‘Exportkampioen worden is geen doel op zich’

Uien laden voor export naar Afrika. - Foto: Peter Roek
Er is een rare discussie gaande over Nederland als op een na grootste exporteur van landbouwgerelateerde producten ter wereld.Voor de een is het een bron van trots, voor de ander een steen des aanstoots. Beide zijn even zinloos.Een derde van de ruim € 90 miljard landbouwexport gaat naar Duitsland en België. Eigenlijk geen export, maar afzet op de interne Europese markt. Verder bestaat € 25 miljard uit pure doorvoer. Dan het woord ‘trots’ zelf. Die tweede positie is geen prestatie, geen behaald doel, maar de uitkomst van een nogal arbitraire optelling van getalletjes. Overigens staan machines bovenaan in de CBS-lijst van meest lucratieve exportproducten die deze week bekend werd. Lees ook: Vlees in top 10 meest verdienstelijke exportNederland voorziet in vraagDan de andere kant. Is gerichtheid op export iets wat je niet moet willen? Is export hetzelfde als dumpen wat je zelf niet op kunt en de oorzaak van milieuproblemen? Welnee. Export is net als binnenlandse afzet: voorzien in een vraag, een klant bedienen. Dat veel Nederlandse bedrijven op de buitenlandse markt opereren, komt doordat ons land maar klein is, een open economie heeft en sterk is op een paar terreinen. Tegenover voedselexport staat trouwens ook voedselimport. Achter de kritiek op exportgerichtheid zit de vooronderstelling dat landen zelfvoorzienend zouden moeten zijn. Dat is volstrekt achterhaald. Houd dus liever op over Nederland als exportkampioen. Het leidt alleen maar af van waar het echt om gaat: de randvoorwaarden waarbinnen ondernemers hun brood kunnen verdienen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









