Digitale mestbon pas in 2022 voor alle mesttransporten

Laden van drijfmest op een varkensbedrijf. - Foto: Bert Jansen
De invoering van de digitale mestbon gebeurt in fases. Hoewel het stelsel volgens de derogatievoorwaarden per 1 januari 2021 ingevoerd moet zijn, heeft Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, toch besloten dit niet voor de hele sector tegelijk te doen.Vanuit de mestwereld werd al lange tijd gezegd dat het niet realistisch was om een ander stelsel van registratie van mesttransporten in te voeren in het hoogseizoen. Jaarlijks worden ongeveer een miljoen mesttransporten uitgevoerd.Invoering rVDM in drie fasesDe realtime verantwoording voor het vervoer van dierlijke mest (rVDM) wordt nu in drie fases ingevoerd. In de eerste fase – de testfase- zal het nieuwe stelsel proefdraaien naast het bestaande systeem van registratie van mesttransporten. Het nieuwe stelsel zal hierbij ‘schaduw draaien’. In de tweede fase zullen een of meer pilots plaatsvinden waarmee de werking van het stelsel in samenwerking met de mestsector in de praktijk wordt getest. In de derde fase zal het stelsel over alle mesttransporten worden uitgerold. Schouten verwacht dat dit in de maanden na het uitrijseizoen zal gebeuren, als relatief weinig mesttransport plaatsvindt. Het is de bedoeling dat in deze periode kinderziektes uit het systeem worden gehaald, waarna de digitale mestbon in het voorjaar van 2022 breed ingevoerd kan worden. De Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet waarin dit geregeld wordt, is in november naar de Europese Commissie gestuurd ter notificatie. De notificatieprocedure duurt drie maanden en eindigt op 17 februari 2021. Schouten verwacht de definitieve regelgeving het eerste kwartaal van 2021 te publiceren.De minister stuurde de brief waarin ze uitstel van de invoering van de digitale mestbon aankondigt, op kerstavond naar de Tweede Kamer.Overgangstermijn fosfaattoestand bodemVanaf 1 januari 2021 wordt de gecombineerde indicator ingevoerd om de toegestane fosfaatgift vast te stellen. Het nieuwe stelsel moet met meer verfijnde – veelal strengere – gebruiksnormen leiden tot een neutrale fosfaattoestand op alle bodems. In de brief geeft Schouten definitief uitsluitsel dat boeren met geldige grondmonsters gebruik mogen maken van de overgangsregeling naar de nieuwe fosfaatindicator en fosfaatklassen. “Dat betekent concreet dat een rapport met een Pw-getal gebaseerd op een monstername na 15 mei 2019 nog gebruikt kan worden bij de Gecombineerde opgave die sluit op 15 mei 2023. In een dergelijk geval zullen de fosfaatgebruiksnormen tot en met 2023 gelden zoals deze dit jaar, in 2020, van kracht zijn”, geeft Schouten als voorbeeld. Met name voor de akkerbouw in Zeeland blijkt de invoering van het nieuwe stelsel, waarbij de fosfaatbodemvoorraad (P-AL-getal) wordt meegenomen in de berekeningen, tot lagere gebruiksnormen te leiden. “Jonge zeeklei is van nature rijk aan fosfaat. De gecombineerde indicator houdt rekening met deze bodemvoorraad, in tegenstelling tot het Pw-getal. Er is dus meer fosfaat beschikbaar dan naar voren komt uit de huidige indicator voor bouwland. Bij een hoge fosfaatvoorraad kan daardoor volstaan worden met een lagere fosfaatgift zonder dat dit leidt tot een verlies aan opbrengst”, aldus Schouten. Goede landbouwpraktijk blijft uitgangspuntDe minister benadrukt in haar brief dat goede landbouwpraktijk voor haar uitgangspunt blijft. “Het moeten loslaten van de grondslag van bemestingsadviezen en het niet langer koppelen van de klassenindeling aan de daadwerkelijke fosfaatbehoefte van het gewas, is niet wenselijk. Anderzijds wil ik wel de ruimte bieden voor boeren om zich langer op de situatie onder de nieuwe indicator te kunnen voorbereiden, ook in verband met de Wet verantwoorde groei melkveehouderij”, geeft Schouten aan.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









