Corona voelbaar in portemonnee van boeren

Foto: Mark Pasveer
2020 is een jaar van extremen. Over een brede linie is de impact van het coronavirus, de oprukkende AVP en droogte zichtbaar in de inkomenscijfers van boeren. Vooral het inkomen van varkenshouders daalt fors.Het gemiddelde inkomen van land- en tuinbouwbedrijven in 2020 komt uit op € 54.000 per ondernemer. Dat is een kwart (bijna € 20.000) minder dan het gemiddelde vorig jaar, ondanks ondersteunende coronamaatregelen van de overheid in bijvoorbeeld de akkerbouw. De impact van de coronapandemie is over de gehele linie te voelen, maar vooral varkenshouders zagen hun inkomens fors dalen ten opzichte van topjaar 2019. Het gemiddelde inkomen per varkenshouder komt uit op € 12.000 negatief, tegenover een positief inkomen van € 283.000 vorig jaar. De belangrijkste oorzaak daarvoor is de prijsdaling van vleesvarkens en biggen. Ook een negatieve aanwas speelt een belangrijke rol: dieren zijn op de eindbalans een stuk minder waard dan op de beginbalans. Vooral daardoor duiken de cijfers in het rood. De coronacrisis en de opmars van AVP liggen hieraan ten grondslag. Dat blijkt uit de jaarlijkse inkomensramingen van Wageningen Economic Research (WER).Minder vraag, op uitzondering naCorona loopt als rode draad door de boekhoudcijfers van boeren en tuinders. Door vraaguitval naar de producten zijn de gemiddelde opbrengsten per land- en tuinbouwbedrijf met 2% afgenomen. Sluiting van de horeca en catering in binnen- en buitenland kostte bijvoorbeeld aardappeltelers, vleeskuikenhouders en kalverhouders veel omzet. In de supermarkten steeg tijdens de pandemie de vraag naar biologische en vrije-uitloopeieren flink, maar de afzet van gewone scharreleieren naar de horeca kreeg grote klappen. Een uitzondering in de akkerbouw is de vraag naar uien. Die steeg fors, terwijl de productie achterbleef. Dat resulteert in een prijsstijging van 35% tot € 19,11 per 100 kilo. Ook de vraag naar granen nam verder toe, terwijl de productie door droogte achterbleef. WER raamt de tarweprijs op plus 8% (€ 18,97) en de gerstprijs op plus 5% (€ 17,08).Minder inkomsten met grote verschillenNet zoals ieder jaar zijn de inkomensverschillen tussen de sectoren groot. Akkerbouwers kampen vooral met lagere prijzen, met name van consumptieaardappelen (-30%) en suikerbieten (-5%). Ook de droogte dit jaar leidde tot minder opbrengsten in vooral het Oosten en Zuidwesten. Akkerbouwers zagen hun inkomen ten opzichte van 2019 dalen met 7% tot € 41.000. In de melkveehouderij drukken vooral lagere melkprijzen (-4%) en hogere voerkosten het inkomen. Melkveehouders zien hun inkomen in 2020 gemiddeld met 12,5% dalen tot € 43.000. Waar de kalverhouderij al jaren op een nagenoeg stabiel inkomen vaart, zorgt ook daar de coronapandemie dit jaar voor een daling. Door de sluiting van de horeca was er veel minder vraag naar kalfsvlees, waardoor de prijs flink daalde. Het inkomen van bedrijven met blankvleeskalveren op contractbasis daalde met 11% tot € 41.000. Dat komt met name door een circa vier weken langere leegstand en de hieraan gekoppelde lagere vergoeding van € 10.000. Vrije mesters zien hun inkomen nog iets verder dalen door kelderende prijzen voor blank- en rosékalveren en stijgende voerkosten.Grote verschillen binnen sectorenOok de verschillen tussen bedrijven in de sectoren zijn groot. Zo boeken zeugenhouders ondanks een negatief inkomen voor varkenshouders in 2020 een positief resultaat (€ 46.000). Wel verwacht WER-econoom Robert Hoste dat ook hier nog een tik volgt. Vleesvarkenshouders boekten het grootste inkomensverlies ten opzichte van van 2019 (-121%), gevolgd door gesloten varkensbedrijven (-109%). In de akkerbouw worden verschillen veroorzaakt door bijvoorbeeld het bouwplan, de afzetwijze (vrij of op contract) en de teeltomstandigheden (droogte). WER raamt dat meer dan 20% van de akkerbouwbedrijven een negatief inkomen van minder dan -€ 13.000 zal realiseren. Anderzijds is er ook een groep van diezelfde grootte die meer dan € 70.000 inkomen hebben.Daling over gehele linieVoor de gehele land- en tuinbouw komt het inkomen in 2020 uit op € 54.000 per ondernemer (onbetaalde arbeidsjaareenheid = oaje).
