Deze 3 Amerikaanse akkerbouwers laten de bodem met rust

Humusrijke grond. Chris Harford heeft na meer dan 35 jaar notillage 7-8% organische stof in zijn percelen. Dat is veel lager geweest, maar oorspronkelijk was het wel 11% op deze voormalige prairiegronden.

Humusrijke grond. Chris Harford heeft na meer dan 35 jaar notillage 7-8% organische stof in zijn percelen. Dat is veel lager geweest, maar oorspronkelijk was het wel 11% op deze voormalige prairiegronden.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Geen mest. Vaak ook geen groenbemester. En toch steeds meer organische stof. Hoe doen die Amerikanen dat? Hun geheim: no-tillage landbouw.“Ploegen is het slechtste wat je kunt doen. Alsof je met een pook in een houtvuurtje port. Het fikt als een gek, en weg is je organische stof.” Aan het woord is Douglas Harford (68), akkerbouwer in het noorden van Illinois (VS) en al sinds 1983 verknocht aan de no-tillage-landbouw op zijn bedrijf met 600 hectare korrelmais en soja. No-tillage betekent hier: de bodem helemaal met rust laten, afgezien dan van zaaien en bemesten.

➤  No-till en strip-till: dit houdt het in  
➤  Douglas Harford: voordelen van no-tillage
➤  John Heisdorffer: wel no-till, geen groenbemesters
➤  Tim Bardole: vurig pleitbezorger van no-till
➤ No-till en strip-till: dit houdt het inNo-tillage betekent in Nederland vaak: niet ploegen, maar nog wel lichte grondbewerkingen. In de VS vaak ook, maar op 15% van het areaal (in Iowa) wordt de grond helemaal niet bewerkt. Zaaien en bemesten gebeurt rechtstreeks in de stoppel.De laatste jaren is ‘strip-till’ in opkomst. Daarbij krijgen stroken van 15 centimeter in rijen van 75 centimeter een lichte grondbewerking van 15 centimeter diep. Meestal gebeurt dat in het najaar, en wordt tegelijk kunstmest toegevoegd. Dit heeft als nadeel dat er stikstof kan uitspoelen. Maar vanwege slechte berijdbaarheid in het voorjaar kan het vaak niet anders. Het alternatief is voorjaars-strip-till.Akkerbouwer Chris Harford, de zoon van Douglas, toont het resultaat van 40 jaar geen grondbewerking: een grote hoeveelheid half vergane gewasresten van voorgaande jaren in een sojaperceel. Het lijkt bijna een soort bosbodem. - Foto's: Johan Oppewal
Het grote voordeel van strip-till in vergelijking met no-till is een beter ontwaterd en sneller opgewarmd zaaibed in het voorjaar. Vooral mais heeft daar baat bij.Sommige telers redden zich met aangepaste tandcultivators. Er zijn ook geavanceerde machines zoals de Soilwarrior, een zelfrijdend apparaat dat alles in één werkgang doet: stroken bewerken, zaaien en kunstmest toevoegen.➤ Douglas Harford: voordelen van no-tillageWaarom no-tillage?Toen Harford in 1972 begon te boeren, was het nog allemaal kerende grondbewerking wat hier de klok sloeg. Maar er waren problemen met erosie die de beruchte dustbowl van de jaren dertig in herinnering riepen. Oorzaak: dalende gehaltes organische stof. Harford: “150 jaar geleden zat er 11% in deze prairiebodems. Toen gingen ze ploegen. Eerst steeg de opbrengst snel, want er werden voedingsstoffen losgemaakt. Maar ze waren de grond aan het uitmijnen. Toen die nutriënten op waren, kwam toevallig net de kunstmest en konden ze weer even vooruit. Maar het humusgehalte daalde steeds verder.”Betere resultatenHarford besloot de ploeg in de schuur te zetten om hem er niet weer uit te halen. Sinds 1983 verdubbelde het gehalte organische stof naar 7-8%. Dat is hoog, gemiddeld is het in deze regio 3-5%. Bijzonder: hij redde dit zonder dierlijke mest en zelfs grotendeels zonder groenbemesters. In combinatie met groenbemesters kan het nog sneller. Volgens Heath Ellison van Iowa’s organisatie van sojaboeren ISA kan het met 1 procentpunt per 7 à 10 jaar.Humusrijke grond. Chris Harford heeft na meer dan 35 jaar notillage 7-8% organische stof in zijn percelen. Dat is veel lager geweest, maar oorspronkelijk was het wel 11% op deze voormalige prairiegronden.Nieuwe techniekenHarford was in de jaren tachtig een van de zeer weinigen die niet ploegden. De komst van Roundup en gmo-gewassen veranderde dat. Nu doet meer dan de helft van de Amerikaanse boeren aan een vorm van no-tillage, en dat aantal stijgt, niet alleen in erosiegevoelige gebieden maar ook in het vlakke land. De techniek is bovendien nog steeds in ontwikkeling.Zo is er nu strip-till, met strookjes. Dit gebeurt meestal