Exoten steken vaker de grens over

Laatst bijgewerkt:
Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Meer toerisme naar verre oorden, meer transportbewegingen en verdere klimaatverandering. Het draagt allemaal bij aan de opmars van invasieve exoten in Nederland.Japanse duizendknoop, rode Amerikaanse rivierkreeft, tijgermug. Oude en nieuwe exoten, media berichten er steeds vaker over. In de landbouw is dat niet anders. Knolcyperus, nijlganzen en de coloradokever zijn ‘vertrouwde’ exoten en blauwtong was ooit het gevolg van een exoot. Inmiddels zijn grote waternavel, watercrassula, alsemambrosia, halsbandparkiet en suzuki-fruitvlieg ook bekende exoten geworden. Bovendien rammelen nieuwe indringers aan de poort. Voorbeelden zijn: Afrikaanse varkenspest (varkens), besnoitiose (runderen), en epitrix en zebra chip (akkerbouw). Het aantal exoten neemt toe.Dat blijkt ook uit de Europese Unielijst. Die lijst met invasieve exoten – invasief betekent hier ‘schade en overlast gevend’ – wordt elk jaar langer en varieert van planten en vogels tot vissen en ongewervelden.Lees onderaan dit artikel het verhaal van akkerbouwer Chris Breukers.Lijst Europese Unie invasieve exotenDe Europese Unie stelt sinds 2016 een lijst op van invasieve exoten. Die lijst is ‘dynamisch’, maar is de laatste jaren vooral langer geworden. In 2019 zijn 17 soorten toegevoegd waardoor nu 69 planten, zoogdieren, vogels, reptielen, ongewervelden en vissen op de Unielijst staan.
Voorbeelden hiervan zijn: grote waternavel, beverrat, nijlgans en Aziatische hoornaar. Bezit, handel, teelt of vrijstelling in de natuur van deze soorten is verboden. Elke EU-lidstaat is verplicht dit te monitoren en onder controle te houden. In Nederland doen de NVWA en de provincies dit. Exoten als Japanse duizendknoop, alsemambrosia of watercrassula staan niet op de Unielijst.Toerisme en transportDe toename van het aantal exoten is vaak toevallig. De belangrijkste oorzaak: het verslepen van organismes via toerisme of transport. Dat kunnen simpele dingen zijn. Het onkruid alsemambrosia wordt bijvoorbeeld ingevoerd als vogelzaad uit Hongarije en is daarna in Nederland voor inzaai van wegbermen gebruikt. “Overal waar beweging is, is wel sprake van menselijk handelen”, zegt Chris van Dijk van Wageningen UR. “Het effect van klimaatverandering is volgens hem kleiner. “Exoten schuiven dan vooral op van het Zuiden naar het Noorden.”Klimaatverandering introduceert dus niet veel nieuwe exoten in Nederland, maar zorgt er wel voor dat omstandigheden voor exoten hier gunstiger worden. Ze gedijen beter en kunnen makkelijker overleven. In de winter zijn steeds minder vorstperiodes en in de zomer is het warmer. Wilfred Reinhold, voorzitter van Stichting Platform Stop Invasieve Exoten, geeft een voorbeeld. “Alsemambrosia verspreidt zich sinds kort door zaadvorming en verspreiding zo krijgt meer kans. Daar gaat de akkerbouw straks last van krijgen.”Lees verder onder de foto.Een sloot wordt gemaaid door een medewerker van een waterschap. Exoten als de grote waternavel belemmeren de watertoevoer en worden door waterschappen verwijderd. - Foto: Unie van WaterschappenMoeizame aanpak exotenProvincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van invasieve exoten. Met uitzondering van rivierkreeft en wolhandkrab (Rijk) en bever- en muskusrat (waterschappen). De NVWA heeft per soort een ‘actieplan’ opgesteld, maar theorie en praktijk botsen nogal eens.Dat is niet het enige probleem. Het gebruik van chemische middelen staat in Nederland steeds meer onder druk. Er zijn de laatste jaren al middelen uit de gereedschapskist van boeren en tuinders verdwenen. Dat maakt bestrijding van exoten er niet makkelijker op. Makkelijk is het vaak toch al niet, zegt voorzitter Gerard van den Anker van fruittelersorganisatie NFO. “De suzuki-fruitvlieg