Dat is ruim 25% minder dan in 2019 en 11% minder dan het vijfjaargemiddelde 2016-‘20. De daling is zichtbaar over bijna de gehele linie, maar het sterkst in de varkenshouderij. Van een historisch topjaar 2019 is de sector dit jaar door de oprukkende AVP in Europa en corona fors gekelderd. Met name vleesvarkenshouders (-121%) en gesloten varkensbedrijven (-109%) leveren in.
Zetmeelbedrijven en geitenhouders zien hun inkomen wel toenemen, respectievelijk met 18% tot € 30.000 en 27% tot ruim € 134.000. Het inkomen van melkveehouders daalde met 12,5% tot € 43.000. Dat is nog wel 3% hoger dan het vijfjaargemiddelde.Geitenhouders zien inkomen stijgenEen van de sectoren met stijgende inkomens in 2020 is de geitenhouderij. Het inkomen zal naar verwachting uitkomen op gemiddeld € 134.000 per bedrijf. Dat is ruim 27% meer dan in 2019 (€ 106.000). Dit is het resultaat van een 6% stijgende melkprijs. Ondanks dat de voerkosten ook in deze sector zijn toegenomen, compenseert de stijging van de melkprijs deze toename. De animo voor geitenmelkproducten neemt verder toe. Een andere sector die het inkomen in 2020 zag stijgen, zijn de zetmeelaardappelbedrijven. De verwachte hoge prestatieprijs van zetmeelaardappelen leidt tot licht hogere opbrengsten voor oogstjaar 2020, terwijl de kosten gelijk bleven. Dat brengt het inkomen op € 30.000 (+18%) tegenover € 25.000 in 2019. De andere sectoren met een plus in 2020 zijn vollegrondsgroentebedrijven, fruitbedrijven, pot- en perkplantenbedrijven en boomkwekerijen.Tweede lockdown kan extra minnen opleverenAl met al hangt de coronacrisis als een donkere wolk boven 2020 en raakt het boeren in de portemonnee. Maar toch minder dan aan het begin werd gevreesd, stelt WER. Dat heeft vooral te maken met de korte duur van de eerste lockdown-periode, maar ook met het instellen van green lanes in de EU, waardoor de handel kon doorgaan. CBS-landbouweconoom Cor Pierik voegt daaraan toe dat data tot en met 15 december zijn meegenomen in de ramingen. De tweede lockdown eind dit jaar en begin 2021 kan in sommige sectoren dus nog extra minnen opleveren.Lees verder onder fotoIn 2020 is het gemiddelde inkomen van een varkenshouder met bijna 3 ton gedaald ten opzichte van topjaar 2019. Met name lagere prijzen van biggen en vleesvarkens zijn hier de oorzaak van. - Foto: Bert JansenVarkens: fors lager inkomen door kelderende prijzenIn 2020 is het gemiddelde inkomen van een varkenshouder met bijna 3 ton gedaald ten opzichte van topjaar 2019.
