‘Brabants beleid aanvechtbaar?’

Foto: ANP
Een inkoppertje is het niet, maar er zijn aanknopingspunten voor juridische strijd tegen het aangescherpte veehouderijbeleid van Noord-Brabant. Advocaat Paul Bodden legt uit waar die zitten.De Provincie Noord-Brabant wil extra stappen zetten om te komen tot een sterke en maatschappelijk gewaardeerde veehouderij, en heeft daartoe de afgelopen tijd diverse besluiten genomen. Volgens velen zal de rechter zonder meer oordelen dat dit beleid (‘Versnelling Transitie Veehouderij’) onrechtmatig is.Ik zie dat anders. De werkelijkheid ligt genuanceerder. Laten we de veehouders geen rad voor ogen draaien. Op belangrijke onderdelen zal moeten worden toegegeven dat de provincie de vrijheid heeft om de regels waarvoor zij heeft gekozen te stellen. Bovendien heeft de rechter niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend, naar eigen inzicht vast te stellen.Dit laat onverlet dat op onderdelen wel degelijk een juridische discussie kan worden gevoerd – afgezien van de praktische afweging of dat in een concreet geval raadzaam is voor een veehouder. Ik zal dit toelichten aan de hand van drie onderdelen van het nieuwe beleid:Staldering Brabantse ZorgvuldigheidsscoreAmmoniakemissienormen1. StalderingIn Oost- en Midden-Brabant is het enkel nog mogelijk om nieuwe dierenverblijven te ontwikkelen als elders dierenverblijven verdwijnen. Er worden zes stalderingsgebieden onderscheiden. De stalderingseis is alleen gesteld aan hokdierhouderijen – veehouderijen met uitzondering van de nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. De oppervlakte van de sanering dient tenminste 110% te bedragen van de nieuwe oppervlakte. Zo wordt 10% afgeroomd.Deze stalderingsregeling kent tenminste enige ruimtelijke relevantie, daarom mochten Provinciale Staten dit onderwerp in beginsel in de ‘Verordening ruimte 2014, wijziging 2017’ regelen (pdf, 12,44 MB). In de definitieve verordening is echter toegevoegd dat het bewijs dat aan de stalderingsregels is voldaan, wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten. Kennelijk is deze regel in allerijl toegevoegd, om een basis te creëren voor nadere door Gedeputeerde Staten vast te stellen regels die onder andere gaan voorzien in een ‘stalderingsbank’. Voor zover mij bekend is nog steeds niet helder welke regels daarbij gelden.Van belang is verder dat hiervoor door Provinciale Staten een ‘algemeen belang besluit’ is genomen op basis van de Mededingingswet. Het gevolg hiervan is dat adviseurs en bemiddelaars buiten spel zijn gezet. Boeren zijn aangewezen op de provinciale stalderingsbank.2. Brabantse ZorgvuldigheidsscoreDe Brabantse Zorgvuldigheidsscore (BZV) wordt aangescherpt. Deze bevat naar mijn mening evident niet ruimtelijk relevante elementen, en is daarmee in strijd met de Wet ruimtelijke ordening. Dat heeft de provincie kennelijk ook ingezien. Met het oog hierop is in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet een speciale voorziening opgenomen. Het is evenwel de vraag of deze de provincie echt verder helpt. Afwijken van de Wet ruimtelijke ordening mag alleen met het oog op duurzaamheid en het bestrijden van de economische crisis. Aan deze laatste eis wordt mijns inziens met de voorziening niet voldaan.Tot nog toe is er amper principieel geprocedeerd over de rechtmatigheid van de BZV. Mij is slechts één voorbeeld bekend. Op 26 augustus 2015 heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een door de NVV gestarte procedure. De vorderingen van de NVV zijn echter op formele gronden gestrand. Dat er nog geen andere principiële procedures zijn gevoerd, komt wellicht doordat een groot deel van de veehouders na aanpassing van hun oorspronkelijke plannen alsnog de vereiste score kon halen.3. AmmoniakemissienormenVrij makkelijk wordt ten aanzien van de aangescherpte ammoniakregels door velen de parallel getrokken met de groep melkveehouders die vooralsnog met succes procedeerden tegen het fosfaatreductieplan. Echter, de melkveehouders hebben zich beroepen op schending van artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Kort gezegd was de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake was van een onevenredige last.Het is veel te kort door de bocht om te stellen dat de wijziging van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant voor alle veehouders een onevenredige last met zich meebrengt. Wel is denkbaar dat dit voor een individueel geval of een subgroep wel zo is.Conclusie: ten aanzien van onderdelen van het nieuwe beleid kan op zijn minst worden getwijfeld aan de rechtmatigheid. Procedures daarover zijn zeker niet ondenkbaar. Veel zal afhangen van de wijze waarop de provincie Noord-Brabant invulling gaat geven aan het flankerend beleid en de stalderingsbank.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









