Bodem boert achteruit

Foto: Hans Banus
Boeren vrezen een verslechtering van de bodemvruchtbaarheid door lagere bemestingsnormen. De verslechtering blijkt echter nog niet duidelijk uit landelijke cijfers.De gewasopbrengsten blijven stijgen, terwijl er steeds minder mag worden bemest. Gebruiksnormen voor fosfaat zijn in elf jaar tijd gedaald met 20 tot 45 kilo per hectare bouwland op alle grondsoorten. Op grasland mag inmiddels 10 tot 30 kilo minder fosfaat gebruikt worden dan in 2006, sinds dat jaar is het Nederlandse mestbeleid gebaseerd op gebruiksnormen. De stikstofgebruiksnormen zijn vooral op zand aangescherpt voor bouwland en grasland. Ook is de derogatie voor rundbedrijven in het grootste deel van de zandgebieden geen 250 kilo stikstof per hectare meer, maar sinds 2014 vastgesteld op 230 kilo.De bodemvruchtbaarheid gaat door al deze oorzaken achteruit. Dat zeggen boeren en bemestingsdeskundigen. Maar gemiddelde landelijke cijfers over bijvoorbeeld gehaltes organische stof laten nog geen duidelijke daling zien die het gevoel dat leeft, ondersteunen. Integendeel, op basis van nitraat- en fosfaatgehaltes in het Nederlandse grond- en oppervlaktewater zijn verdere aanscherpingen van het mestbeleid niet uit te sluiten.Kunstmest om afgevoerde drijfmest te compenseren is alleen mogelijk voor stikstof. Derogatiebedrijven mogen geen fosfaatkunstmest toepassen. - Foto: Ronald HissinkNitraat- en fosfaatgehaltes zijn weliswaar fors gedaald, maar regionaal en afhankelijk van grondsoort worden nog overschrijdingen van normen gemeten waar Nederland op afgerekend kan worden door de Europese Commissie. Dat blijkt onder meer uit de voorgenomen inzet van de Nederlandse regering voor het nieuwe mestbeleid in de periode 2018-2021.Bodem mijnt uitOp een flink deel van de Nederlandse akkers is inmiddels de situatie ontstaan dat meer mineralen worden afgevoerd dan via bemesting mag worden toegediend. Dat stellen zowel akkerbouwersvakbond NAV als LTO Akkerbouw. Volgens Teun de Jong, voorzitter van de NAV, is al jaren sprake van uitmijning van de bodem door de krappere mestnormen. “De Pw-waardes nemen af, horen wij van onze leden en dat blijkt ook uit cijfers van Eurofins”, aldus De Jong. “Op een gegeven moment kom je dan wel in een andere fosfaatklasse en mag je meer bemesten. Maar die grenzen moeten omhoog zodat je eerder in een lagere fosfaatklasse terechtkomt zodat je weer meer mag bemesten.”‘Fosfaatgetallen lopen terug’Jaap van Wenum, voorzitter van LTO Akkerbouw, ziet ook de fosfaatgetallen teruglopen. “Op mijn eigen bedrijf, maar het zijn ook de signalen die we van onze leden krijgen.” Volgens Van Wenum is binnen fosfaattoestand ‘neutraal’ te weinig bemesting mogelijk om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Als je bemest binnen die te lage norm, zie je volgens hem de organische stof verminderen.Jaap van Wenum, voorzitter van LTO Akkerbouw - Foto: Koos GroenewoldOp perceelniveau ontstaan steeds meer problemen door het teruglopen van het gehalte organische stof. Volgens Van Wenum is er helemaal geen tijd om te wachten tot het blijkt uit landelijke cijfers. “Het probleem is dat je de bodem in een paar jaar naar de knoppen kunt krijgen, maar vervolgens duurt het 10 tot 20 jaar om weer op een goed peil uit te komen.”Beter grondmanagementGerjan Hilhorst, onderzoeker bij Wageningen UR, ziet een teruglopende bodemvruchtbaarheid niet terug in de gewasopbrengsten of een dalende fosfaattoestand en gehalte aan organische stof. Volgens hem heeft het gevoel deels ook te maken met het feit dat het huidige bemestingsniveau soms nog wordt afgemeten aan wat vroeger gebruikelijk was. Maar problemen sluit hij zeker niet uit. “Je moet ook kijken naar de beschikbaarheid voor het gewas en dat is lager op percelen met een lage fosfaattoestand. Winst is te halen via het beter classificeren van percelen, kijken naar de opbrengst per perceel en daar de bemesting op afstemmen.”Het ene perceel meer bemesten betekent dan ook minder mest op een ander perceel. Dat is volgens Hilhorst een beproefde werkwijze die bijvoorbeeld wordt toegepast in het Project Vruchtbare Kringloop Achterhoek.