sector er lange tijd niet in om de krachten te bundelen en een geluid uit te dragen. Met de oprichting van Stichting VleesveeNL kwam daar begin 2018 verandering in.Het omvangrijke en belangrijke fosfaatrechtendossier bespoedigde een paar jaar geleden de roep om over gevoeligheden heen te stappen en gezamenlijk op te trekken, om zo in Den Haag een geluid te laten horen. Het is geen vanzelfsprekendheid dat alle neuzen binnen de sector dezelfde kant op staan. Jacco Keuper is als voorzitter van VleesveeNL dan ook trots op het feit dat de stichting ruim anderhalf jaar na de oprichting nog bestaat. “We zijn goed op weg. We hebben hard gewerkt aan ons bestaansrecht. Het is zaak de kikkers in de kruiwagen te houden. VleesveeNL wil geen eendagsvlieg zijn.”Koepelorganisatie met vier pijlersStichting VleesveeNL werd opgericht door de Federatie Vleesveestamboeken Nederland, LTO Nederland, samenwerkende vleesvee-integraties en Vee&Logistiek Nederland. Deze organisaties hebben tevens bestuursleden voor het stichtingsbestuur afgevaardigd. Het bestuur van VleesveeNL wordt gevormd door Jacco Keuper (voorzitter), Niels Mureau (secretaris), Focko Zwanenburg (penningmeester), Piet Mostert, John van Can, Henk Bleker, Derk Jan Kuenen en Michelle van der Poel.Jacco Keuper (46) heeft in Megchelen (Gld.) een vleesveebedrijf. - Foto’s: Henk RiswickVoorzitter Jacco Keuper (46) heeft in Megchelen (Gld.) een vleesveebedrijf met 200 stieren en 50 stuks vrouwelijk vee. Hij combineert zijn eigen bedrijf met een deeltijdbaan.VleesveeNL is voor sectorbrede aangelegenheden aanspreekpunt voor en gesprekspartner van het ministerie. “We hebben een goede verstandhouding met het ministerie. Ons geluid wordt gehoord”, aldus Keuper, die benadrukt dat VleesveeNL niet sec de belangen van de primaire sector behartigt. “Dat doet de LTO-vakgroep Vleesveehouderij, die ook in VleesveeNL is vertegenwoordigd. VleesveeNL pakt onderwerpen op die de hele sector aangaan; van zaadje tot aan het bord. Dat neemt niet weg dat we LTO kunnen steunen op belangrijke dossiers als dat nodig is.”We zetten ons niet af tegen andere sectoren, maar staan voor de vleesveehouderijHet optuigen van een organisatie kost tijd en vergt energie. Praktische en op het oog eenvoudige zaken dienen goed geregeld te worden. “We hebben hard gewerkt om de interne communicatie goed te laten verlopen. Je merkt dat de onderliggende organisaties intern de informatieverstrekking goed geregeld hebben, maar het onderling uitwisselen van informatie is geen automatisme. Dat is een proces dat tijd en aandacht vraagt. Informatieachterstanden kunnen immers eenvoudig tot verschil van inzichten en wrevel leiden”, aldus Keuper. Tijd is een beperkende factor, erkent hij. “We moeten het met een paar mensen doen. Het is bovendien liefdewerk oud papier. Bestuurders krijgen geen vergoeding.”Een eigen website is er om die reden ook nog niet. De site is in de basis klaar, maar moet nog worden gevuld. VleesveeNL houdt boeren, sectorpartijen en andere belanghebbenden met een tweewekelijkse e-mailnieuwsbrief op de hoogte van actuele zaken.VleesveeNL wil van belang zijn op het boerenerfDe vleesveesector werd recent geconfronteerd met fors hogere mestexcretienormen. Stichting VleesveeNL pleit voor realistische normen en een fatsoenlijke overgangstermijn en diende na gesprekken met deskundigen een zienswijze in bij het ministerie. “We hebben de nieuwe normen niet klakkeloos van tafel geveegd. We zijn kritisch, maar stellen ons constructief op”, aldus Keuper, die van mening is dat vleesveehouders niet het gelag moeten betalen. “We zetten ons niet af tegen andere sectoren, maar staan voor de vleesveehouderij.”VleesveeNL wil graag wat betekenen op het boerenerf. “Het rendement in de vleesveehouderij staat onder druk. Daar is veel over te doen. Iedereen weet het, maar het is niet inzichtelijk. We willen een rekenmodel ontwikkelen om daar verandering in te brengen. Net zoals dat bij andere sectoren ook gebeurt”, vertelt Keuper, die hoopt dat daarmee iets verandert aan de huidige situatie.De vleesveesector werd recent geconfronteerd met fors hogere mestexcretienormen. Stichting VleesveeNL pleit voor realistische normen en een fatsoenlijke overgangstermijn.Een ander project waar VleesveeNL zich momenteel op richt, is het optuigen van een zelfcontrole op diergeneesmiddelen en verboden stoffen. ”Na de fipronil-affaire in de pluimveesector zijn veehouders verplicht kritische stoffen te monitoren. Als je niets doet, blijf je in gebreke. Vleesveehouders kunnen nu niet aan die verplichting voldoen, domweg omdat er geen systeem voor is. Iedere boer zou op eigen kosten een NVWA’er moeten uitnodigen om dit individueel te doen. Dat is niet gewenst en prijzig bovendien. We werken aan een systeem om dit sectoraal op te pakken.”Financiën blijven een heikel punt voor een organisatie in oprichtingEen andere uitdaging voor stichting VleesveeNL zijn de financiën. “Om iets voor elkaar te krijgen, heb je geld nodig. En voordat je geld krijgt, moet je resultaten kunnen laten zien. We doen dit voor het algemene belang, dus je zou verwachten dat bijvoorbeeld een ministerie wel geld vrij zou maken om een organisatie als de onze te steunen. Maar dat blijkt niet zo eenvoudig.” Om die vicieuze cirkel te doorbreken, begon de stichting met een startkapitaal van zo’n € 30.000 dat door de onderliggende organisaties werd opgehoest. “Het mooiste zou een bescheiden afdracht voor ieder geslacht dier in de roodvleesketen zijn, net als die in de zuivelsector per 100 kilo melk. Maar voordat je een dergelijke heffing kunt innen, moet je een officieel erkende brancheorganisatie zijn. Zover zijn we nog niet.”We zijn blij met de eenheid van nu en zetten samen de schouders eronderHet optuigen van een ledenstructuur is niet aan de orde. VleesveeNL heeft daar meerdere redenen voor. “Nu vertegenwoordigen we de hele sector. Als iemand geen lid is van LTO, is hij dat wellicht wel via een stamboek of indirect via zijn handelaar of de vleesintegratie waar hij aan levert. Niet al die boeren, handelaren en organisaties zullen zich dubbel aanmelden. Dan loop je de kans het verwijt te krijgen dat je veel minder ondernemers vertegenwoordigt dan we eigenlijk doen”, aldus Keuper. De stichting wil bovendien niet concurreren met een onderliggende organisatie. “We zijn blij met de eenheid van nu en zetten samen de schouders eronder. We willen geen verdeeldheid en onderlinge concurrentie, ook niet om geld.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









