Extra aandacht voor klimaat in stallen met uitloop

Foto: Bert Jansen
Een goed stalklimaat is een basisvoorwaarde voor optimale prestaties bij leghennen. In stallen met een overdekte uitloop is het zaak continu in te spelen op veranderende omstandigheden.Door de opkomst van Beter Leven 1-ster zijn de afgelopen jaren veel legpluimveestallen voorzien van een overdekte uitloop. Op meerdere bedrijven heeft dat geleid tot klimaatproblemen, zo vertelt John van Helden, klimaatspecialist pluimvee bij De Heus. “Wanneer het klimaat niet ideaal is, dan laat je als pluimveehouder wat liggen. ‘Het loopt wel’, hoor ik soms, terwijl duidelijk is dat er veel ruimte voor verbetering is.”Ik kom vooral op probleembedrijven. Daar zie ik vaak dat er sprake is van onwetendheid en een gebrek aan alertheidJan van Schip, docent klimaat en huisvesting (varkens en pluimvee) Universiteit UtrechtVatbaarder voor coli-infectieKlimaatproblemen kunnen ertoe leiden dat kippen op de tocht raken. Dat kan funest zijn voor de gezondheid en prestaties van de dieren. Kippen op de tocht zijn vatbaarder voor een coli-infectie, met mogelijk extra uitval tot gevolg. “Ik merk dat er op sommige bedrijven met een overdekte uitloop te weinig aandacht is voor het klimaat. De mogelijke gevolgen van klimaatproblemen worden er onderschat”, aldus Van Helden. Hij geeft aan dat iedere stal anders is en er vaak maatwerk vereist is om klimaatproblemen te verhelpen. Verse buitenluchtVan Helden wijst op de verschillende manieren waarop verse buitenlucht in stallen met uitloop wordt aangevoerd. Bij gesloten uitloopschuiven komt de lucht binnen via inlaatventielen (bij ventileren op basis van onderdruk). De koude binnenkomende lucht vermengt zich in de luchtstroom met de stallucht, waardoor de inkomende lucht de temperatuur van de stal aanneemt. Op het moment dat deze inkomende lucht op de leghennen komt, mag de luchtsnelheid maximaal < 0,2 m/sec zijn. In het gros van de stallen met overdekte uitloop wordt geventileerd op basis van onderdruk. Overdag staan de uitloopschuiven open. ’s Nachts zijn ze gesloten. Beide scenario’s vragen om een goede afstemming. - Foto: Bert JansenStreefwaarde iets verhogenBij geopende schuiven komt nog maar een beperkt deel van de lucht binnen via de inlaatventielen. De lucht trekt via de uitloopschuiven over de vloer. Tegelijk vormt zich bovenin de stal gedurende de dag een steeds grotere buffer met warme lucht. Dat kan consequenties hebben, zo ziet Van Helden in de praktijk. “De warme lucht wordt uiteindelijk opgemerkt door de temperatuurvoelers, waarna er via de inlaatventielen extra frisse lucht wordt aangevoerd. Wanneer de kippen op stok zitten en de inlaatventielen verder opengaan, kunnen de dieren in een koude luchtstroom terechtkomen. Dat wil je te allen tijde voorkomen, zeker ’s nachts.”Met het iets verhogen van de streefwaarde van bijvoorbeeld 20 naar 21 graden kun je volgens Van Helden voorkomen dat extra frisse lucht wordt aangevoerd. “Zo voorkom je dat de dieren op de tocht komen te zitten”, aldus de klimaatspecialist. Van Helden raadt pluimveehouders aan voor voldoende bufferruimte tussen de zitstokken en het plafond te zorgen.Zorg dat je er als boer bij bent als de klimaatcomputer wordt ingesteld en wees op de hoogteOnderliggend probleemJan van Schip is als docent klimaat en huisvesting (varkens en pluimvee) verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij geeft klimaatlessen aan studenten diergeneeskunde, in het kader van preventieve gezondheidszorg. Als klimaatgoeroe is hij de voorbije twintig jaar veel op (probleem)legpluimveebedrijven geweest om advies te geven over stalklimaat. Klimaatproblemen zijn volgens Van Schip in veel gevallen het gevolg van een onderliggend probleem: een gebrek aan kennis. “Ik zie te vaak dat klimaatcomputers door de ene partij worden verkocht, door de andere partij worden geïnstalleerd en dat een stukje advies vervolgens ontbreekt. Daarna zie je vaak gebeuren dat pluimveehouders bij hun voeradviseur aankloppen voor vragen over het klimaat.”Van Schip stelt dat er over het algemeen te weinig aandacht is voor een goed stalklimaat. Het begint volgens hem met bewustzijn. “Ik kom vooral op probleembedrijven. Daar zie ik vaak dat er sprake is van onwetendheid en een gebrek aan alertheid. Sommige boeren moeten worden bijgeschoold over de invloed van luchtsnelheid, temperatuur en relatieve luchtvochtigheid.” Boer als klimaatregisseurVolgens Van Schip is het van cruciaal belang dat pluimveehouders zelf weten wat er in hun stal gebeurt als het gaat over klimaat. “Klimaat moet op nummer één staan. Op ieder boerenbedrijf moet in mijn ogen een klimaatregisseur aanwezig zijn. Diegene is verantwoordelijk voor het klimaat en draait aan de knoppen. Zorg dat je er als boer bij bent als de klimaatcomputer wordt ingesteld en wees op de hoogte.”In legpluimveestallen met overdekte uitloop kan het klimatologisch op verschillende manieren fout gaan. Van Schip haalt een voorbeeld aan van een legpluimveehouder bij wie het tijdens een bedrijfsbezoek