Met name lagere prijzen van biggen en vleesvarkens zijn hier de oorzaak van. Ook een aanzienlijk lagere aanwas speelt een grote rol: de dieren op de eindbalans zijn veel minder waard dan op de beginbalans. Dat heeft alles te maken met de heersende coronapandemie en uitbraken van AVP, vooral in Duitsland. Het laatste jaar met een negatief inkomen was 2015. Alleen zeugenbedrijven behalen naar verwachting een positief inkomen van € 46.000.
De totale opbrengsten op het gemiddeld bedrijf zijn 20% lager geraamd op € 1 miljoen. De prijs voor vleesvarkens daalde met ruim 8% tot € 1,56 per kilo geslacht gewicht. De biggen waren 12% goedkoper dan in 2019, € 49,50 per dier. Het geraamde saldo per vleesvarken daalt in 2020 ten opzichte van 2019 met € 125 tot € 45. Voor de zeugenhouderij is dat saldo geraamd op 50% minder dan vorig jaar, € 480 per zeug per jaar.
De kosten per bedrijf stegen door een toenemende bedrijfsomvang. De voerprijzen zijn op jaarbasis iets gedaald. De prijs van mestafzet is iets gedaald, maar de kosten namen toe met € 4.000 tot € 69.000 per bedrijf. De totale kosten stegen met € 81.000 ten opzichte van 2019 tot € 1 miljoen per bedrijf. Het aantal bedrijven is in de afgelopen jaren flink gedaald, in 2020 met 260 ten opzichte van 2019, bij een iets kleinere varkensstapel in 2020. De gemiddelde bedrijfsomvang nam daardoor toe tot ruim € 1 miljoen SO (440 zeugen en 2.010 vleesvarkens). Door de saneringsregeling zal de varkensstapel – met name zeugen – naar verwachting met 6% tot 7% dalen.Veel prijzen onder druk door beperkte afzet in coronatijdenPrijzen van veel producten staan onder druk in coronatijd. Aan kop gaat de prijs voor consumptieaardappelen, die daalde met 30% tot € 8.
Ook de suikerbieten noteren een min van 5% tot € 3,33. Normaal wordt er op de basisprijs voor quotumsuikerbieten een plus gerealiseerd, onder andere doordat een positief resultaat van Aviko deels wordt uitgekeerd aan de Cosun-leden, de suikerbietentelers. Door tegenvallende cijfers in de aardappelsector zit die plus er dit jaar niet of nauwelijks in.
Vleesvarkens werden ruim 8% (€ 1,56) goedkoper, terwijl biggen een daling noteerde van 12% tot € 49,50 per dier. In de varkenssector speelt de oprukkende varkenspest, met name in Duitsland, naast corona een grote rol. Ook vleeskuikenhouders zien dalende prijzen. Een tegenvallende afzet, door sluiting van de horeca, van reguliere kuikens (70% van de productie) doet de prijs 4% dalen. De prijzen van Beter Leven-kuikens met afzet in de supermarkten zijn op peil gebleven.
Er zijn ook stijgers. De prijs voor zaaiuien is in 2020 het hardst gestegen met bijna 35% tot € 19,11. Een kleiner areaal met lagere productie per hectare zorgt in combinatie met een forse vraag voor deze prijsstijging. Ook tarwe, gerst en eieren noteren hogere prijzen dan vorig jaar, respectievelijk € 18,97 (+8%), € 17,08 (+5%) en € 1,26 (+1%). Dat komt vooral door een groeiende vraag en achterblijvend aanbod.Lees verder onder fotoHet rooien van pootaardappelen. Aardappeltelers hebben een minder jaar achter de rug door beperkte afzetmogelijkheden en fors lagere prijzen. - Foto: Mark PasveerAkkerbouw: achterblijvende opbrengsten luwen inkomenDe prijzen in de akkerbouw zijn in 2020 opnieuw lager dan het jaar ervoor. Alleen de prijs voor uien en granen is hoger dan vorig jaar, vooral door meer vraag dan aanbod.
