‘Duurzaamheidsdoelen volgens goede landbouwpraktijk’

De huidige equivalente maatregelen beperken toepassing van organische mest. - Foto: Joris Telders
De equivalente maatregelen worden in hun huidige vorm geen succes. Werkbaarder is om naar grondsoorten te kijken en waar mogelijk generiek toedieningsnormen te verhogen, en elders te sturen op knelpunten.Duurzaamheid is een logisch beleidsthema. Terecht wordt wetgeving gestuurd in de richting van bijvoorbeeld minder emissies naar het milieu en het sluiten van kringlopen. Duurzaamheid is echter een breed begrip en beslaat vele aspecten die niet altijd complementair zijn aan elkaar. In de landbouw weten we hiervan mee te praten. Ondernemers willen best in snel tempo duurzamere teelttechnieken doorvoeren die het milieu verder ontlasten, indien deze ontwikkeling bijvoorbeeld ook economisch duurzaam is. Wettelijke sturing wordt dan ook terecht kritisch beoordeeld op de andere duurzame factoren.‘Gebruiksnormen zijn onder de landbouwnormen gekomen’Neem nou de invoering van equivalente maatregelen. Inmiddels is iedereen zich er wel van bewust dat de gebruiksnormen onder de economisch landbouwkundige normen terecht zijn gekomen. Naast derving van inkomen dreigt echter ook de bodemvruchtbaarheid in Nederland in gevaar te komen en de eerste tekenen zijn hiervan inmiddels meetbaar. Verruiming van gebruiksnormen dient dus meerdere duurzaamheidsdoelen, en is ook logisch als een ander duurzaamheidsdoel (nitraatrichtlijn) grotendeels is gehaald. Opbrengst niet alleen door bemesting bepaaldDe vraag is alleen: hoe? Volgens landbouworganisaties door normen nog specifieker op opbrengst te sturen: niet landelijk, regionaal of per gewas, maar zelfs op bedrijfs- of perceelsniveau. Op zich valt daar veel voor te zeggen: hogere afvoer rechtvaardigt een hogere aanvoer. Maar iedere teler weet dat opbrengst niet alleen wordt bepaald door bemesting. Niet stuurbare factoren (zonnestraling, koude, droogte, hitte, overvloedige regenval etc) zijn soms net zo bepalend.Wetgeving moet zijn te handhavenIn een rechtsstaat als Nederland is het voor overheid én landbouw bovendien belangrijk dat wetgeving controleerbaar en handhaafbaar is. We kennen in de mestwetgeving inmiddels ook andere voorbeelden dat deze zo ingewikkeld is geworden, dat handhaafbaarheid en controleerbaarheid ernstig in gedrang zijn gekomen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft hier onlangs in zijn evaluatie van het mineralenbeleid nog aandacht voor gevraagd. Als dan ook de voorwaarden voor het mogen gebruiken van verhoogde normen onverwacht worden aangescherpt, waardoor bijvoorbeeld aanvoer van organische stof door drijfmest verder wordt gereduceerd, is snel duidelijk dat equivalente maatregelen geen groot succes gaan worden. Zeker als de administratieve bewijslast zwaar is en er angst is voor korting op betalingsrechten.‘Het is duidelijk dat equivalente maatregelen geen groot succes gaan worden, zeker als de administratieve bewijslast zwaar is en er angst is voor korting op betalingsrechten.’Volg bij mineralen regionale aanpakHoe dan wel? Het PBL geeft ook hierin een advies. Pak zaken op gebied van mineralen regionaal aan. Het grootste deel van Nederland voldoet aan de nitraatrichtlijn, een klein gedeelte niet. Grondsoorten hebben in verticale emissies elk hun eigen dynamiek en in horizontale emissies scoort Oost-Nederland beter dan het waterrijke en verstedelijkte West-Nederland. Regionaal de knelpunten in kaart brengen dus en effectief aansturen. Verhoog de normen generiek waar mogelijk en zoek andere mogelijkheden om de normen te halen waar nodig.‘Grondsoorten hebben in verticale emissies elk hun eigen dynamiek en in horizontale emissies scoort Oost-Nederland beter dan het waterrijke en verstedelijkte West-Nederland. Regionaal de knelpunten in kaart brengen dus.’Overheid, betrek de sector eerder bij nieuwe wetgevingIk zou daar nog aan toe willen voegen: het fosfaatreductieplan van afgelopen jaar leert ons dat effectief en gedragen beleid maken niet alleen een zaak is van de overheid en/of LTO en alleen aan de wetenschap kunnen we het zeker niet overlaten. We zijn de afgelopen decennia regelmatig verrast door regelingen die op de wetenschappelijke tekentafel wellicht effectief zijn, maar in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar of onlogisch zijn. ‘Het fosfaatreductieplan van afgelopen jaar leert ons dat effectief en gedragen beleid maken niet alleen een zaak is van de overheid en/of LTO en alleen aan de wetenschap kunnen we het zeker niet overlaten.’ Overheid, ga in een vroeg stadium met partijen om de tafel en betrek ook adviseurs en andere erfbetreders uit de plantaardige sector, coöperaties en bv CLM in de discussie om te komen tot een breed gedragen wetgeving die zo veel mogelijk duurzaamheidsdoelen dient volgens een goede landbouwpraktijk. Want daar moet het gebeuren!‘Overheid, ga in een vroeg stadium met partijen om de tafel en betrek ook adviseurs en andere erfbetreders uit de plantaardige sector, coöperaties en bv CLM in de discussie om te komen tot een breed gedragen wetgeving.’
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









