Fosfaatreductie via voerspoor kan zelfs zonder subsidie

Fons Hulsman (40), eigenaar van Hulsman Nutritie en Advies BV - Foto: Ruud Ploeg
Fons Hulsman ziet kansen om fosfor te beperken, als boeren naar het totaalplaatje kijken.Dit artikel is geüpdatet op 17 februari om 14:34 uurHet reduceren van de fosfaatuitstoot via het zogenaamde voerspoor is mogelijk, stelt nutritionist Fons Hulsman. Om dat te bereiken is vooral kennis en interesse in varkensvoer nodig. Door rantsoenen en mengvoeders anders te optimaliseren is volgens Hulsman 1% minder fosfaatuitstoot van de Nederlandse varkensstapel te reduceren, zonder extra kosten. Die ene procent is echter niet genoeg om 1 miljoen kilo fosfaat te reduceren. Daar is meer voor nodig.Wat moet er gebeuren?“In Nederland wordt jaarlijks ongeveer € 1,4 miljard uitgegeven aan voeraankoop door de varkenshouders. € 4 miljoen subsidie op € 1,4 miljard is ongeveer 4 cent per 100 kilo voer. Daar kun je iets voor doen, maar niet genoeg. Door rantsoenen verder te optimaliseren en andere hoogwaardigere producten te gebruiken, is het wel mogelijk om 1 miljoen kilo te reduceren.”Wat mag fosforarm voer extra kosten?“Minder fosfor in het voer levert een mengselprijsverhoging op voor de varkenshouder. Een varkenshouder die niet verder kijkt dan de prijs op productbasis, zal dit niet accepteren. Echter, als je minder bruto fosfor inrekent met behoud van verteerbaar fosfor, wordt ook de kwaliteit van grondstoffen hoger (meer zuivere grondstoffen), dus krijg je een betere voederconversie. Boeren moeten dus ook heel nadrukkelijk naar de opbrengstenkant kijken. Het probleem is echter dat 80% van de varkenshouders niet precies weet wat hij voert en dat er vooral naar de prijs per 100 kilo wordt gekeken.”Welke grondstoffen bevatten relatief veel fosfor en zijn goed vervangbaar?“Afhankelijk van rangschikking, vallen voor droogvoerbedrijven producten als palmpitschilfers, mais en ccm of vismeel, zonnebloemzaadschroot, raapzaadschroot en tarwegries negatief uit. Producten als pulp of vet komen daarentegen gunstiger uit. Voor bijproductenbedrijven komen bepaalde tarwegistconcentraten en wei negatief naar voren. Mixproducten met een hoog aandeel bakkerijproducten en weinig zuivel komen relatief gunstig uit.”Fons Hulsman (40), eigenaar van Hulsman Nutritie en Advies BV. - Foto: Ruud PloegLenen alle diercategorieën zich voor deze regeling?“De behoefte van fosforaanvoer is per diergroep, maar ook per bedrijf verschillend. Bij zeugen is fosfor belangrijk voor de duurzaamheid van het beenwerk en vruchtbaarheid, en bij biggen is fosfor belangrijk voor groei en botopbouw. Kort door de bocht kun je zeggen dat voor bedrijven met een hogere diergezondheid meer winst in fosfaatreductie te behalen is. Daar kun je iets terugschakelen zonder problemen te veroorzaken. Bij vleesvarkens is de meeste winst te behalen. Die verbruiken het meeste voer en gaan dan naar de slacht. Beenwerk is dan van minder belang.”Hoe passen bijproducten in het verhaal?“De hoeveelheid aan te voeren fosfor is afhankelijk op basis van hoeveel ook verteerbaar is. Voordeel bij bijproductenbedrijven is dat de verteerbaarheid bij de meeste grondstoffen hoger is. Ook kunnen bijproductenbedrijven in de toekomst gemakkelijker investeringen doen om de beschikbaarheid van fosfor te verhogen. Denk hierbij aan fermenteren of het voorweken van graan in warm water. De beschikbaarheid van fosfor wordt hierdoor in enkele uren verdubbeld.”Is het een onderwerp dat leeft?“Gedeeltelijk. Zo krijg ik wel vragen van boeren met een varkens- en akkerbouwtak. Zij kunnen met minder fosfaat immers meer kuub op eigen grond kwijt. Ook andere varkenshouders vragen er wel naar. Tijdens optimaliseren van bedrijfseigen samenstellingen laat ik het beeld vanuit de stal en de doelstellingen van de varkenshouder meewegen. Als de samenstelling bijna klaar is, laat ik de bruto fosfor in stapjes van 0,05 gram zakken, om dan af te wegen hoeveel duurder extra voer mag worden.”Hoe is een dergelijke regeling te controleren?“Misschien via concepten, om zo een procedé voor een grotere groep te kunnen maken. Een regeling om fosfaatefficiëntie per bedrijf te bepalen is lastig om te controleren, aangezien het percentage aan fosfor wat in het dier vastgelegd wordt van meerdere factoren afhankelijk is.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









