BMC: pluimveemest is de beste brandstof

De opslagloods voor kippenmest. In totaal kan BMC een voorraad van 30.000 ton pluimveemest. Geautomatiseerde kranen scheppen de mest naar de transportband. - Foto: Peter Roek

De opslagloods voor kippenmest. In totaal kan BMC een voorraad van 30.000 ton pluimveemest. Geautomatiseerde kranen scheppen de mest naar de transportband. - Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Pluimveemest is dé brandstof voor de biomassacentrale in Moerdijk. Een derde van de pluimveemest wordt hier omgezet in duurzame energie, genoeg voor 70.000 huishoudens.Bij aankomst op het terrein van de Biomassacentrale (BMC) op het industrieterrein Moerdijk, hangt er een vreemde lucht. “Dat komt niet van ons,” verzekert Gerd Jan de Leeuw, manager Mest en Mineralen bij BMC. De energiecentrale staat tussen nog meer afval- en slibverbranders. “Van de pluimveemestverbrander ruik je niets. En dat hoort ook.”Wij geven vlees, eieren en nog wattPer dag rijden er gemiddeld zo’n 60 vrachtwagens naar BMC. De eigen wagens zijn voorzien van de ludieke tekst ‘Wij geven vlees, eieren en nog watt…’; 291.000 megawattuur per jaar om precies te zijn. Sinds 2008 wordt op jaarbasis zo’n 420.000 ton pluimveemest verbrand, de geproduceerde energie is genoeg om 70.000 huishoudens te voorzien van stroom. “Maar ik zeg liever: de pluimveehouders zijn energieneutraal en daarbovenop worden ook nog 45.000 huishoudens van stroom voorzien,” vindt De Leeuw. Gerd-Jan de Leeuw, manager mest en mineralen bij BMC Moerdijk. - Foto: Roel Dijkstra2 kringlopen geslotenMet BMC worden 2 kringlopen gesloten, vertelt een bord bij de ingang van het terrein. Koolstof en nutriënten, voornamelijk fosfaat en kalium, gaan niet verloren bij het proces. De organische stof uit de mest door de verbranding verdwijnt via de schoorsteen, maar komt weer terug in de landbouw doordat (voeder)gewassen de CO2 weer opnemen. Fosfaat en kalium uit de mest blijven achter in de as. Van die 420.000 ton mest per jaar blijft 57.000 ton as over. Deze wordt verkocht als meststof, vooral over de grens: in Frankrijk, Engeland en sinds kort ook Polen vinden de broodnodige mineralen hun weg terug naar de landbouw. De opslagloods voor kippenmest. In totaal kan BMC een voorraad van 30.000 ton pluimveemest. Geautomatiseerde kranen scheppen de mest naar de transportband. - Foto: Peter RoekNon-stop stroom maken van pluimveemestSinds een uitgebreide onderhoudsperiode afgelopen zomer, wordt al 180 dagen non-stop, 24 uur per dag, 7 dagen per week, stroom gemaakt van pluimveemest. “Dat onderhoud duurde ruim 2x zo lang als gepland. En dat is zonde, want elke dag dat de centrale niet draait, kost het geld. In de tussentijd is de mest wel gewoon opgehaald bij de pluimveehouders.” Mest als brandstofOp een gemiddelde winterdag wordt 1.300 ton mest verbrand. De opslagcapaciteit is 31.000 tot 36.000 ton mest. BMC verwerkt alleen pluimveemest. “Dat werkt gewoon het beste,” verklaart De Leeuw. “Pluimveemest is relatief droog en heeft een hoge energetische waarde, veel organische stof dus. Voordat runder- of varkensmest geschikt is voor verbranding, moet het worden gescheiden en gedroogd. Dat kost dus weer energie en is dus een stuk minder efficiënt als brandstof voor de biomassacentrale.”Per week worden hooguit 1 of 2 vrachten mest afgekeurdKinderziektes in de beginjarenDe centrale draait nu goed, maar dat is niet altijd zo geweest. “Zeker in de beginjaren waren er best wat kinderziektes. Leden van de Coöperatie betaalden toen meer voor de mestafzet dan niet-leden. Dat werd DEP en BMC niet in dank afgenomen,” vertelt De Leeuw. De kwaliteit van de mest is nu goed, maar in de beginjaren zat er een stuk minder energie in een ton mest dan nu. De pluimveehouders van Coöperatie DEP zijn hiermee aan de slag gegaan, ze weten welke kwaliteit BMC verwacht en leveren dat ook. Dat is ook te merken, per week worden hooguit 1 of 2 vrachten mest afgekeurd.” Dagelijks komen gemiddeld 60 vrachtwagens mest lossen bij BMC Moerdijk. - Foto: Peter RoekGeautomatiseerd procesNa het lossen worden de vrachtwagens gedesinfecteerd voordat ze het BMC-terrein verlaten, om te voorkomen dat ziekteverwekkers via de mesttransporteurs worden verspreid. De losterminal is een van de weinige plekken