De coronacrisis heeft een forse stempel gezet op de markt, vooral voor consumptieaardappelen en pootaardappelen. Ook de bietenprijs wordt lager geraamd. WUR hanteert voor de inkomensramingen prijzen per oogstjaar. Die zijn voor een deel nog niet gerealiseerd.
Ook de droogte was in 2020 opnieuw een domper voor veel akkerbouwers. Pas vanaf eind juni zorgde neerslag ervoor dat het tekort minder hard opliep dan in het zeer droge jaar 2018. Voor sommige gewassen kwam de neerslag te laat, waardoor het verschil in Nederland groot is. Er werden alleen meer aardappelen van het land gehaald. De rest van de gewassen kende een lagere productie. De totale opbrengsten bedragen gemiddeld bijna € 300.000 per bedrijf, circa 2% minder dan vorig jaar.
De betaalde kosten op akkerbouwbedrijven is nagenoeg gelijk geraamd aan het niveau van vorig jaar, zo’n € 260.000. De gemiddelde omvang van bedrijven was in 2020 opnieuw 60 hectare, ondanks een grote spreiding. De 10% grootste bedrijven heeft gemiddeld een omvang van 200 hectare.Corona-effect verschilt sterk per bedrijf en dreunt naDe effecten van de coronacrisis hebben niet alle sectoren even hard geraakt. Het duidelijkst is het effect merkbaar op akkerbouwbedrijven die fritesaardappelen telen.
De prijzen voor deze specifieke producten zijn in elkaar geklapt en dat is maar deels gecompenseerd door de overheidsregeling. Per bedrijf is het nog weer verschillend hoe de afzet is vastgelegd. Contract of vrije afzet bijvoorbeeld. Dat grote verschil binnen bedrijfstakken is er ook binnen andere sectoren. In de pluimveesector hebben afzetconcepten die zich richten op het hogere segment extra klappen gekregen, omdat de complete afzet wegviel bijvoorbeeld door sluiting van de horeca. Het wegvallen van het horecakanaal heeft ook de kalfsvleessector zwaar getroffen. En ook afzet voor zuivelproducten met hogere marges zoals in catering is fors teruggelopen.
Langere termijn
De effecten van corona dreunen bovendien nog lang na, ook als de epidemie onder controle gaat komen. Vrieshuizen zitten vol met verwerkte friet, die voorraad blijft voorlopig op de markt drukken. In de varkenshouderij speelt een combinatie van factoren. Duitse slachterijen van varkens kregen te maken met sluitingen die nog steeds effect hebben op de verwerking. De afzet naar met name China is fors minder door de uitbraken van Afrikaanse varkenspest. Dat drukt vervolgens zwaar op de Europese markt en dat effect is voorlopig nog merkbaar, ook voor Nederlandse varkenshouders.Inkomens land- en tuinbouw in EU gemiddeld 4% lagerDe Nederlandse landbouwinkomens zijn sterker gedaald dan het gemiddelde in de EU. Dat blijkt uit de ramingen van het CBS die worden gebruikt voor Europese vergelijkingen.
De daling ten opzichte van 2019 is 7%, de gemiddelde inkomensdaling in de EU komt uit 4%. Nederland is een van de tien landen met een daling van het landbouwinkomen in 2020. In België daalde het inkomen gemiddeld met 6%. In de grote landbouwlanden noteerde Duitsland een min van 16%, Frankrijk min 8% en Polen min 10%. In Duitsland drukt de malaise in de varkenssector hard door. De inkomens daalden met 47% het hardst in Roemenië, vooral door fors lagere gewasopbrengsten. In Spanje stegen de inkomens met 13%, het hardst stegen de inkomens in Litouwen met een plus van 18%.