‘Huidige normen op klei nog voldoende’Volgens Aaldrik Venhuizen, bemestingsdeskundige bij Agrifirm, zijn de huidige normen op klei nog voldoende, in ieder geval voor fosfaat. Voor stikstof ligt dat anders. Op zand ziet hij grote verschillen, in Drenthe bijvoorbeeld zijn de normen laag ten opzichte van de gewasproducties, vooral voor stikstof. Fosfaat is op veel percelen qua bemesting nog niet beperkend, maar worden wel als beperkend ervaren om gelijktijdig ook het organische stof op peil te houden.Waar de normen wel beperkend worden is een andere aanpak nodig. “Met mest toegediend als rijenbemesting in mais kom je beter uit binnen de beperkte mestruimte die er is”, aldus Venhuizen. Hij ziet steeds vaker het spanningsveld tussen korte en lange termijn. “Als je binnen de norm bemest moet je de keuze maken tussen aanvoer van drijfmest en kunstmest en aanvoer van organisch materiaal, waar ook fosfaat inzit.”Aaldrik Venhuizen, bemestingsdeskundige bij Agrifirm - Foto: Koos GroenewoldVenhuizen is een van de vele adviseurs die zien dat een deel van de boeren geen gebruik maakt van de zogenoemde fosfaatdifferentiatie. Als boeren niet per perceel een PW- of Pal-waarde doorgeven op basis van geldige bodemmonsters, valt het perceel automatisch in fosfaattoestand hoog met de laagste fosfaatnorm. Ook als het eigenlijk op basis van de werkelijke toestand een hogere fosfaatgebruiksnorm kan krijgen. Op die manier blijft onnodig ruimte voor extra mestaanvoer of bijvoorbeeld aanvoer van compost liggen.Mestruimte niet volledig benutDe fosfaatruimte voor het gebruik van mest en kunstmest wordt niet volledig gebruikt, ondanks de aangescherpte gebruiksnormen.Voor fosfaat gaat dat om een forse hoeveelheid, volgens een berekening van Boerderij in 2015 tot bijna 7 miljoen kilo fosfaat per jaar. Sinds 2010 zijn de fosfaatgebruiksnormen afhankelijk van de fosfaattoestand van een perceel. Een perceel met een hoge fosfaattoestand heeft een lagere fosfaatgebruiksnorm.Voor bouwland wordt de fosfaattoestand gebaseerd op de zogenoemde Pw-waarde, voor grasland is de PAL-waarde bepalend. Bouwland met een Pw van meer dan 55 heeft fosfaattoestand ‘hoog’ met een gebruiksnorm van 50 kilo fosfaat per hectare. Bij een Pw lager dan 36 geldt fosfaattoestand ‘laag’ met een norm van 75 kilo. De tussenliggende fosfaattoestand ‘neutraal’ heeft een fosfaatnorm van 60. Tussen de hoogste en laagste fosfaatnorm zit 25 kilo fosfaat, dat is bijna 17 ton rundvee drijfmest.PW- of Pal-waarde opgevenOm te kunnen rekenen met een hogere fosfaatgebruiksnorm moet per perceel de PW- of Pal-waarde worden opgegeven in de Gecombineerde opgave, gebaseerd op grondmonsters. Wordt geen waarde opgegeven, dan geldt automatisch fosfaattoestand hoog en de laagste fosfaatnorm.Dat geldt voor een flinke oppervlakte; volgens berekeningen van Boerderij is in 2015 ruim 490.000 hectare aangemerkt als fosfaattoestand hoog, terwijl dat op basis van de verdeling van analyseresultaten van Eurofins fosfaattoestand neutraal of laag kan zijn. Zo telt RVO.nl 280.000 hectare bouwland op zand met fosfaattoestand ‘hoog’ op een totaal van 373.500 hectare bouwland op zand. Volgens de grondanalyses van Eurofins heeft 44% oftewel 164.300 hectare van het bouwland op zand fosfaattoestand hoog. Dat is voor deze categorie