waar de herkenbare lucht van kippenmest te ruiken is. Vanaf de opslaghal gaat het proces volautomatisch. De mest wordt opgeschept, gemengd en getransporteerd naar de verbrandingsketel. Het homogene mestmengsel wordt op 4 punten in de ketel naar binnen geblazen en bij 750 graden Celsius verbrand. In de ketel loopt de temperatuur door de extra zuurstoftoediening op tot meer dan 1000 graden. Door kleine kijkglaasjes is te zien hoe gloeiend hete vonken in het rond dansen. Het water dat in de wanden van de ketel door buizen loopt, wordt zo verhit tot stoom. Hiermee wekt de generator 37,8 megawatt aan elektriciteit op. Via 8 vuistdikke kabels verlaat dit het terrein. In de nieuw gebouwde ashal kan 20.000 ton meststof, als overblijfsel van de verbranding opgeslagen. De as wordt nu nog met een shovel in vrachtwagens geladen, maar ook dit moet in de toekomst geautomatiseerd worden. - Peter RoekDe restanten van de mest, de as, wordt afgevangen. De vrijgekomen rookgassen worden gezuiverd voor ze de lucht in gaan via de schoorsteen. Het hele systeem is voorzien van slimme technieken, die buizen en wanden zo schoon mogelijk houden, om zo min mogelijk stil te hoeven staan. In de nieuw gebouwde ashal kan 20.000 ton worden opgeslagen. De nieuwbouw is nog niet helemaal af. De tijdelijke deuren, van spaanplaat en houten balken, moeten nog worden vervangen. Nu worden de vrachtwagens nog geladen met een shovel, aan een automatisch laadsysteem wordt dit jaar de laatste hand gelegd. KringloopgedachteDe as wordt nu vooral als meststof in het buitenland afgezet. “In Nederland is er geen vraag naar. Ten eerste omdat we genoeg dierlijke mest hebben, maar ook omdat het geen status als meststof heeft in de huidige regelgeving. Ik heb goede hoop dat de overheid daar wat aan gaat doen, in het licht van het nieuwe mestbeleid. Het past in ieder geval goed in de kringloopgedachte,” vindt Gerd Jan de Leeuw. Energie zelf opwekkenBMC is voor een deel afhankelijk van overheidssubsidies voor duurzame energieproductie. De Leeuw: “De prijs voor energie is nu te laag om zonder te kunnen, wij maken gebruik van de wens om minder CO2 uit te stoten bij energieproductie. Bij de productie komt 88% minder CO2 in de lucht dan bij de gemiddelde energieproductie in Nederland. Ja, de vrachtwagens rijden op diesel en het opstarten van de centrale na een onderhoudsbeurt kost veel energie. Maar het bedrijf draait verder op de energie die we zelf opwekken.”Het grotendeels geautomatiseerde proces bij BMC wordt continu gemonitord in de controlekamer. - Foto: Peter RoekDerde van de pluimveemest naar MoerdijkDe SDE is toegekend tot 2030, dus tot die tijd is de mestafzet van de pluimveehouders van coöperatie DEP stabiel en geregeld. Een derde van alle Nederlandse pluimveemest komt in Moerdijk terecht. Leden betalen nu alleen nog een deel van de transportkosten, de gemiddelde afstand tot de centrale is 120 kilometer enkele reis. Fors investeringen in BMCAfgelopen jaren is er fors extra in BMC geïnvesteerd, met de aankoop van extra grond, de bouw van extra opslaghallen, vervangingswerkzaamheden in de ketel en de revisie van de turbine en generator. Daar blijft het voorlopig bij, concrete plannen voor verdere uitbreiding zijn er niet. “De ketel kan niet meer mest aan dan dit, dus dan zouden we een tweede ketel bij moeten bouwen en dat is een heel grote investering. We zouden eventueel iets met de restwarmte kunnen doen, maar dat is zowel technisch als commercieel nog niet zo eenvoudig. Het is gek om jezelf een voorbeeld te noemen, maar als mensen, ook uit het buitenland, komen kijken hoe je het doet, heb je toch iets goed gedaanGroot belang in de mestmarktBMC is vergeleken met andere energieproducenten misschien ene kleine speler, maar van groot belang in de mestmarkt. “Dat succes is grotendeels toe te schrijven aan de aandeelhouders en pluimveehouders van DEP die vertrouwen hadden in BMC. Pluimveehouders profiteren daar nu van, met stabiele afzet en lage kosten.” Ziet de mest-en mineralenmanager ‘zijn’ BMC als voorbeeld voor andere dierlijke sectoren? “Het is gek om jezelf een voorbeeld te noemen, maar als mensen, ook uit het buitenland, komen kijken hoe je het doet, heb je toch iets goed gedaan.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.