Fors hogere inkomens in varkenshouderij

Foto's: Henk Riswick, Koos van der Spek en Bert Jansen
De inkomens van varkenshouders zijn in 2019 historisch hoog blijkt uit de jaarlijkse inkomensramingen. In akkerbouw en melkveehouderij zijn de inkomens gedaald ten opzichte van 2018.In de varkenshouderij stegen de inkomens in 2019 fors. Het gemiddelde inkomen per ondernemer komt uit op € 257.000, in 2018 was dat € 9.000. Dat komt door de fors hogere prijzen voor biggen en vleesvarkens. De belangrijkste oorzaak daarvoor is de varkenscrisis in China, daar kromp de eigen varkensstapel sterk door varkenspest.Melkveehouders zien hun inkomen met bijna een vijfde dalen naar € 31.000 per ondernemer. In de akkerbouw dalen de inkomens met meer dan de helft naar gemiddeld € 37.000, zetmeelbedrijven komen uit op € 13.000. Dat blijkt uit de jaarlijkse inkomensramingen van Wageningen Economic Research, onderdeel van Wageningen UR. Lees verder onder de grafiek. Voor de gehele land- en tuinbouw komt het inkomen in 2019 uit op € 57.000 per ondernemer (onbetaalde arbeidsjaareenheid = oaje). Dat is 12% meer dan in 2018 en ligt vrijwel op het vijfjaargemiddelde berekend over alle agrarische sectoren. Door de hoge inkomens op varkensbedrijven in 2019 zijn deze bedrijven nu te vinden in de top van de bedrijven op basis van het gemiddelde inkomen in de periode 2015-2019. Een gesloten varkensbedrijf leverde in 2018 een gemiddeld inkomen op van € 8.000, in 2019 is dat geraamd op € 325.000. Gemiddeld komt een gesloten bedrijf uit op € 121.000. Melkveehouders hadden in de afgelopen 5 jaar een gemiddeld inkomen van € 34.000 per ondernemer.Kwart van stijging door aanwasDe inkomensstijging in de varkenshouderij geldt voor alle bedrijfssoorten. Gesloten bedrijven gaan aan kop met € 325.000, gevolgd door zeugenbedrijven (€ 258.000) en vleesvarkensbedrijven met € 219.000 per ondernemer. De prijsstijging van vleesvarkens is geraamd op 22% naar € 1,69 per kilo geslacht, voor biggen gaat WUR uit van bijna € 56 (plus 38%). De prijzen stijgen vooral in de tweede helft van 2019.Eind 2019 zijn zowel biggen als vleesvarkens fors duurder dan begin 2019. Die hoge prijs van biggen en varkens die eind 2019 aanwezig zijn telt wel mee in de winst. Dat is de zogenoemde aanwas die in 2019 positief uitpakt. Die aanwas is echter nog niet gerealiseerd en staat dus nog niet op de bankrekening van de varkenshouder. Gemiddeld genomen is de aanwas in 2019 verantwoordelijk voor een kwart van de opbrengststijging van varkensbedrijven. Bij zeugenbedrijven is dat 12% en bij vleesvarkensbedrijven is dat zelfs goed voor 35% van de opbrengststijging. Lees verder onder het kader. Varkens: historisch hoge inkomens en prijzen€ 257.000 (€ 9.000)inkomen varkenshouder in 2019 (2018)€ 55,70 (€ 40,45)prijs big per stuk€ 1,69 (€ 1,38)prijs per kilo geslacht gewichtDe inkomens in de varkenshouderij komen uit op een historisch hoog niveau. De toegenomen vraag vanuit China door de varkenspest daar heeft de varkensprijzen tot ongekend niveau doen oplopen. De totale opbrengsten stegen gemiddeld met 40% naar € 1,3 miljoen. Van die stijging is een kwart het gevolg van aanwas. De prijs voor vleesvarkens steeg met 22% naar gemiddeld € 1,69 per kilo geslacht gewicht over heel 2019. De biggen waren 38% duurder dan in 2018.Duurder voerDe kosten op varkensbedrijven zijn voor 2019 5% hoger geraamd dan in 2018. Dat komt door de grotere bedrijfsomvang en prijsstijgingen. Voer werd duurder net als energie en vrijwel alle andere productiemiddelen. De kosten van mestafzet waren lager, de kuubprijs daalde circa 6% en dat tikte harder door dan het gestegen afzetvolume. Ook de kosten voor financiering van het bedrijf waren beduidend lager.Langjarig gemiddeldeDe inkomens in de varkenshouderij, maar ook in andere sectoren, zijn onderhevig aan flinke schommelingen gedurende de jaren. Dat komt door prijsontwikkelingen, maar ook door productieomstandigheden zoals droogte. Door het goede jaar 