Boer de klos door te veel graafwerk

Archeologisch onderzoek is bij nieuwbouw of uitbreiding vaak noodzakelijk. Dit kost tijd en geld en kan de bouwplannen flink frustreren. Het onderzoek wordt vaak onderschat door boeren. Foto: ANP/Novum
De bodem in Nederland zit vol archeologische schatten. Prachtig. Maar bij bouwplannen kan het hoge kosten en vertraging opleveren.Archeologisch onderzoek bij nieuwbouw of uitbreiding. Het kan boeren veel tijd, geld en frustratie kosten. Het speelt overal in Nederland. Al geldt dit vooral voor hogere, droge plekken in de nabijheid van water. Ico Boersma, specialist vergunningen van DLV Advies merkt het in de praktijk. “Als je buiten het bouwblok bouwt, moet je bijna altijd een procedure in. En dat kan lang duren als archeologische vondsten verwacht worden.” Proefsleuvenonderzoek: tot € 10.000In dat geval begint de procedure met bureauonderzoek en een verwachtingsmodel. Dat kost grofweg € 500. Daarna volgt booronderzoek dat ruim het dubbele kost. Als er dan iets gevonden wordt, is sleuvenonderzoek noodzakelijk waarvoor eerst een PVE (eisenpakket voor vervolgonderzoek door archeologen) nodig is. Dat kost gemiddeld € 800. Een proefsleuvenonderzoek noteert gemiddeld € 7.500 tot € 10.000.‘Een maandenlange vertraging is geen uitzondering’.“Een veehouder is dan meestal al zes tot tien weken bezig”, stelt Boersma. Maar als er sprake is van een archeologische vindplaats en de bouwplaats het stempel ‘behoudenswaardig’ krijgt, begint het pas echt voor de boer. “De gemeente bepaalt dan of de archeologische resten opgegraven moeten worden of dat de bouwplannen veranderd moeten worden”, zegt archeoloog Eric van der Kuijl van Hamaland Advies. “De praktijk is dat dit bij een vijfde van de boeren gebeurt. En dat kan flink in de papieren lopen. Want opgraven kost tussen € 30.000 en € 75.000 (€ 2.000 per dag) en een maandenlange vertraging is geen uitzondering.” Dalfsen haalde in 2015 de wereldpers. Toen werden bij het dorp trechterbekers en bijlen uit de steentijd en de fundamenten van een historische boerderij ontdekt. Een jaar later werden er weer archeologische vondsten gedaan. Foto: Frank UijlenbroekBoeren onevenredig hard getroffenDaarbij draait de boer zelf voor alle graaf- en documentatiekosten op. En die laatste kosten kunnen hoog zijn, stelt Boersma die het voorbeeld geeft van een boer waar 30.000 scherven gevonden werden. Dan wordt er per scherf gedocumenteerd. Hij pleit voor compensatie door Rijk, provincie of gemeente. Van der Kuijl sluit zich daarbij aan. “Boeren zitten op de meest waardevolle grond en zijn grootgrondbezitters. Nu worden zij vaak onevenredig hard getroffen. Dat moet anders.” Een ander aandachtspunt is dat tarieven van archeologische adviseurs sterk uiteenlopen; soms wel tot 40% verschil.Liberaal archeologisch beleidIn 1992 is door lidstaten van de Europese Raad het Verdrag van Malta opgesteld. Het doel: cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter én integraal beschermen. Dit gaat om archeologische resten zoals nederzettingen, grafvelden of gebruiksvoorwerpen. In Nederland trad in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking. Die heeft drie uitgangspunten: streven naar behoud in de bestaande situatie (bodem), in de ruimtelijke ordening bijtijds rekening houden met archeologische waarden én de verstoorder (boer) laten betalen voor onderzoek en documentatie als behoud in de bodem niet mogelijk is. In 2016 werd dit gefinetuned via de Erfgoedwet. Ook liberaliseerde Nederland archeologisch advies en onderzoek. Elke gemeente kan zich naar eigen keuze laten adviseren en beleid maken.Geen eenduidig gemeentebeleidEen belronde – er zijn geen officiële cijfers – langs een tiental gemeentes leert dat plattelandsgemeentes zelden een eigen archeoloog hebben. Een beeld dat door LTO en archeologen bevestigd wordt. Die kennis wordt binnengehaald via externe bureaus. Die brengen advies uit, waarna het college van B en W de archeologische kaarten vaststelt. Dat wringt. Diezelfde bureaus doen immers ook onderzoek. Het is geen gemeengoed