bijvoorbeeld kunnen telers op 2 manieren bestrijden: met middelen of een insectengaas om bomen te beschermen. Echter, meer middelen worden verboden en gaas is niet in elk bestemmingsplan toegestaan vanwege het landschappelijk effect. Dat vraagt om meer flexibiliteit in het meedenken door overheden. Iets dat nu onvoldoende gebeurt.”Beleid is nu te halfslachtigWil Meulenbroeks van LTO melkveehouderij herkent dat beeld. “Het beleid is nu te halfslachtig. Pas als de ellende echt groot is, wordt ingegrepen of krijgt de boer handvatten. Dat is jammer, want sector en overheid moeten het samen doen.”Geen vergoedingEen derde probleem is schade veroorzaakt door exoten. Boeren en tuinders kunnen die niet vergoed krijgen. BIJ12 vergoedt alleen schades veroorzaakt door beschermde inheemse soorten. Exoten zijn weliswaar niet beschermd, ze mogen alleen aangepakt worden binnen bestaande regelgeving. Een voorbeeld in de fruitteelt is de halsbandparkiet. Van deze exoot nemen aantallen en schades toe, maar afschieten is strikt verboden en andere bestrijdingsmethodes werken nauwelijks.Lees verder onder het kader.Wat is de beste aanpak om invasieve exoten te bestrijden?De beste aanpak van een plantenexoot is vroeg detecteren en direct verwijderen. Vaak lukt dat niet. Dan is de beste bestrijding een combinatie van chemische middelen, mechanische bestrijding en ‘competitieve’, – voor de akkerbouw minder renderende – gewassen als vezelhennep en gras. Daarbij aangetekend: middelengebruik blijft heel erg nodig. Dat stelt Marleen Riemens van Wageningen UR. Ze pleit daarom voor betere samenwerking tussen sector, overheid en kennisinstellingen. Die is nu onvoldoende. Als voorbeeld noemt ze Japanse duizendknoop. Met de in Nederland toegelaten middelen is die exoot niet dood te krijgen. Bij knolcyperus kan de aanpak slimmer. Met precisielandbouw is een besmet deel van een perceel in kaart te brengen en vlot te isoleren. Dan is een algeheel teeltverbod niet nodig.Exoten op agendaIn Nederland worden exoten steeds meer geagendeerd. Niet alleen in de landbouw, maar zeker ook in stedelijke en natuurgebieden. Zo maakt de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld voor het eerst budget vrij voor invasieve exoten: € 8 miljoen.Waterschappen zien hun kosten ook oplopen. Vooral grote waternavel, watercrassula en Japanse duizendknoop bezorgen waterschappen in toenemende mate kopzorgen. “Bij waterplanten lijken warmere zomers het probleem te zijn; ze duiken vooral op nieuwe plekken op. Bij de Japanse duizendknoop lijkt ondeskundig beheer bij te dragen aan verdere verspreiding”, aldus een woordvoerder.SamenwerkingLTO’er Meulenbroeks ziet dit ook. “De  Japanse duizendknoop komt vooral in bermen voor en die grondbeheerders bestrijden de exoot niet met middelen waardoor die kan uitbreiden naar boerengrond. Op die percelen blijkt dat maaien, klepelen, grond verwijderen of laten begrazen door schapen niet helpt. Ook hier geldt: we moeten het samen aanpakken; overheid, boeren en overige grondeigenaren.”Zijn collega Jaap van Wenum van LTO akkerbouw noemt de grote waternavel als actueel aandachtspunt voor telers. Al raakt die volgens hem de pleziervaart harder dan de akkerbouw. Ook noemt hij de maiswortelkever, die zo nu en dan opkomt in Nederland. De knolcyperus blijft echter de meest hardnekkige exoot. “Die is ooit in de jaren 80 met een partij gladiolen hier gekomen. Je mag hem met middelen bestrijden, maar de knolcyperus is bijna niet kapot te krijgen.”Schade veroorzaakt door invasieve exoten onduidelijkInvasieve exoten veroorzaken veel schade, maar er zijn weinig cijfers van. In het boek Biological Globalisation uit 2007 is ooit een rekensom gemaakt van de jaarlijkse schade in Nederland: € 1,3 tot € 2,1 miljard. Die schade was wel voor een groot deel gerelateerd aan menselijke ziektes.