in combinatie met kunstmest. De kalium- en fosfaatkunstmest gaan dan in vaste vorm in de strook. De stikstof gaat als vloeibare ammoniumkunstmest maar vaak ook als ammoniakgas (!) de bodem in, liefst in het voorjaar vanwege uitspoelingsgevaar. No-till heeft overigens geen invloed op de uitspoeling van stikstof.Aandachtspunt: onkruidbestrijdingEen belangrijk aandachtspunt is uiteraard onkruidbestrijding. Dit gebeurt soms voorafgaand aan het zaaien, maar ook wel na opkomst. De gewassen zijn toch resistent. Volgens sommige telers hoef je bij no-tillage minder vaak onkruid te spuiten dan bij grondbewerking. Anderen zeggen dat het juist veel preciezer komt. Als je niet op tijd bent, raakt je gewas snel overgroeid en helpt niks meer. Harford benadrukt dat no-till een andere werkwijze vergt. “De overschakeling was killing voor mijn langetermijnplanning. Het vereiste grotere precisie en aanpassing.”Er zijn nu 3 herbicideresistenties voor zowel soja als mais: Roundup, Liberty en Dicamba. Met die laatste zijn nu wel problemen, het middel tast de gewassen meer aan dan de bedoeling was.Aandachtspunt: groenbemestersEen discussiepunt onder no-tillers zijn de groenbemesters. In theorie kunnen die flink bijdragen aan bodemgezondheid. Organisaties als ISA bevelen ze dan ook erg aan. Er is zelfs subsidie voor. Veel toegepast zijn mixen van rogge met soorten als radijs en klaver.Wortelknolletjes aan een sojaplant. Hier leggen bacteriën stikstof uit de lucht vast. De bemestende waarde is ongeveer 50 kg N/ha per jaar aan gratis kunstmest.Maar veel telers hebben er problemen mee. Het zaad kost uiteraard geld. Soms lijkt het alsof de ‘covercrop’ stikstof wegkaapt. En soms lukt het niet om ze op tijd dood te krijgen in het voorjaar. Rogge moet je doodspuiten. En groenbemesters die doodvriezen in de winter, zoals haver, hebben in het najaar vaak te weinig tijd om te groeien tussen oogst en vorst. Zaaien tijdens de groei als ondervrucht zit nog in een experimenteel stadium.De voordelen van no-tillageDe waterhuishouding is ook een belangrijke factor bij no-tillage. Harford: “Ploegen is een soort van draineren, waardoor de grond droger wordt en in het voorjaar eerder opgewarmd is.” Dat is na de lange koude winters in deze regio een voordeel, vooral bij mais. Maar in de zomer wordt de droogtegevoeligheid groter bij ploegen.Opbrengstverhogend werkt de no-tillage per saldo niet. Er zijn wel andere voordelen. Zo neemt de draagkracht van de bodem toe en wordt de structuur beter. Volgens Harford redeneren boeren vaak precies verkeerd om: bodem verdicht, water wil niet weg, ploegen! “Beste remedie is: niet aankomen, bij ploegen stop je er lucht in en verdwijnt je organische stof”, zegt hij.In meer heuvelachtig gebied gebeurt veel contour-landbouw. Om bodemerosie te voorkomen worden gewassen in stroken geteeld evenwijdig aan de hoogtelijnen. Deze foto is gemaakt in Wisconsin, waar meest luzerne, (snij)mais en soja voorkomen, al dan niet met no-tillage teelttechnieken.Een groot voordeel van no-till is verder een lager brandstofgebruik. Je hebt minder werkgangen en minder zware machines.Veel minder bewerkelijk, dat is ook een voordeel van de no-till-methode. Waarom doet eigenlijk niet iedere boer dit? Volgens Harford zit dat vooral tussen de oren: “Peer pressure”, zegt hij, de druk van de omgeving. “Mensen willen graag een strak en net perceel en geen onbewerkt land vol stoppels en stengels.”Duurzame landbouw in de Corn Belt
Al met al geldt de akkerbouw gebaseerd op chemische onkruidbestrijding en no-till-landbouw in de Corn Belt als erg duurzaam. De telers kunnen zich dan ook niks voorstellen bij een verbod. De oudere generatie heeft nog jeugdtrauma’s van ‘walking beans’, door de bonen lopen en onkruidjes weghalen. Dat is in deze uitgestrektheid onbegonnen werk.