dat de ‘beleidsbepalers’ ook de ‘uitvoerders’ zijn, maar er zijn ook geen regels om dit uit te sluiten. Het wekt de schijn dat de slager zijn eigen vlees keurt. Zeker omdat sommige gemeentes zelf bureaus naar voren schuiven.Alle Nederlandse gemeentes hebben het archeologische rijksbeleid naar hun bestemmingsplannen vertaald. Maar ze stellen zelf – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk – de norm. Elke gemeente is vrij om de ondergrens van vrijstelling voor nieuwbouw te bepalen. Concreet: de omvang van de stal en de diepte waarop uitgegraven wordt.Ene gemeente strenger dan andereEen ander punt is dat de ene gemeente strenger is dan de ander. Zo was er tot 2014 qua omvang van het bouwblok verschil in ondergrens tussen enkele Drentse gemeentes. In de gemeentes Westerveld en Borger-Odoorn was dit voorheen 1.000 vierkante meter. In 2014 werd dat aangepast naar de norm in de rest van de provincie: 500 vierkante meter. Maar beleid strookt niet altijd met de ‘gevoelstemperatuur’. “In de gemeente Westerveld signaleren we dat nieuwbouw bijna niet meer mogelijk is doordat de gemeente zich als archeologisch waardevol profileert”, zegt Jan Bloemerts van LTO Noord. “Hier verbiedt de archeologische kaart nieuwbouw niet, maar in de praktijk ‘landen’ er bijna geen nieuwe boeren. Dat is in de ontginningsgebieden heel anders.”Boer moet anticiperenArcheologisch onderzoek wordt onder boeren onderschat, merkt Boersma. “Ze denken vaak: wat is hier nou te vinden? Het is gedoe en het vertraagt. En er is veel onverschilligheid, omdat er al zoveel andere regeltjes zijn. Maar een bestemmingsplan is meestal niet compleet zonder archeologisch onderzoek.” Boersma’s advies: begin op tijd en doe eerst een locatiescan. Dat kan al veel duidelijk maken. Van der Kuijl pleit er ook voor dat boeren beter anticiperen en vooraf een risico-inventarisatie maken. Maar volgens hem is het ook belangrijk om foto’s en tekeningen van verbouwingen en rekeningen van grondverzetbedrijven goed te bewaren. Ook geeft hij boeren een vuistregel mee. “Elke praktijkdag – of het nu om boren of graven gaat – wordt gemiddeld door tot drie tot vier rapportagedagen gevolgd. Goed om te weten voor de planning.”Naam: Adrion van Beek (53). Woonplaats: Breda (N-Br.). Bedrijf: in maatschap met Lisette (47) 200 melkkoeien, 300 stuks jongvee en 150 hectare. Foto: Bert Jansen‘De gemeente eiste opeens ook een sleuvenonderzoek’Adrion van Beek liet in 2013 een nieuwe ligboxenstal bouwen. Hij ontkwam april dat jaar niet aan archeologisch bureau- en booronderzoek. Dat was een eis van de gemeente Breda.Het bevreemdde de veehouder enigszins omdat hij bouwde op roergrond, grond die eerder al bewerkt is. “Er is dus geen zicht op hoe het vroeger is geweest”, aldus Van Beek. Hij denkt dat de werkelijke reden het gebied is waarin hij zit. “Ons bedrijf staat in De Rith. Dit is een gebied met een hoge landschappelijke waarde. Deze Bredase achtertuin wordt enorm geromantiseerd met zijn bossen, houtwallen en oude herenhuizen. Er zijn hier ook mooie Romeinse vondsten gedaan. Alleen gold voor mij: ik zit op roergrond.”Het onderzoek – een dag werk – kostte Van Beek inclusief rapportage € 5.000. Zonde geld, stelt hij. Maar omdat er niks uit het onderzoek kwam, leek hij gewoon met de bouw te kunnen beginnen. Leek, want toen de schop 10 juni de grond in zou gaan, wilde de gemeentelijke archeoloog de bouw opeens stilleggen.Van Beek: “De gemeente wilde plotseling ook een aanvullend sleuvenonderzoek. Maar in het voortraject was daar met geen woord over gerept. Het archeologisch adviesbureau adviseerde ons om de bouw stil te leggen omdat we het toch altijd van de gemeente zouden verliezen.” Maar dat pikte Van Beek niet. Hij koos voor de aanval en belde met de burgemeester die hij via via kende. “Die erkende dat het sleuvenonderzoek onzin was omdat we op roergrond zitten en zei dat we in ieder geval konden beginnen met bouwen. Toen de gemeentelijke archeoloog dat hoorde, was hij woedend. Maar we moesten wat. We waren bang voor eindeloze vertraging.”Het sleuvenonderzoek was