De landbouwinkomens in de EU-vergelijking van Eurostat worden op een iets andere manier berekend dan het inkomen per ondernemer in de inkomensraming. Een belangrijk verschil is dat het gaat om het inkomen van alle arbeidskrachten (ondernemers en betaalde arbeidskrachten). Een ander verschil is dat in de EU-cijfers wordt gerekend op basis van kalenderjaren en niet op basis van oogstjaar, zoals voor de akkerbouwcijfers in de inkomensramingen.Lees verder onder fotoOphalen van melk op boerenerf. Een dalende melkprijs (-4%) en stijgende voerkosten zorgde vooral voor een daling van het inkomen van melkveehouders. - Foto: Mark PasveerMelkvee: lager inkomen door lagere melkprijsDe opbrengsten op melkveebedrijven waren iets minder (- € 2.500) dan in 2019.
Lagere melk- en veeprijzen werden gecompenseerd door een hogere melkproductie per bedrijf door schaalvergroting. Het aantal koeien per bedrijf steeg licht tot 105. Per saldo zijn er in 2020 346 melkveebedrijven gestopt (2,3%). Mede daardoor neemt de overblijvende groep ruim 3% in omvang toe en houden zij in totaal 1% meer koeien dan vorig jaar.
De betaalde kosten op melkveebedrijven namen in 2020 gemiddeld toe met € 6.500. Met name de voerkosten (+ € 5.000) namen toe door schaalvergroting. Voerkosten en opbrengstverliezen stegen harder in het Oosten en Zuidoosten door droogte. Opbrengstverliezen op hoog gelegen zandgronden van meer dan 30% zijn geen uitzondering. Aankoop van extra ruwvoer voor de winter is daar noodzakelijk. Na een forse prijsstijging voor energie in 2019, daalden die kosten in 2020 met € 2.500.
In de biologische melkveehouderij is het beeld hetzelfde: lagere melkprijzen en hogere voerkosten. Het gemiddeld inkomen daalde ten opzichte van 2019 met 17% (€ 7.000) tot € 34.000. De biologische melkprijs in 2020 is ingeschat op € 49,70, inclusief nabetaling. Dat is ongeveer € 1,50 minder dan vorig jaar (€ 50,44). WUR raamt voor 2020 een plus van 12,5 cent per kilo op biomelk ten opzichte van gangbare melk. De geleverde hoeveelheid biologische melk is met 2,5% toegenomen, vooral veroorzaakt door een toename van het aantal biologische bedrijven. Al met al is het inkomen in dezelfde orde van grootte gedaald als op gangbare bedrijven. Kalveren: lager inkomen door langere leegstandHet inkomen van vleeskalverenhouders daalt in 2020 met € 5.000 ten opzichte van 2019 tot € 41.000. Dat komt door een circa vier weken langere leegstaand en de hieraan gekoppelde lagere vergoeding (€ 10.000).
De genoemde prijzen hebben betrekking op bedrijven met blankvleeskalveren op contractbasis. Voor de vrije mesters ziet de markt er volgens WUR wat somberder uit, ondanks dalende prijzen van aangekochte nuchtere (-26%) of roodbonte stierkalveren (-14%). De prijs van de verkochte blank- en rosévleeskalveren noteerde een daling van respectievelijk 8% en 17%. Tegelijkertijd werd snijmais 7% duurder en rosébrok 1%. Per saldo loopt het inkomen van vrije mesters aanzienlijk sterker terug dan op bedrijven met een contract.
De totale kosten (inclusief afschrijving) op bedrijven met blankvleeskalveren op contract nemen in 2020 gemiddeld € 5.000 per bedrijf af ten opzichte van 2019. Dat komt door lagere mestafzet- en energiekosten door een langere leegstand. Gemiddeld scheelt dat een kalverhouder € 2.500 op de mestafzetkosten. Die aanzienlijke post neemt gemiddeld € 32.000 (€ 35 per kalf) voor zijn rekening. De meeste kalvermest gaat naar een mestverwerking.Mede-auteur: Wim Esselink
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









