‘Blij of bedroefd om hogere export?’

Foto: Anne van der Woude
De Europese en de Nederlandse export van zuivel draait als nooit tevoren. Vorig jaar werd meer dan 10% extra naar verre landen verkocht. In totaal steeg de Nederlandse agro-export tot 94 miljard. Daarmee zijn we de grootste in Europa. In de kranten wordt deze stijging bejubeld.Op de Grüne Woche juichte staatssecretaris Van Dam vrolijk mee over de groeiende exportcijfers. “Wij zijn al lang niet meer het land van tulpen en lekkere kaas”, zei hij. De export van agrokennis, melksystemen en dat soort zaken vond hij nog belangrijker. “Mooi voor de Nederlandse economie, maar ook van belang voor het uitbannen van honger en in ondervoeding in ontwikkelingslanden.” De boer bleef in zijn verhaal onderbelicht. Ben ik ook zo blij als de staatssecretaris? Of eerder bedroefd?Even de blik op de zuivel. We moeten blij zijn dat onze zuivelfabrieken er in slagen alle melk, die we als boeren produceren, weg te zetten in steeds meer landen. Rusland is weggevallen, maar de exportmachine draait verder op volle toeren. Een groot compliment, zou je zeggen.Geen nieuw conceptOf toch niet? Waarom kunnen de exporteurs plotseling zoveel verkopen? Niet omdat ze ineens het juiste concept voor een nieuwe markt hebben uitgevonden. Nee, het ligt anders. Ze bieden het gewoon voor veel lagere prijzen aan. Dan komen de inkopers van derde landen wel. Geen sprake van een nieuw concept. In feite zou een RMO-chauffeur, die wat talen kent, op dit moment de handel kunnen doen. Voor de laagste prijs kan iedereen verkopen.Wij als boeren, die de te lage melkprijs krijgen, maken dus de grote zuivelexport mogelijk. Bij ons komt de rekening terecht. Al te uitbundig complimentjes uitdelen aan de zuivelexporteurs zou ik dus niet doen. Ze kunnen het door prijs en marge sterk te verlagen. Dat is geen verdienste, maar profiteren van de enorme groep onmachtige individuen, die boeren zijn.Het leert ons als boeren dat er best plaats is voor onze zuivel op de wereld. Als we maar genoegen nemen met een veel lagere prijs. Dan kunnen we melken zoveel we willen. Dan is het fosfaatplafond de enige beperking.Lees ook: Van Dam benadrukt kennis in Nederland bij G20-bijeenkomstStructureel lage prijzen?Moet dan de conclusie zijn dat we de komende jaren gewoon rekening moeten houden met de lage melkprijs? We vechten om de derogatie te behouden, zodat we meer kunnen melken. Daardoor kunnen de prijzen best eens lager blijven. De enige manier om onze zuivel kwijt te raken, vrees ik. Met enkele pieken door bijzondere omstandigheden, maar met een lagere basis dan we gehoopt hadden. We melken gewoon de prijs naar beneden.Ik hoor sommige lezers al zeggen: "Vergaderboer neuzelt. Dat beetje melk van Nederland maakt niks uit op de wereldmarkt." Misschien, maar in ieder geval wel bij de zuivelfabriek. Die verwerkt een deel van de melk tot producten met een hoge marge en de rest tot bulkproducten. Hoe groter de melkaanvoer voor die fabriek, hoe meer melk richting de bulk. Merkproducten met een hoge marge groeien in omvang nooit snel. Alle extra melk haalt dus de uitbetaalde melkprijs naar beneden. KennisexportDat is ook de reden dat ik een voorstander ben van een melksturende zuivelfabriek, zoals FrieslandCampina nu doet. Ook voel ik nog altijd voor én een A- én een B-quotum, met de daarbij passende prijs per fabriek. Dat is eerlijker en geeft de niet-groeier een betere melkprijs. Of het systeem bij de suiker, maar daar kom ik vrijdag 27 januari op terug.En de uitspraak van Martijn van Dam over de kennisexport? Typisch een PvdA-standpunt om dat direct in verband te brengen met het uitbannen van de armoede in de wereld. Over de consequenties voor de export van de Nederlandse export en dus de boer, praat hij niet.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









