AOV-verzekering kan vaak goedkoper

Laatst bijgewerkt:
Foto: Penn Communicatie

Foto: Penn Communicatie


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Boeren zijn matig verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Polissen zijn vaak oud. Het loont om die eens goed tegen het licht te houden.Boeren zijn over het algemeen onvoldoende verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Officiële cijfers zijn er niet, maar verzekeraars kunnen een indicatie geven. Interpolis stelt dat grofweg 60% van de boeren geen arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) heeft. Marco Hol van DLV Verzekeringen herkent dat beeld. “Veel boeren hebben geen AOV vanwege de hoge premie. Bovendien zijn het meestal geen eenpitters. Vervanging is snel te regelen op een boerderij. Ofwel door familie ofwel door personeel.”Niettemin zijn ‘echte’ zzp‘ers vaak nóg slechter verzekerd. Volgens koepelorganisatie Verbond van Verzekeraars komt dat doordat veel zelfstandigen zó’n laag inkomen hebben, dat ze meer inkomen uit de bijstand kunnen halen dan uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering.Grote gevolgenDe gevolgen van het niet hebben van een volledige AOV kunnen echter groot zijn. Een voorbeeld: een 50-jarige boer die voor een verzekerd bedrag van € 25.000 jaarlijks € 4.000 aan premie betaalt, is tot zijn 67ste in totaal € 68.000 aan premies kwijt. Een fors bedrag. Maar als diezelfde boer op zijn 55ste volledig arbeidsongeschikt raakt, krijgt hij nog € 300.000 tot zijn 67ste. Als zijn niet-verzekerde collega hetzelfde gebeurt, bespaart hij eerst vijf jaar x € 4.000, maar krijgt hij daarna niks meer. En ook een niet-volledige AOV kan al veel leed besparen.‘Boeren moeten vooral beter doseren’Maar hoe groot zijn arbeidsrisico’s nog op het boerenerf? “Het gaat steeds beter door automatisering en nieuwe methodes”, zegt Peter Tamsma van arbodienst Stigas. Maar er zijn nog steeds risico‘s. Boeren moeten volgens hem vooral beter doseren. Bij veehouders ziet hij rug- en knieklachten (melken, varkens die tegen schotten aanbeuken, biggen vaccineren/varkens tillen), terwijl akkerbouwers meer klachten hebben door trillingen in de trekker en zittend werk. Bewegingsklachten zijn echter de hoofdmoot. En in 20% van de gevallen gaat het om psychische problemen.AB Werkt – personeelsvoorziener in de drie zuidelijke provincies – kan cijfers overleggen van tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Op een bij AB Werkt aangesloten varkensbedrijf wordt een boer jaarlijks gemiddeld tot 240 uur vervangen, op een melkveebedrijf is dit 275 uur. In totaal gaat dit om 285 boeren (85.000 uren).Het boerenerf of drukke (oogst-)periodes brengen risico's met zich mee. Hier doen brandweerkorpsen een oefening met een beknelling in een aardappelrooier. - Foto: Penn CommunicatieAnimo onder jonge boerenVerzekeraars zien de laatste jaren wel dat hun agrarische AOV-portefeuilles groeien. Vooral jonge boeren zouden in toenemende mate een AOV afsluiten. “De groep tot 35 jaar kiest daarbij vaak voor een verzekerde eindleeftijd van 67 jaar”, zegt Jelle Groeneveld van LTO Noord Verzekeringen. “Jongeren hebben nog veel onzekerheid en het risico is hoger bij arbeidsongeschiktheid. Deze jonge boeren kiezen in de beginjaren vaak voor een relatief lage premie die meegroeit met het bedrijf.”De 50‘ers met AOV zitten meer in dubio. De stoppers (vanwege fosfaat) en de boeren met opvolger zeggen de verzekering vaker op. In dat laatste geval is de reden vaak dat ze hun kind goed willen verzekeren en zelf de laatste jaren bewust risico nemen.Vrees voor hoge pemiesDe 40‘ers en 50‘ers die door willen, houden eerder vast aan hun vertrouwde AOV-polis. Ook omdat ze bij een nieuwe AOV hoge premies vrezen. Al merkt Groeneveld dat deze groep toch wat vaker een iets hoger verzekerde eindleeftijd van 62 jaar kiest, met jaarlijks vaststaande premies. Die leeftijdsstijging is beperkt vanwege de prijs, maar ook omdat deze boeren beter kunnen inschatten in hoeverre ze de periode tot het pensioen kunnen overbruggen.