Bertha in 2040, een robuuste koe die tegen een stootje kan

Welke kant gaat het op met de veefokkerij? Wat is wel en wat is niet gewenst? In een speciale serie naar aanleiding van de Groene Canon van agd.media geven verschillende auteurs hun mening over het landbouwdier in de toekomst. Deel 2: Frits van der Schans van CLM.door Frits van der Schans
Sinds mijn studie Veefokkerij in Wageningen vijfentwintig jaar geleden, heb ik gezien dat onze landbouwhuisdieren genetisch sterk zijn veranderd. De melkkoeien zijn groter, produceren meer en worden ouder. Maar is er nog veel meer te bereiken, en waarop zou de fokkerij zich dan verder moeten richten?Een hogere (levens-)productie per koe is efficiënter en dus goed voor portemonnee en milieu. Toch geldt ook hier de wet van de afnemende meeropbrengst. Van 5.000 naar 6.000 kilo per koe per jaar levert veel meer op dan van 9.000 naar 10.000.
Terecht is er in fokprogramma’s dan ook steeds meer aandacht voor duurzaamheid, en komen stieren die slecht scoren op uiers en benen niet meer door op de ‘hitlijsten’. Dat is grote winst en daarmee worden extra uitval, dierenleed en kosten voorkomen.
Fokkerij is gericht op de beste dieren binnen een populatie. Maar veehouders zijn geïnteresseerd in de prestaties van de gehele veestapel. Het bedrijfsresultaat in technisch, economisch en maatschappelijk opzicht, telt.
De fokkerij richt zich daar niet rechtstreeks op. Zo is de gezondheid van koeien een van de belangrijkste aspecten voor melkveehouders. Maar dierziekten en diergeneesmiddelengebruik worden in Nederland niet vastgelegd zoals in Scandinavische landen. Zouden we dat wel doen, dan kan de fokkerij nog veel bijdragen aan de diergezondheid.
De melkveehouderij ontwikkelt zich steeds sterker naar twee typen bedrijven: bedrijven die het veevoer wel en bedrijven die het veevoer niet van eigen grond halen. Dit leidt uiteindelijk tot grondgebonden en niet-grondgebonden bedrijven. Niet-grondgebonden bedrijven willen koeien die met behulp van externe inputs melk produceren tegen een lage kostprijs.
Daartegenover willen grondgebonden bedrijven een veestapel die met ruwvoer van het eigen bedrijf en de maatschappelijke waardering voor bijvoorbeeld koeien in de wei en agrarisch natuurbeheer, een bedrijfsinkomen genereert.
Het is te verwachten dat in 2040 mensen meer voedingsmiddelen eten op (deels) plantaardige basis. Dit betekent dat melk van de niet-grondgebonden bedrijven slechts een onherkenbare grondstof is voor voedingsproducten. En de vraag naar deze Hollandse bulkmelk zal dalen omdat plantaardige eiwitten goedkoper zijn en andere landen de concurrentiestrijd winnen.
Op een termijn van dertig jaar ontwikkelt de Nederlandse melkveehouderij zich tot een sector die maatschappelijke meerwaarden realiseert. De fokkerij zal zich richten op melkkoeien die op zulke bedrijven kunnen functioneren. Dat zijn echte herkauwers met een hoge weerstand tegen ziekten, niet te groot of hoogproductief en die met relatief weinig zorg gezond oud kunnen worden. Een robuust dier dat zichzelf weet te redden.
Frits van der Schans is senior adviseur CLM Onderzoek & Advies
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