door die actie van tafel. Maar Van Beek moest evengoed nog aanvullend archeologisch onderzoek laten doen. Ook moest hij een tweede adviesbureau in de arm nemen, dat nota bene in Groningen gevestigd was. Het leidde niet tot nieuwe inzichten. Van Beek: “Ze zijn hier twee dagen met twee archeologen geweest. Maar er werd weer niks gevonden. Ik betaalde veel geld, terwijl zij alleen maar naar de grond keken of ze echt niet een Delfts blauw kommetje konden vinden. Ik had er bijna zelf een ingestopt.”Gelukkig liep Van Beek uiteindelijk geen vertraging op met stalbouw. Maar hij baalde van de gang van zaken. “Ik was zelf zo brutaal om de burgemeester in te schakelen. Maar het is triest dat je zo strijdbaar en mondig moet zijn. Want als je het niet doet, kost het je je planning én klauwen met geld.”Naam: Jan Breimer (56). Bedrijf: A=M, adviespraktijk voor onder meer archeologie. Functie: eigenaar/adviseur. Foto: Joep van der Pal‘Een hoog gehalte ‘wij van wc-eend”Jan Breimer is kritisch op de huidige wet én normering van archeologisch onderzoek. “Die zijn slecht voor de boer, maar ook voor het imago van de archeoloog.” Jan Breimer heeft een lange geschiedenis in de archeologie en kent beide kanten van de medaille. Hij werkte twaalf jaar bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en was medeauteur van de Wet op de archeologische monumentenzorg. Daarna ging hij aan de slag bij een archeologisch adviesbureau en begon hij voor zichzelf.Waarom deugt de huidige wet niet?“Het beschermingsregime wordt per gemeente bepaald. En de meeste gemeentes in landbouwgebieden hebben geen eigen archeoloog en kopen kennis in. Deze gemeentes laten zich adviseren door externe bureaus en stellen vervolgens beleid vast. Maar dat is enorm subjectief. Want diezelfde adviseurs voeren ook onderzoeken uit, maken rapportages en graven op. Dat heeft een erg hoog gehalte ‘wij van wc-eend adviseren wc-eend’. Een dokter snijdt ook niet zijn eigen vlees. In dit systeem zit geen enkel tegenwicht. Dat is een slechte zaak.”Dus het is boerenbedrog?“Dat is te veel gezegd. Maar je kunt je wel afvragen hoe bijzonder een archeologische vondst is. Soms is dat heel duidelijk. Zoals vorig jaar april toen er in Dalfsen een 1.500 jaar oud grafveld uit de Merovingische tijd gevonden werd. Maar vaak is het veel van hetzelfde; prutsonderzoekjes. Archeologen vinden iets al snel uniek. Maar dat begrip is aan inflatie onderhevig. Ook kijken ze vaak bijna te verlekkerd naar die zogenaamde ‘maagdelijke’ boerengrond. Maar in de praktijk is die grond vaak geroerd. Door drainage of door diepploegen. Die intactheid van de bodem is meestal zeer twijfelachtig.” Maar archeologische kaarten zijn toch duidelijk?“Ja, maar daar valt het nodige op aan te merken. Deze gemeentelijke kaarten met archeologische waarden en verwachtingen zijn door archeologen opgesteld en zijn in de regel zwak onderbouwd en niet exact. Bovendien houden ze geen rekening met ‘geroerde’ grond. Dat betekent dat de boer altijd meer onderzoek moet doen dan nodig is. En gemeentes hebben onvoldoende kennis en varen vaak blind op archeologische adviseurs. Ze zijn gemakzuchtig, niet kritisch en laten zich te snel bang maken door archeologen. Daardoor zijn de meeste onderzoeken buitenproportioneel. Er wordt vaak niks gevonden. Dat is ook slecht voor ons imago.”Wat moet veranderen?“Archeologische kaarten zijn nu niet goed geborgd. Er moet een nieuwe normering en handleiding voor deze kaarten komen. Al het archeologische werk is streng genormeerd, behalve de archeologische kaarten. Daarom zijn we met meerdere archeologische bureaus in overleg met belangengroepen en het ministerie. Het is belangrijk dat ook brancheverenigingen zich kunnen uitspreken over wat wel en niet op zo’n kaart moet komen. Dat moet tot scherpere en exactere kaarten leiden. Ook moet onderzoek op roergrond niet meer nodig zijn. Als dat gebeurt, is het ook niet erg dat de boer voor archeologisch onderzoek blijft betalen. Het is dan tenminste wél goed onderbouwd.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