➤ John Heisdorffer: wel no-till, geen groenbemestersIedere akkerbouwer heeft zijn eigen no-tillage-beleid. Sommige akkerbouwers zijn bijna fundamentalistisch in hun streven de bodem absoluut met rust te laten, andere veel pragmatischer. Tot die laatste groep behoort John Heisdorffer. Op de helft van zijn 400 hectare zaait hij jaarlijks soja. Dit gebeurt zonder grondbewerking in de stoppel van vorig jaar – meestal mais. Op de andere helft komt mais. Een kwart daarvan gaat rechtstreeks met de zaaimachine door de stoppel, de andere driekwart geeft hij toch van tevoren een lichte bodembewerking. Mais houdt niet van een koude start.John Heisdorffer (65) in Keota (Iowa). Samen met zoon Chris en vrouw Deanna een bedrijf van 400 hectare akkerbouw en 4.400 varkens. Heisdorffer is tevens vicevoorztter van de Amerikaanse Sojabonen Vereniging ASA.Goed onkruidmanagement is cruciaal bij de no-tillage-teelt. Vandaar – uiteraard – herbicideresistente rassen. Zowel de mais als de soja die hij gebruikt zijn glyfosaatresistent. De mais is daarnaast bestand tegen insectenvraat. De sojapercelen krijgen een bespuiting voorafgaand aan het zaaien, en nog eentje als de soja 20 centimeter hoog staat. De mais krijgt een bespuiting vlak na het zaaien en nog eentje als het 30 centimeter hoog staat.Groenbemesters heeft Heisdorffer geprobeerd, maar daar is hij mee gestopt. Hij had problemen om de ‘covercrop’ dood te krijgen, kreeg last van insecten, en bespeurde een slechtere beschikbaarheid van stikstof voor zijn gewas. Alsof de groenbemester die had weggekaapt.In tegenstelling tot veel andere akkerbouwers heeft Heisendorff varkensdrijfmest beschikbaar. In combinatie met de gedeeltelijke no-till slaagt hij er zo in om zijn organischestofgehalte stabiel te houden op 4-6%.Afrijpende soja, ergens in Iowa. Soja geldt als een 'vergevingsgezind gewas', minder kritisch dan mais. No-till is makkelijker dan bij mais. En uiteraard geeft het extra stikstof, zo'n 50 kilo per hectare per jaar.
Net als collega’s in de regio heeft hij dit jaar last van droogte. Door droogteperiodes in het voorjaar, afgewisseld met een paar stortbuien, was het ook lastig het onkruid te bestrijden. Daardoor zie je hier en daar wat onkruid, waaronder ‘giant rag weed’ (ambrosia). Maar volgens Heisendorff is er geen sprake van resistente superonkruiden, dit zijn de normale ontsnappingen die altijd kunnen voorkomen, stelt hij.➤ Tim Bardole: vurig pleitbezorger van no-tillTim Bardole is vurig pleitbezorger van no-till-landbouw. Hij begon er al mee in 1993, en zijn zoon Roy, die nu het bedrijf runt, is hem daarin gevolgd. Een van de voordelen is de helft minder dieselgebruik per hectare. Het scheelt ook veel werk. En het is volgens hem veel beter voor de bodem. Zowel structuur als berijdbaarheid, waterhuishouding en organischestofgehalte varen er wel bij.Schyler (24), Roy (41) en Tim (74) Bardole in Rippey (Iowa). Bedrijf: 800 ha akkerbouw met soja en mais. Familie boert hier sinds 1901. Gehalte organische stof 3-5%.Alleen mais heeft wat moeite met de koude en nattere no-till-grond in het voorjaar. Daarom doet Bardole daar strip-till. Ze ontwikkelden hiervoor zelf een aangepaste cultivator. Deze doet er ook kunstmest in op 8-9 inches diep, in het najaar. Met zijn gps-gestuurde zaaimachine plant hij de mais midden in de rij, dus zo dicht mogelijk bij de nutriënten.‘Boeren houden niet van Monsanto, maar wel van Roundup’Dit jaar zat de teelt tegen vanwege droogte. Er was bovendien door een lange winter en laat voorjaar maar heel weinig tijd voor onkruidbestrijding. Naast een lagere opbrengst heeft hij hierdoor een onkruidprobleem. “Dit jaar combinen we onkruid.”Bardole is fervent voorstander van gmo-gewassen, vooral in verband met de onkruidbestrijding. Over resistente ‘superonkruiden’, waar in Europa veel zorg over bestaat, hoor je hem niet. Wel benadrukt hij het belang van rotatie – met gewassen en met resistenties. Het liefst zou hij om en om soja en mais telen, maar omdat dit een lager rendement geeft, is het nu twee derde mais en een derde soja. Hij varieert met Roundup-ready- en Liberty-ready-varianten. Maar het gevaar van een doorbraak loert altijd. “Moeder Natuur wint op den duur toch.”Maisstengels van een vorige teeltronde op de grond in een maisperceel, tussen de stengels van het nog niet geoogste gewas van dit jaar. Deze stengels kunnen wel een paar jaar oud zijn, aldus Tim Bardole. Hij heeft er geen last van, integendeel, het verhindert winderosie.De bezwaren die in de EU leven tegen gmo-gewassen snappen ze hier niet. “Auto’s hebben al heel wat slachtoffers gemaakt maar van een gmo-gewas is nog nooit iemand ziek geworden.” Over afhankelijkheid van de grote bedrijven zit de teler ook niet in. “Boeren houden niet van Monsanto maar ze zijn dol Roundup.” En sinds het patent eraf is, zijn er opties genoeg, aldus de Bardoles.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.