een verschil van 115.700 hectare minder fosfaattoestand hoog. Dat is verdeeld over 81.100 hectare meer bouwland zand met ‘neutraal’ en 34.600 hectare meer met fosfaattoestand ‘laag’ (zie grafiek). Op basis van de bijbehorende fosfaatgebruiksnorm geeft dat een hogere fosfaatgebruiksruimte van 6,8 miljoen kilo.Kwaliteit organische stof loopt terugHet gehalte organische stof lijkt stabiel, maar de kwaliteit van de organische stof verandert wel.De gehalten organische stof in gras-, mais- en bouwland schommelen, maar een duidelijke neerwaartse trend is er gemiddeld niet. Wel is er een duidelijke daling van het zwavelgehalte in de Nederlandse percelen. Dat blijkt uit resultaten van grond en gewasonderzoeksbureau Eurofins Agro. Volgens Arjan Reijneveld, productmanager bij Eurofins Agro, zijn de zwavelgehalten in de periode 2005-2015 op kleigrond met 15% teruggelopen, op zandgronden was de daling meer dan 30%.Omdat minder zwavel beschikbaar is, daalt de kwaliteit van de organische stof significant. Zwavel is een van de belangrijkste groeistoffen voor het gewas en een van de zogenoemde hoofdelementen naast stikstof, fosfaat en kali.Nader onderzoek naar organische stofkwaliteitHet teruglopen van het zwavelgehalte heeft te maken met het grotendeels verdwijnen van de neerslag uit de lucht. Eind vorige eeuw was dat nog een aanvoerpost die kon oplopen tot 50 kilo per hectare per jaar. Ook de aanvoer via dierlijke mest is verminderd door de aanscherping van het mestbeleid, aldus Reijneveld. De combinatie van factoren leidt niet alleen tot lagere zwavelgehalten, ook de mineralisatie van stikstof is teruggelopen en de aanvoer van belangrijke sporenelementen is lager door minder dierlijke mest.Al met al genoeg reden voor nader onderzoek naar de kwaliteit van organische stof, zegt Reijneveld. Via de zogenoemde pyrolysemethode wordt nu de kwaliteit van de organische stof onderzocht door het meten van de diverse fracties in de organische stof die uiteindelijk de kwaliteit bepalen.Generieke mestnormen knellenOp melkveebedrijven is mest afvoeren en kunstmest aankopen een bekend verschijnsel.Op derogatiebedrijven geldt een maximale gebruiksnorm voor stikstof uit graasdiermest van 250 kilo stikstof. Sinds 2014 geldt op een deel van de derogatiebedrijven een norm van 230 in plaats van 250 kilo. Dat was in dat jaar op circa 250.000 hectare van toepassing op een totaal derogatieareaal van circa 800.000 hectare. Door de lagere stikstofnorm moeten deze bedrijven meer mest afvoeren als ze een stikstofoverschot hebben.Voor stikstof kan dat aangevuld worden met kunstmest. Maar met de afvoer van mest ‘verdwijnt’ ook fosfaat van het bedrijf en organische stof in de dierlijke mest. De eventuele fosfaatruimte kan niet meer worden aangevuld met kunstmest omdat een van de derogatievoorwaarden is dat geen fosfaatkunstmest gebruikt mag worden. In 2014 resulteerde dat op veel bedrijven al in een fosfaattekort: meer afvoer dan aanvoer van fosfaat.Ook onbalans op veel akkerbouwbedrijvenDezelfde onbalans doet zich voor op een groot aantal akkerbouwbedrijven. Met gewassen als granen, aardappelen, suikerbieten en bijvoorbeeld koolgewassen worden veel meer mineralen afgevoerd dan via bemesting kan worden aangewend op basis van de generieke bemestingsnormen voor stikstof en fosfaat.Voor suikerbieten, fritesaardappelen, tarwe en gerst gelden onder voorwaarden hogere stikstofgebruiksnormen, de zogenoemde stikstofdifferentiatie. De akkerbouw pleit al jaren voor ruimere en bedrijfsspecifieke normen via de zogenoemde equivalente maatregelen. Tot nu toe is daar nog geen akkoord over bereikt met het ministerie van Economische Zaken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