2019 schuiven varkensbedrijven in een keer naar de top van alle sectoren in de veehouderij en vollegrondsectoren op basis van het gemiddelde in de periode 2015-‘19. Met een gemiddeld inkomen van rond € 100.000 in 2015-2019 zitten varkensbedrijven op hetzelfde niveau als bedrijven met vleeskuikens (€ 103.000) of melkgeiten (€ 102.000).Akkerbouwbedrijven komen gemiddeld uit op € 53.000 in 2015-2019. Telers van vollegrondsgroente kwamen gemiddeld uit op bijna € 70.000.Het gemiddelde inkomen van melkveehouders varieerde tussen € 15.000 in 2016 en € 63.000 in 2017 in de afgelopen 5 jaar. Gemiddeld komt deze groep uit op € 34.000. Vleeskalverhouders op basis van contracten komen in 2019 uit op € 40.000, dat is € 4.000 onder het vijfjarig gemiddelde.Grote verschillen in sectorenIn alle sectoren zijn er opnieuw grote verschillen tussen de bedrijven in dezelfde sector. Ondanks de hoge inkomens op varkensbedrijven in 2019 in de varkenshouderij haalt 20% van de bedrijven een inkomen van minder dan € 50.000 en had 1 op de 5 varkenshouders in 2018 een inkomen van minder dan € 30.000 negatief.In de melkveehouderij heeft in 2019 1 op de 5 ondernemers een negatief inkomen, tegelijkertijd haalt ook 1 op de 5 ondernemers een inkomen van meer dan € 56.000.Op akkerbouwbedrijven zit 20% onder € 12.000 negatief. Voor de hele land- en tuinbouw heeft 20% van de bedrijven een inkomen van minder dan € 7.000 negatief en zit nog eens 20% boven € 83.000 per ondernemer. Dat komt erop neer dat 60% van de bedrijven een inkomen heeft tussen € 7.000 negatief en € 83.000 in 2019. Dat is vrijwel gelijk aan de cijfers in 2018. Lees verder onder het kader. Lagere kasstroom op melkvee- en akkerbouwbedrijvenDe kasstroom is in 2019 op bijna 90% van de varkensbedrijven positief. Veel beter dan in 2018, vooral op zeugenbedrijven. Op melkveebedrijven en akkerbouwbedrijven heeft 55 en 51% een positieve kastroom en dat is duidelijk minder dan in 2018. De kasstroom (liquiditeit) van bedrijven is het saldo van ontvangsten min uitgaven. Een hoog inkomen is nog niet per definitie een hoge liquiditeit. In het inkomen zitten wel afschrijvingen en bijvoorbeeld ook de berekende aanwas van varkens. Banken kijken voor de beoordeling van bedrijven voornamelijk naar wat er werkelijk gebeurt, benadrukt Pierre Berntsen, directeur Agrarische bedrijven ABN Amro. Eerder dit jaar wees hij in de driemaandelijkse liquiditeitsbarometer al op de gestegen kostprijzen en de daling van de liquiditeitspositie van melkveehouders: “Dat beeld is niet veranderd, de kostprijs op veel melkveebedrijven is verder gestegen en de marge voor tegenvallers is verdwenen”, aldus Berntsen.De kasstroom op de meeste varkensbedrijven is positief in 2019. De kasstroom of liquiditeit is het verschil tussen ontvangsten en uitgaven. Aflossing en privé-uitgaven van de ondernemer zijn wel uitgaven, maar geen onderdeel van de inkomensberekening.BufferHet beeld in de melkveehouderij wordt bevestigd door Marijn Dekkers, sectorspecialist melkvee bij Rabobank. “De melkprijs ligt wel op het niveau waar eerder mee gerekend is, maar door tegenvallers zoals droogte en andere oorzaken is het op veel bedrijven passen en meten geweest. Hogere kosten worden lang niet overal goedgemaakt door meer liters melk zoals eerder gebeurde.”René Veldman, sectorspecialist varkenshouderij Rabobank wijst op de enorme verschillen tussen bedrijven. “De hoge inkomens op varkensbedrijven staan ook nog niet bij alle bedrijven op de bankrekening. Van belang is om nu geld te verdienen voor toekomstige ambities en ook om een financiële buffer aan te leggen voor andere tijden.”Vleeskalveren lijken stabielVleeskalverhouders halen in de ramingen redelijke constante inkomens. Dat heeft te maken met de structuur: het betreft bedrijven met witvleeskalveren op contractbasis. In 2019 daalde het inkomen wel met meer dan 10% naar € 40.000. De contractvergoeding steeg met 3%, onder meer als compensatie voor de lagere