Een optimaal werpproces: 3 zeugenhouders vertellen

Nadieh Schleedoorn (30) werkt als zzp'er bij Doeschot en is verantwoordelijk voor het kraamstalmanagement. Zij kan alle aandacht aan de zeugen schenken. - Foto: Henk Riswick
Drie zeugenhouders vertellen hoe zij de zeugen voor en tijdens het werpproces optimaal ondersteunen in het kraamhok. Elk bedrijf vindt hierin een eigen methode.Aandacht is de allerbelangrijkste factor voor een goede kraamperiode voor de zeug, vertelt Lisette Tuenter, onafhankelijk adviseur en gespecialiseerd in het kraamstalmanagement op zeugenbedrijven. ‘“Als een zeug goed in haar vel zit, dan gaat het geboorteproces vanzelf.”Drie varkenshouders vertellenNormaal gesproken duurt de geboortetijd ongeveer vier uur, maar er zijn bedrijven waar de zeugen er een hele dag over doen. De laatste biggen hebben dan een grote achterstand met biestopname. De basis in de kraamperiode moet optimaal zijn en te veel stress moet worden vermeden: een zeug die verplaatst wordt naar het kraamhok, krijgt te maken met stress. Verandering van omgeving, van groep naar een individuele box, verandering van voer en voerhoeveelheid. Op tijd naar het kraamhok, goed kijken naar de behoefte van de individuele zeug, een juiste voersamenstelling waardoor er een optimale uierdruk ontstaat, kunnen stress verminderen, aldus Tuenter.Nadieh Schleedoorn (30) werkt als zzp'er bij Doeschot en is verantwoordelijk voor het kraamstalmanagement. Zij kan alle aandacht aan de zeugen schenken. - Foto: Henk RiswickDe drie varkenshouders Doeschot, Wolters en Brummelhuis behalen goede resultaten in de kraamstal met de door hun gekozen methode. Ze hebben naast veel aandacht voor de zeugen een eigen werkwijze in de kraamstal op het gebied van voeding en huisvesting, en vertellen hoe zij omgaan met het werpproces van de zeugen.➤ Doeschot: de zeugen zelf het werk laten doenHet werk in de kraamstal besteedt Doeschot uit aan zzp‘er Nadieh Schleedoorn, die tijdens het werpproces alle aandacht aan de kraamzeugen kan besteden.“Met dit aantal zeugen kan ik onmogelijk zelf alle benodigde aandacht besteden in de kraamstal, vandaar dat ik hiervoor personeel inhuur”, aldus de varkenshouder die de eigen biggen wegbrengt. Schleedoorn krijgt alle vrijheid om haar werk in de kraamstal zo goed mogelijk uit te voeren. Dit resulteert in goede resultaten, met een laag percentage doodgeboren van 0,8 big per worp.Jan Doeschot (39) in Ambt Delden (Ov.). Doeschot houdt 1.000 Deense zeugen met eigen aanfok (rotatiekruising) en gebruikt als eindbeer PIC 408. Door de zeugen veel aandacht te geven in de kraamstal is het aantal doodgeboren biggen slechts 0,8%. Doeschot runt het bedrijf samen met 3 medewerkers. - Foto: Henk RiswickDe zeugen die wekelijks werpen komen een week van tevoren vanuit de groepshuisvesting met voerstations in de kraamstal en worden dan gewassen. De druk op de waternippels wordt gecontroleerd en alle zeugen krijgen in de kraamstal een lactovoer, dat pas vier dagen na het werpen wordt opgebouwd. Gelijk na het werpen krijgen de zeugen suiker bijgevoerd, voor extra energie.Dagelijks controleert Schleedoorn de uiers op afwijkingen, zoals harde platen of roodheid. Mocht dit het geval zijn, dan gaan de zeugen meteen terug in de voerhoeveelheid.Iedere dag wordt de mest uit het kraamhok verwijderd en in de biggennesten wordt kalk gestrooid voor het werpen. Het biggennest heeft geen lamp, maar wel vloerverwarming en een onderkruip die naar beneden gaat als het werpen start.Zodra het werpen begint, loopt Schleedoorn elk half uur een rondje door de kraamafdeling met 48 zeugen. De zeugen krijgen veel aandacht tijdens het werpproces, maar ze moeten het grotendeels zelf doen. Opvoelen of geboortehulp verlenen is hooguit bij een aantal zeugen per weekgroep noodzakelijk. Na de tweede voerbeurt rond 17.00 uur gaat de deur dicht en krijgen de zeugen rust.