‘Het idee van een AOV voor het leven is achterhaald’Veel boeren met een AOV hebben echter nog steeds een al jaren oude polis met 60 jaar als eindleeftijd, merkt Erik van der Laan, directeur van Uiterwijk Winkel Verzekeringen, een bedrijf dat zich specifiek op boeren richt. “Er is veel passiviteit, terwijl boeren juist nu vaak een goedkopere AOV kunnen afsluiten, zelfs mét hogere eindleeftijd. Daar zijn twee redenen voor: de concurrentie tussen verzekeraars is heviger geworden en in de oude polissen ontbreekt maatwerk. Het idee van een AOV voor het leven is achterhaald.”Voerrobot aan het werk. Door automatisering is het risicoprofiel van agrariërs veranderd, wat gunstig kan uitpakken voor de verzekeringspremie. - Foto: Henk RiswickGeen standaard polis meerHet maatwerk van nieuwe AOV’s zit ’m in meerdere dingen. Er worden veel meer typen verzekeringen aangeboden dan pakweg tien jaar geleden. Zo zijn er veel tussenvormen bijgekomen. “Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een goedkopere AOV die wél tot 67 jaar verzekert, maar bij arbeidsongeschiktheid maximaal drie tot zeven jaar uitkeert. Dat kan voor 50‘ers een reële optie zijn”, zegt Benjamin Overkleeft van LTO Noord Verzekeringen.Maar er zijn meer aandachtspunten. “In veel gevallen sluiten oude polissen en dekkingsgraden niet meer aan bij de huidige bedrijfssituatie”, zegt Erik van der Laan. “Bijvoorbeeld door te lage verzekerde waardes – gemiddeld wel 20 tot 30% – of gestegen lonen.” Zo kost agrarisch personeel bij AB Werkt tussen de € 15 tot € 35 per uur.Meer kansen dan risico‘sVoor de boer zijn er niettemin meer kansen dan risico‘s. De toegenomen automatisering maakt het beroep minder risicovol dan voorheen. Alleen dat kan volgens Van der Laan al € 400 tot € 800 premie per jaar schelen. Ook het eigen risico is volgens verzekeraars vaak te

standaard en ongunstig ingesteld. Dit alles maakt een nieuwe AOV niet plotseling tot een koopje, maar wel het heroverwegen waard. Een check is nu interessanter dan een paar jaar geleden.
Meer informatie in de kaders:
➤ Broodfonds optie bij kortere arbeidsongeschiktheid   
➤ 'Risicoprofiel boer is lager geworden'
➤ Coöperatief, korter alternatief ABBroodfonds optie bij kortere arbeidsongeschiktheidBoeren die verzekeraars te duur vinden en zich toch willen indekken tegen arbeidsongeschiktheid kunnen ook bij broodfondsen terecht. Iets wat nu nog zeer beperkt gebeurt. Dit zijn een soort minicoöperaties waarin ondernemers hun arbeidsongeschiktheidsvoorziening samen regelen tegen lagere kosten.Deze broodfondsen bestaan inmiddels elf jaar. Er zijn nu 300 broodfondsen met 13.000 deelnemers. Er is echter één nadeel: in een broodfonds zijn zelfstandigen per ziektesituatie voor een periode van maximaal twee jaar gedekt, als ze voor langere tijd uit de roulatie zijn.Vertrouwen als basisEen broodfonds is gebaseerd op vertrouwen en telt minimaal 20 en maximaal 50 deelnemers. Zo is de basis stevig genoeg, terwijl mensen elkaar toch kennen en kunnen aanspreken. En het werkt als volgt: een deelnemer betaalt eenmalig € 250 aan instapkosten en is daarnaast elke maand € 10 aan contributie kwijt. Vervolgens legt een deelnemer maandelijks geld in op een eigen broodfondsrekening. Dat kan op acht niveaus, wat maar het beste past bij het eigen inkomen. Het laagste niveau is € 33,25 per maand, het hoogste is € 112,50. Als iemand dan ziek wordt, krijgt diegene van alle andere broodfondsleden samen een schenking. Dit zijn vaste bedragen. Bij € 33,25 is de totale schenking € 750 (netto) per maand, bij € 112,50 is dit € 2.500. Met uitzondering van de eerste ziektemaand (eigen risico).Zo’n schenking wordt dan van alle broodfondsrekeningen van de deelnemers afgehaald. Maar alleen als iemand ziek is. Als niemand ziek is, blijft het geld gewoon op de eigen rekening staan en blijft het eigendom van de deelnemer.Oplossing voor inkomstenverliesVertaald naar het boerenbedrijf zou dit betekenen dat een langdurig zieke boer bij een inleg van € 112,50 elke maand dat hij in de lappenmand zit netto voor € 2.500 aan vervangers kan inhuren. Zonder dat er een verzekeraar aan te pas komt. Het broodfonds is daarmee bovenal een oplossing voor inkomstenverlies.Geen aanvullende eisenEr zijn niet veel eisen voor aspirant broodfonds-deelnemers. Aan risicovolle beroepsgroepen en mensen met een medisch verleden worden geen aanvullende eisen gesteld. Er zijn geen keuringsartsen bij het broodfonds. Mensen moeten wel eerlijk zijn over hun arbeidsgeschiktheid. Als ze bijvoorbeeld binnen een jaar meerdere operaties moeten ondergaan en vooraf niks hebben verteld, hebben ze een probleem. Maar van een relatief klein collectief als een broodfonds gaat sowieso al een zelfcorrigerende werking uit.