bedrijfstoeslagen in deze sector. Dat weegt niet op tegen de gestegen kosten en een gemiddeld langere leegstand. Ook in deze sector zijn er grote verschillen afhankelijk van onder meer bedrijfsgrootte, vergoeding per plaats en de betaalde kosten. In 2019 komt 20% uit op een negatief inkomen, terwijl nog eens 20% een inkomen heeft van meer dan € 66.000. Lees verder onder het kader. Melkvee: inkomensdaling door hogere kosten€ 31.000 (€ 37.000)inkomen melkveehouder in 2019 (2018)€ 28.000 (€ 36.500)inkomen biologische melkveehouder€ 37,40 (€ 37,81)melkprijs per 100 kiloDe totale opbrengsten op melkveebedrijven waren vrijwel gelijk in 2019. De melkprijs is iets lager, door meer geleverde liters nam de opbrengst wel iets toe. Het aantal koeien per bedrijf bleef met 103 gelijk. De verkoopopbrengsten van kalveren daalden.Duurder voerDe betaalde kosten op melkveebedrijven namen gemiddeld toe met € 9.000 in 2019. Met name de voerkosten (plus € 2.500) en de kosten voor gebouwen en werktuigen (plus € 2.700) stegen. Voerkosten stegen regionaal harder door droogte in vooral het Oosten en Zuidoosten. In Noord-Nederland speelt ook muizenschade een rol.Biologische melkprijs € 49,10Op biologische melkveebedrijven spelen dezelfde kostenstijgingen een rol, maar de schaalvergroting is op deze bedrijven iets minder. Daardoor stijgen de opbrengsten minder dan op gangbare bedrijven. De biologische melkprijs is ingeschat op € 49,10. Het verschil met gangbaar is vrijwel gelijk als in 2017 en 2018.Rentabiliteit varkensbedrijf stijgt naar 124%De rentabiliteit van varkensbedrijven steeg flink in 2018 en kwam uit op 124%, ruim boven het gemiddelde in de periode 2015-2019. De rentabiliteit in de melkveehouderij is gedaald naar 89% in 2019 , dat is iets lager dan de 92% in 2018. In de akkerbouw is de rentabiliteit gedaald naar 90%, in 2018 was dat nog 104%. Bij een rentabiliteit van 100% worden alle kosten gedekt door de opbrengsten. Is de rentabiliteit lager dan 100 dan worden niet alle kosten goedgemaakt door de opbrengsten. Bij rentabiliteit worden naast betaalde kosten ook kosten berekend voor de arbeid en het kapitaal van de ondernemers en meewerkende gezinsleden, de zogenoemde berekende kosten. In 2019 was per € 100 aan kosten op melkveebedrijven gemiddeld € 73 betaald. Lees verder onder de grafiek. De rentabiliteit van melkveebedrijven zakt onder 90%. Ook akkerbouwbedrijven zien de rentabiliteit in 2019 weer onder 100% dalen.Akkerbouw: inkomens fors lager dan in 2018€ 37.000 (€ 75.000)inkomen akkerbouwer in 2019 (2018)€ 13.000 (€ 29.000)inkomen zetmeelbedrijven € 11,20 (€ 30,64)prijs zaaiuien per 100 kilo De prijzen in de akkerbouw zijn in 2019 duidelijk lager dan in 2018, alleen de bietenprijs is 5% hoger ingeschat dan in 2018. Wageningen UR hanteert voor de inkomensramingen prijzen per oogstjaar die zijn dus voor een deel nog niet gerealiseerd. Vooral de prijzen van aardappelen en uien zijn fors lager ingeschat, voor zaaiuien is uitgegaan van € 11,20, 63% minder dan in 2018. De opbrengsten dalen over de hele linie met 10%, de kosten stijgen met 1%.DroogteIn 2018 waren er grote regionale verschillen door de droogte. Dat speelt in 2019 minder dan in 2018 en dan vooral in het Zuidoosten. Zetmeelbedrijven hadden nog wel te kampen met droogte.De gemiddelde omvang van bedrijven was in 2019 opnieuw circa 60 hectare, op de 10% grootste bedrijven is dat gemiddeld 190 hectare. Zetmeelbedrijven hadden in 2019 een omvang van gemiddeld 84 hectare.Lagere eierprijzenHet gemiddelde inkomen van leghennenbedrijven daalt met ruim 40% naar € 45.000, vooral door de lagere eierprijzen in het eerste kwartaal van 2019. Vleeskuikenhouders zien hun inkomen halveren tot € 60.000; het laagste niveau sinds 2013. De prijs voor vleeskuikens daalt met 4%. Hoewel ook de kosten dalen door goedkoper voer en minder dieren per bedrijf, worden de lagere opbrengsten hierdoor niet gecompenseerd.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









