Extra lactovoer geeft meer en zwaardere biggen

Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Cees van Doorn verhoogde het voerschema in zijn kraamstal. Daardoor speent hij nu meer biggen per worp die ook nog eens zwaarder zijn.De zogende zeugen van varkenshouder Cees van Doorn trekken zich weinig aan van het onverwachte bezoek aan de kraamstal. Onverstoorbaar laten ze de 3 weken oude biggen aan hun uier zeugen. Wanneer de fotograaf zijn lamp in de gang van de afdeling plaatst veert één zeug op en waarschuwt met een knor de andere dieren in de afdeling. Even onderbreken ze de zoogbeurt om poolshoogte te nemen, maar al snel keert de rust terug en kunnen de biggen hun maaltijd afronden.Zuigende biggen in de kraamstal. De 3 weken oude dieren ogen goed gevuld. Deze biggen worden over een week gespeend. - Foto's: Koos GroenewoldTijdens het fotograferen blijven de dieren dan ook rustig liggen. Ondertussen geeft van Doorn uitleg over het aangepaste voerschema in de kraamstal. Sinds tweeënhalf jaar voert hij zijn zeugen volgens het OptiPres programma van P. Bos veevoeders. “Dit voer bevat meer structuur en ik werk met een voerschema dat op mijn bedrijf is toegesneden”, vat de varkenshouder samen. Hij voert, net als voorheen, 2 keer daags.Maximale voergiftDe grootste verandering zit in de kraamstal. Van Doorn verhoogt de hoeveelheid voer bij de zogende zeugen elke 2 dagen. Daarbij gebruikt hij een kaartje met een schema met de gewenste stand van de volumedosator na werpen. Er staan 3 maximale giften op voor zeugen en 3 voor gelten. Eén voor dieren met een magere conditie, één voor een normale conditie en één voor een ruime conditie.Van Doorn verhoogt de voergift in de kraamstal. Daarbij gebruikt hij het kaartje met het bedrijfsspecifieke voerschema in zijn linkerhand.ConditiebepalingVan Doorn bepaalt de conditie als de dieren in de kraamstal komen. Tot werpen krijgen ze prelacvoer om ze zo optimaal mogelijk op het werpproces en de daaropvolgende zoogperiode voor te bereiden. Na de geboorte schakelt de varkenshouder over op lactozeugenvoer.“Ik gebruik het schema als een richtlijn. Als een zeug de bak niet helemaal schoon heeft, verhoog ik de voergift niet”, vertelt van Doorn. Hij streeft ernaar om de zeugen in de kraamperiode zoveel mogelijk voer te laten opnemen. “Als je ze overvoert dan lukt dat niet”, is zijn ervaring. Maar de meeste zeugen kunnen het schema probleemloos aan. Daarnaast bepaalt het aantal biggen mede de voergift maar er zijn maar weinig zeugen die beperkt worden vanwege een kleine toom. Alle zeugen krijgen de eerste paar dagen na het werpen handmatig water in de voerbak.Sprong in voerschemaDe varkenshouder moest vooral wennen aan het advies om de zeugen die hun voerbak helemaal schoonpoetsen op dag 1 na werpen al te voeren volgens het niveau van dag 5. Dit advies geldt niet voor gelten maar alleen voor zeugen met 13 of meer biggen. Ongeveer een kwart van de zeugen kan deze ‘sprong’ in het schema aan. Waar van Doorn in het verleden maximaal ruim 6 kilo lacto voerde, is de maximum voergift nu 7,5 kilo per dier per dag voor magere zeugen.Van Doorn geeft de zeugen de eerste twee dagen na werpen een paar keer per dag handmatig water bij.Nog amper kunstmelkHoewel de zeugen met het nieuwe voerschema in de kraamstal jaarlijks gemiddeld zo’n 50 tot 60 kilo lactozeugenvoer meer opnemen, wil van Doorn niet meer terug. “De biggen zijn gemiddeld zwaarder bij spenen en de uniformiteit is beter”, vertelt hij. Daarnaast speent hij 0,6 big per worp meer. En doordat de zeugen meer melk produceren, voert van Doorn nog amper kunstmelk bij. Alleen wanneer de melkproductie tekort schiet of bij extreem grote tomen vult de varkenshouder aan met kunstmelk.Overgang bij spenen verloopt makkelijkerDoordat de zeugen meer melk produceren, zijn de biggen zwaarder als ze gespeend worden. Van Doorn merkt dat de biggen in de kraamstal meer vast voer opnemen dan eerder. Daardoor neemt het speengewicht nog extra toe en verloopt de overgang bij spenen makkelijker. De gemiddelde speenleeftijd is 27 dagen. De varkenshouder begint op dag 4 met bijvoeren van een melkkorrel. Op 4 dagen voor spenen schakelt hij over op speenvoer. 10 tot 12 dagen na spenen krijgen de biggen babybiggenkorrel. De biggengroei is ongeveer 350 gram per dag.Voeren op conditieOok in de dekstal en de dracht werkt van Doorn met schema’s op basis van de conditie van de dieren. “Eerder keek ik ook naar de conditie maar door die te scoren en op basis daarvan een schema te kiezen, zit er meer structuur in”, vertelt hij. In de dekstal voegt hij handmatig suiker toe aan het drachtvoer. Daar begint hij mee 5 dagen voor spenen in de kraamstal. Naast de drie schema’s op basis van de conditie hanteert van Doorn een apart schema voor hoogproductieve zeugen. Dit zijn zeugen die in de voorgaande twee worpen minimaal 13 biggen hebben gespeend. Het niveau ligt tussen dat van magere en normale dieren in. “Hoogproductieve dieren hebben meer voer nodig om de hoge productie te kunnen volhouden”, verklaart hij.Omschakeling naar TN70-zeugenVan Doorn zit midden in de omschakeling van TN30-zeugen naar TN70-zeugen. Bijna de helft van de dieren is inmiddels vervangen. Vanaf de komst van de eerste TN70-gelten heeft van Doorn in overleg met adviseur Jan Derksen het voerschema van de gelten aangepast. Hij koopt de dieren op een leeftijd van 6 maanden aan. Het voerschema is er op gericht dat de dieren na 6 tot 9 weken, op het moment van dekken, een gewicht van 170 kilo te hebben.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.