“Geen enkel pluimveesysteem is het beste”

Wageningen – Het is niet objectief aan te geven welk systeem voor vleeskuikens het beste scoort op voedselveiligheid, milieu, diergezondheid, dierenwelzijn en economie. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR.De onderzoekers hebben de verschillende wijzen waarop kippen worden gehouden voor de vleesproductie in Nederland in kaart gebracht. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Productschap Pluimvee en Eieren en bedoelt om op een wetenschappelijk verantwoorde wijze een vergelijking te maken. Er is gekeken naar regulier, scharrel binnen, scharrel met uitloop en biologisch. Ook de systemen waarvan het eindproduct onder een merknaam (Volwaard, Puur en Eerlijk en Gildehoen) op de markt worden gebracht zijn meegenomen in de vergelijking. Volwaard en Puur en Eerlijk komen globaal overeen met scharrel binnen, waarbij de komende tijd steeds meer bedrijven ook een overdekte uitloop hebben. Gildehoen zit qua specificaties tussen regulier en scharrel binnen.
Volgens de onderzoekers is er objectief gezien niet één bepaald systeem aan te wijzen dat het beste scoort op alle aspecten. Dit komt omdat de waardering die aan de verschillende duurzaamheidaspecten wordt toegekend voor iedereen anders is. “Afhankelijk van het belang dat een consument stelt aan aspecten zoals dierenwelzijn, milieu, voedselveiligheid en prijs kan de keus voor een bepaalde productiewijze anders uitvallen”, aldus het rapport.
Uit de vergelijking blijkt dat op het gebied diergezondheid de verschillen tussen de systemen klein zijn. Salmonella komt bijvoorbeeld in gelijke mate voor bij regulier en scharrel binnen. Campylobacter komt het minst voor bij reguliere koppels, meer bij scharrel binnen, terwijl bij biologisch en scharrel met uitloop het merendeel van de koppels positief is voor Campylobacter. Het antibioticagebruik is wel lager bij alternatieve systemen in vergelijking met regulier. Scharrel met uitloop zit op een dierdagdosering per dierjaar van 18,9. De reguliere vleeskuikenhouderij zit op een dierdagdosering per dierjaar van 25,8. De biologische houderij zit op 1,2.
Wat betreft milieu blijkt dat alternatieve systemen (in vergelijking met regulier) per dierplaats iets minder ammoniak en geur emitteren maar iets meer fijnstof. Emissies van fosfaat en nitraat naar de bodem komen alleen voor bij de systemen met buitenuitloop. In welke mate de bodem door deze systemen belast wordt is niet bekend.
In het onderzoek zijn ook de economische aspecten meegenomen. Het blijkt dat de kostprijs voor biologische systemen het hoogst is. De vaste kosten voor scharrel met uitloop en biologisch zijn vergelijkbaar en hoger dan scharrel binnen en regulier.
Volgens de onderzoekers is het zeer lastig om op alle punten de beste te zijn. Het is volgens hen juist belangrijk dat er verschillen zijn en dat er discussie over gevoerd voert om als aanknopingspunten te dienen om daadwerkelijk duurzame systemen te ontwikkelen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








