‘Een kleinere veehouderij, met een fatsoenlijk inkomen’

SP-kandidaat Frank Futselaar - Foto: Ruud van der Ploeg
Wie willen er in de Tweede Kamer? Nieuwkomers en oudgedienden van verschillende partijen vertellen in de aanloop naar de verkiezingen (15 maart) wat ze willen. Vandaag Frank Futselaar, nummer 11 op de lijst van de SP.Een plek in de Tweede Kamer kan hem bijna niet ontgaan, gezien de huidige peilingen. Toch houdt SP-kandidaat Frank Futselaar (37) een slagje om de arm. “Eerst de verkiezingen nog.”Futselaar viel tijdens het eerste landbouwdebat voor de Tweede Kamerverkiezingen op door zijn ongezouten standpunten over de landbouw. Hij maakte geen vrienden onder de aanwezige boeren en tuinders toen hij zei dat de veehouderij moest inkrimpen. “Dat was naar aanleiding van een vraag van een boer die zei dat hij best wilde inkrimpen, maar dat er wel een compensatie voor moest komen. Ik vind dat de veehouderij moet inkrimpen, de landbouw moet duurzaam zijn, maar tegelijk moeten we ervoor zorgen dat er een fatsoenlijk inkomen is voor de boer. Ik heb daar ook niet zo de oplossing voor.”SP-kandidaat Frank Futselaar. - Foto: Ruud van der Ploeg‘Onder linkse stedelingen worden mensen in een varkensbedrijf gezien als dierenbeulen.’Futselaar is docent op de Saxion Hogeschool in Enschede en hij zit voor de SP in de raadsfractie in de gemeente Zwolle. Eerder was hij medewerker van de SP-fractie in het Europees Parlement, werkte hij als beleidsambtenaar bij de provincie Overijssel en zat hij voor de SP in de staten. Hij heeft geen wortels in de landbouw, maar hij heeft wel veel landbouwbedrijven gezien. Hij leerde dat je niet alle bedrijven over één kam kunt scheren. “Voor een SP’er ben ik op relatief veel bedrijven geweest. Onder linkse stedelingen worden mensen in een varkensbedrijf gezien als dierenbeulen. Daar moeten we mee ophouden, want zo is het niet in de praktijk. Natuurlijk gebeuren er dingen waarvan je niet gelukkig wordt, maar je kunt niet daarmee een hele groep wegzetten.” En toch moet de veestapel kleiner, vindt hij. “Ja, maar niet zonder ons te realiseren dat dat van alles betekent voor de mensen, hun inkomen en hun bedrijven.”‘Ik vraag me af hoe reëel de visie is dat de boeren groot maatschappelijk draagvlak hebben’Hij schrikt als hij hoort hoe overtuigd sommige boeren zijn van het draagvlak voor de intensieve veehouderij. “Dan moeten ze misschien naar andere feestjes gaan. De meerderheid van de mensen in Nederland woont in de stad, met de opvattingen – wat je daar verder ook van denkt – die daarbij horen. Het moet ook de boeren te denken geven dat de Partij voor de Dieren nu in de peilingen soms op vijf tot zes zetels staat. Dan vraag ik me af hoe reëel de visie is dat de boeren groot maatschappelijk draagvlak hebben.”‘Het gaat om het beleid’Wat Futselaar betreft hoeft de boer niet op een schild te worden gezet, maar het zou goed zijn als de sector beleidsmatig niet als een probleem zou worden gezien. Daar is niet per se een eigen minister voor nodig. “Dat vind ik zo’n rare discussie. Het moet gaan om het beleid, om een fatsoenlijk inkomen voor de boeren, dat we de voedselproductie in ons land verzekeren en tegelijk de druk van de sector op de omgeving beperkt houden. Het gaat niet om de persoon of om de vraag of die minister of staatssecretaris is. Het gaat om het beleid.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