in de zomer rond 9.00 uur ’s ochtends 30 graden in de stal was. De uitloopschuiven waren nog gesloten. Verse buitenlucht (op dat moment 28 graden) kwam binnen via de inlaatventielen, maar werd via de nokventilatoren zo weer afgevoerd. Er werd veel lucht verplaatst, maar de lucht kwam niet bij de dieren terecht. “We hebben de schuiven toen opengezet en de inlaatventielen gesloten. De buitenlucht kwam toen met een luchtsnelheid van 2 m/sec door de uitloopschuiven in de stal en je kon direct zien dat de leghennen weer gewoon gingen ademhalen en niet meer met open bek.”Lees ook: Koelen en verwarmen met Eco UnitsRealtime kijken en bijhoudenDe omstandigheden zijn van doorslaggevend belang bij het vinden van de juiste oplossing. Wil je ’s zomers voor verkoeling in de stal zorgen, dan dien je niet alleen rekening te houden met de temperatuur, maar ook met de relatieve luchtvochtigheid (RV). Bij een hoge relatieve luchtvochtigheid > 80 % is het zaak extra luchtsnelheid te creëren. Indien de buitentemperatuur >28 graden is, mag de luchtsnelheid opgevoerd worden naar >2 m/sec. Bij een lagere relatieve luchtvochtigheid < 80% kan je lucht benevelen, waardoor hopelijk in combinatie met de luchtsnelheid de gevoelstemperatuur naar zo’n 22 graden gebracht kan worden. Let op: de som temperatuur + RV mag absoluut niet boven 115 uitkomen. Voorbeeld: temperatuur 25 graden en RV 90% = 115.Het klimaat in een stal met overdekte uitloop is een dynamisch gebeuren, aldus Van Schip. “Je moet constant bijsturen. De omstandigheden buiten veranderen ook steeds.” Erwin Sommen is als directeur/eigenaar van Sommen, specialist in klimaatbeheersing, dezelfde mening toegedaan. “Klimaat is een zaak van realtime kijken en bijhouden. Het is altijd een momentopname.” Ook Sommen ziet klimaatproblemen in legpluimveestallen met een overdekte uitloop te vaak voorkomen. Lees verder onder de fotoDoor de opkomst van Beter Leven 1-ster zijn de afgelopen jaren veel legpluimveestallen voorzien van een overdekte uitloop. Op meerdere bedrijven heeft dat geleid tot klimaatproblemen. - Foto: Bert JansenTe hoge luchtsnelheidIn het gros van de stallen met overdekte uitloop wordt geventileerd op basis van onderdruk. “Overdag staan de uitloopschuiven open. ’s Nachts zijn ze gesloten. Beide scenario’s vragen om een goede afstemming”, aldus Sommen. Bij het openen van de uitloopschuiven ontstaat er een ‘lek’ in de ventilatie. Daar kan je volgens hem op inspelen door het onderdrukniveau aan te passen. “Je hoeft de schuiven ook niet volledig open te zetten. Daar kan je mee spelen. Ook is het mogelijk om de inlaatventielen aan de kant van de uitloopschuiven anders af te stellen met behoud van onderdruk.”In stallen met overdekte uitloop zien Van Schip en Sommen te vaak gebeuren dat de openstaande uitloopschuiven voor ongewenste trek zorgen. “Zodra de buitentemperatuur onder de 20 graden blijft, is een luchtsnelheid boven 0,2 m/sec op de leghennen niet wenselijk. Dat wordt vaak niet op tijd waargenomen”, zegt Van Schip. Volgens Sommen is het zaak de invloed van de wind te minimaliseren. Dat kan op verschillende manieren. “Plaats niet te veel schuiven en speel met de grootte van de openingen.”Het ontbreekt pluimveehouders soms simpelweg aan tijd en geldLuchtstromen inzichtelijk makenVolgens Van Schip is kennis over lucht en luchtstromen cruciaal. “Je moet weten wat er gebeurt om er naar te kunnen handelen. Hoe gedraagt de lucht zich ’s zomers en ’s winters en hoe stel je de inlaatventielen af?” Met behulp van een rookmachine kun je als pluimveehouder inzichtelijk maken hoe luchtstromen werken en wat de invloed is op het klimaat. “Het ontbreekt pluimveehouders soms simpelweg aan tijd en geld om hiernaar te kijken. Onze studenten diergeneeskunde hebben tijd om metingen te verrichten. Trek maar eens aan de bel. Het geeft mij voldoening om uit te leggen wat er gebeurt.”Sommen beperkt zich niet tot het verkopen van klimaatcomputers. Advies en service is een belangrijk onderdeel van zijn verdienmodel, zo zegt hij. “We zijn betrokken bij het stalontwerp en zorgen dat de klimaatcomputer wordt ingeregeld. We hebben zeker het eerste jaar intensief contact met de pluimveehouder. We kunnen op afstand inloggen en meekijken en vertellen wat er gebeurt”, aldus Sommen. Hij vergelijkt deze vorm van ondersteuning met die van een helpdesk. Installeer diverse temperatuur- en vochtsensorenEen noodzakelijke vereiste voor een correcte werking en diagnose op afstand is inzicht in een aantal kritische waarden en kengetallen die iets zeggen over het klimaat binnen én buiten de stal. Sommen adviseert het installeren van diverse temperatuur- en vochtsensoren, waarmee automatisch het dauwpunt en de gevoelstemperatuur kunnen worden vastgesteld en gelogd. Een CO2-sensor geeft eveneens een goede indicatie van de verversingsgraad in de stal, stelt Sommen. Hoewel het nut ervan is bewezen, ziet hij dat de keuze voor die laatste in de praktijk vaker wordt gemaakt door vleeskuikenhouders.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