NVWA, Wageningen UR, LTO en NFO kunnen geen schadecijfers overleggen. Daarbij spelen soms andere factoren een rol. Zo melden telers zelden knolcyperus en valt de exoot nijlgans onder de algemene noemer ganzenschade. Alleen de Unie van Waterschappen kan een beeld schetsen.

Waterschappen hebben vorig jaar € 2,5 miljoen uitgegeven aan bestrijding van water- en oeverplanten (zoals grote waternavel) en € 0,3 miljoen aan bestrijding van terrestrische planten (onder meer Japanse duizendknoop). Die kosten stijgen ook.‘Taboe op knolcyperus door te zware claim langdurig teeltverbod’Chris Breukers merkt dat de exoot knolcyperus de laatste jaren meer schade aanricht. “Door groter wordende bedrijven, losse grondruil tussen sectoren en sectorbrede onwetendheid of gemakzucht is de verspreiding toegenomen.” Loonwerkers kunnen ook onbedoeld bijdragen. “Er hoeft maar een knol aan een mestinjecteur of bietenmuis vast te zitten.” Verspreiding via wilde zwijnen gebeurt ook. Die vreten op een besmet perceel en bemesten elders. Breukers: “Als je knolcyperus snel signaleert en er bovenop zit, is het beheersbaar. Anders wordt het een lang verhaal.”Lees verder onder de foto.Naam: Chris Breukers (38). Woonplaats: Ell (L.). Bedrijf: akkerbouwbedrijf met 120 hectare aardappelen en 120 hectare uien, wortelen en graan. 6 hectare land is besmet met knolcyperus. - Foto: Bert JansenRegelgevingVolgens Breukers is de huidige regelgeving voor knolcyperus niet goed. “Er heerst een taboe op deze exoot door de te zware claim van een teeltverbod.” Dat verbod geldt als een perceel besmet is verklaard door NVWA. Gewassen telen, mag pas weer als het perceel drie aaneengesloten jaren vrij is van knolcyperus. “Dat is niet reëel. Als op een groot deel van mijn areaal een teeltverbod zou liggen, komt bedrijfsvoering serieus in gevaar.”In de praktijk betekent dit dat geen teler zich officieel meldt als knolcyperus de kop opsteekt. “Telers kijken wel uit vanwege de gevolgen. Er is een angstcultuur waarbij dat ene plantje begrijpelijk verzwegen wordt. Zelf ben ik zeer scherp op hygiëne. Per perceel je machine schoonmaken van grond helpt enorm.”Ik zou graag zien dat ‘controlebudget’ deels bestrijdingsbudget wordtTeeltverbodNiettemin kampt Breukers met 1 besmet perceel. Voor 6 hectare grond geldt een teeltverbod nadat de NVWA knolcyperus signaleerde. “Ik mag er alleen mais telen. Dat kost me een paar duizend euro per jaar; geen rooivruchten in de roulatie immers.”Een ander probleem: steeds minder middelen zijn toegestaan om knolcyperus aan te pakken en ze werken niet afdoende. Mechanische bestrijding is ook geen alternatief. En een middel dat volgens Breukers goed werkt – pyridaat – mag in België wel in mais, maar hier niet. “Ik zou ervoor pleiten om het teeltverbod te schrappen en een bestrijdingsplicht met enkele deugdelijke middelen in te stellen. Nu is het beleid te rigide en zijn de gevolgen verkeerd: telers melden niks. Ik zou graag zien dat ‘controlebudget’ deels bestrijdingsbudget wordt. Bestrijden ís controle houden. Nu lopen we achter de feiten aan.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.