➤ Wolters: extra voersoort voor een soepel werpprocesWalter en Carla Wolters in Harreveld hebben veel aandacht voor de zeugen in de kraamstal. Een extra pré-lactovoer zorgt voor dunnere mest en daarmee een sneller werpproces bij de zeugen.De dragende zeugen houdt Wolters in de groepshuisvesting op stro. Zeugen liggen niet alleen op het stro, maar vreten dit ook op. “Vooral de zeugen die veel stro vreten, krijgen hierdoor dikkere mest”, vertelt Wolters. Bij het werpproces is dit niet wenselijk, omdat dikke mest zich ophoopt in de darmen en hierdoor het geboortekanaal gedeeltelijk blokkeert. Met als gevolg meer doodgeboren biggen. Het voer dat Wolters in de kraamstal voert, zorgt voor iets smeuïger mest, waardoor het geboorteproces soepeler verloopt. Dat blijkt ook uit de resultaten van de zeugen die jaarlijks bijna 34 biggen per zeug grootbrengen. Geboortehulp hoeft de varkenshouder niet vaker toe te passen dan bij één of maximaal twee zeugen, van de in totaal 30 zeugen in de kraamstal.Walter Wolters (56) in Harreveld (Gld.). Samen met zijn vrouw Carla (53) houdt Walter 210 Deense zeugen met eigen aanfok en 1.800 vleesvarkens. Voor een goede transitieperiode van dracht naar werpen voert Wolters een pré-lactovoer. De varkenshouders werken met een driewekensysteem waarbij de kraamzeugen in een afdeling van 30 zeugen liggen. - Foto: Hans PrinsenWolters werkt met een driewekensysteem. De meeste zeugen komen op vrijdag voor de werpweek vanuit de dragendezeugenstal in de kraamstal. Per tien zeugen worden ze gescheiden vanuit het voerstation en in de kraamstal geplaatst. De eerste twee dagen krijgen de zeugen nog het drachtvoer verstrekt. Op zaterdag begint Carla, die het meeste werk in de kraamstal op haar neemt, met het voeren van het pré-lactovoer. Op dinsdag gaan de zeugen over op lactovoer en op woensdag kunnen de eerste zeugen beginnen met werpen. Op donderdag en vooral vrijdag is er een piek in het afbiggen. Om er voor te zorgen dat de zeug voldoende energie heeft tijdens het werpen, voert Wolters vanaf dinsdag tot en met vrijdag naast het lactovoer ook 100 gram pure suiker aan de zeugen in de kraamstal.Het voeren van de zeugen in de kraamstal gebeurt met een voerkar en een schep. De hoogte van de kraamstal is beperkt, waardoor je moet bukken als er een voerleiding doorheen loopt. Handmatig voeren heeft als voordeel dat er zonder veel moeite te wisselen is van de drie voersoorten en er meteen tijd is voor extra controle.➤ Brummelhuis: los wennen in het kraamhok vermindert stressBij het fokbedrijf van de familie Brummelhuis werpen de zeugen in een vrijloopkraamhok. Na twee jaar experimenteren en een jaar bouwen heeft de familie nu ongeveer een jaar ervaring met het werpen in de nieuwe kraamhokken. De zuivere NL zeugen, die langzaam overschakelen naar de zuivere Noorse zeug, komen op woensdag in het kraamhok. Dat is ongeveer een week voor het werpen. Op maandag kunnen de eerste zeugen beginnen met werpen, maar op woensdag biggen de meeste zeugen af. Naast een medewerker en een zzp’er voor drie dagen per week helpt vader Harrie ook nog volop mee in het bedrijf.Jarno Brummelhuis (36) in Hoge Hexel (Ov.). Jarno houdt samen met zijn ouders 500 fokzeugen, waarmee ze Topigs 50 opfokzeugen produceren voor de vermeerderaars, met daarnaast 2.200 opfokzeugenplaatsen. Sinds een jaar werpen de zeugen in hun eigen ontwikkelde vrijloopkraamhok. - Foto: Ronald HissinkOm het werpproces zo goed mogelijk te laten verlopen, is er elke dag een persoon verantwoordelijk voor de kraamafdeling. Diegene die verantwoordelijk is, schrijft alles op de papieren zeugenkaart die boven de zeug hangt, met tijdsaanduiding. Niet alleen de standaardgegevens, zoals het aantal levend- en doodgeboren biggen, maar ook de bijzonderheden, zoals geboortehulp. Door alles te noteren kan een tweede persoon die controleert altijd zien wat de stand van zaken is.De dragende zeugen gaan vanuit de groepshuisvesting in de vrijloopkraamhokken. De zeugen komen eerst los in het kraamhok. Zo krijgen ze de kans om te wennen aan de kraamstal. Per zeug bekijkt de zeugenhouder of de zeug bijna gaat werpen. Een dag voor het werpen wordt de zeug opgesloten en krijgt een jutezak voor de nesteldrang. Niet alleen om biggenuitval te voorkomen, ook voor de medewerkers is het veiliger om de zeug bij het werpen in de box te houden. Vooral de jonge zeugen, die nog nooit in een box hebben gestaan, hebben baat bij het los wennen in de kraamstal. Voorheen merkte Brummelhuis dat ze bij de overgang van de groepshuisvesting naar de kraamstal meer stress vertoonden. Nu ze eerst los kunnen wennen aan een nieuwe omgeving, is dat over. “De oudere zeugen hebben daar geen moeite mee, omdat ze de kraamstal kennen, zeugen zijn slim en kunnen goed onthouden”, aldus Brummelhuis.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









