Continu anticiperen op de toekomst bij varkens- en schapenhouderij Zeevalkink
Familie Zeevalkink uit Hengelo (Gld.) houdt 300 zeugen en heeft 2.650 vleesvarkensplaatsen. Mochten vrijloopkraamhokken per 2035 verplicht worden, dan gaan ze alleen met de vleesvarkens verder.

Varkens- en schapenhouderij Zeevalkink heeft twee locaties die op zo’n 5 kilometer afstand van elkaar liggen. In Hengelo (thuislocatie Wim en Dicky) staan de vleesvarkens en in Toldijk (thuislocatie Nick en Simone) de zeugen en de speenbiggen. Verder heeft de familie nog zo’n 100 ooien. Foto’s: Dick van Doorn
Gegevens Varkens- en schapenhouderij Zeevalkink
- 300 zeugen
- 916 speenbiggenplaatsen
- 2.650 vleesvarkensplaatsen
- 33,7 gespeende big/zeug/jaar
- 8 soorten voer
- 4% terugkompercentage
- 40-45% vervangingspercentage zeugen
- 940 gr./groei/dag vleesvarkens

In 1991 kochten Wim en Dicky Zeevalkink het varkensbedrijf van hun buurman, in ruil voor hun eigen bungalow. Het betrof een bedrijf met 800 vleesvarkensplaatsen. “Daarnaast werkte ik fulltime bij FrieslandCampina”, vertelt Wim in de mooie glazen serre van de familie. “Ik had eigenlijk liever melkvee gehad, maar daar moest je in die tijd nog quotum voor hebben. En dat was duur.” Later breidde de familie steeds meer uit wat de vleesvarkens betreft, maar Wim bleef bij FrieslandCampina werken. “’s Nachts laadde ik de vleesvarkens of legde de biggen op en overdag was ik dan aan het werk bij de zuivelcoöperatie.” Hij werkte tot aan zijn VUT in 2017 bij deze coöperatie.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