Daarnaast zijn er nog drie concrete eisen. Deelnemers moeten:hun administratie van het afgelopen jaar laten zien;minimaal één jaar ondernemer zijn;minimaal € 750 nettowinst per maand behalen.Terug naar begin'Risicoprofiel boer is lager geworden'Zelfstandigen en dus ook boeren zijn zich de laatste jaren minder vaak tegen arbeidsongeschiktheid gaan verzekeren. Het aantal zelfstandigen dat vrijwillig een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit, neemt gestaag af tot zo’n 35% nu. Dat is te weinig, ook als je in ogenschouw neemt dat lang niet alle zzp‘ers zo’n verzekering willen, stelt Paul Koopman, woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars.
Naam: Paul Koopman (58).
Organisatie: Verbond van Verzekeraars.
Functie: woordvoerder (aandachtsgebieden onder
andere arbeidsmarkt en zzp'ers).
- Foto: Verbond van Verzekeraars“Het risico op langdurige uitval wordt onderschat. Uit onze cijfers blijkt dat één op de zes à zeven zelfstandigen tijdens het werkzame leven meerdere jaren arbeidsongeschikt is. Het is geen polis voor de sier. Er wordt jaarlijks € 1 miljard uitgekeerd. Er wordt echt vaak een beroep op AOV’s gedaan.”Zijn boeren ook onvoldoende verzekerd?“Over het algemeen zijn boeren iets beter verzekerd dan gemiddeld. Maar het is een specifieke doelgroep. Anders dan een zzp-schilder bouwt een boer doorgaans een flink vermogen op in zijn bedrijf. Ook hebben boeren binnen de eigen familie vaak achtervang. Dat kunnen redenen zijn om toch geen AOV te nemen. Boeren zijn denk ik sterk gericht op continuïteit van het eigen bedrijf. Maar het is ook belangrijk dat ze nadenken over hun eigen gezondheidsrisico‘s.”Maar premies gaan toch vooral omhoog?“Mijn beeld is dat AOV-polissen beter betaalbaar zijn geworden. Onder meer doordat het productaanbod enorm is verruimd. Er is een keur aan budgetpolissen in de markt. De concurrentie doet hier zijn werk. Er zijn nu – enkele kleine partijen niet meegerekend – twaalf aanbieders van AOV‘s. Er is enorm veel te kiezen. En verzekeraars voeren een eigen beleid bij premie en acceptatie, waardoor het loont om meerdere offertes aan te vragen. Maar een uitgebreide AOV is en blijft duur. Al is die niet veel duurder dan wat een werknemer voor dit risico betaalt. Het is ook perceptie.”Zijn er meer pluspunten?“Ja, het risicoprofiel van boeren is veranderd. Verzekeraars kijken daar scherp naar en zien steeds meer automatisering in de verschillende landbouwsectoren. Veehouders en akkerbouwers zitten hierdoor tegenwoordig in de middenmoot. Samen met kappers, verpleegkundigen en restauranthouders. Tien jaar geleden werd het risico echt een categorie hoger ingeschat, waardoor de AOV-premie ook hoger lag.”Maar de AOW-leeftijd stijgt ook.“Ja, dat maakt premies weer duurder. Maar met de eerdergenoemde pluspunten is de balans toch positief. Voor boeren is een verzekerde eindleeftijd van 67 jaar in ieder geval een mogelijkheid gebleven, vanwege het bijgestelde risicoprofiel. Voor dakdekkers of mensen in de bouw is zo’n verzekering al onmogelijk geworden. Dat is veel te duur. Daarmee wil ik maar aangeven dat de eigen duurzame inzet tot hogere leeftijd steeds belangrijker wordt. Bijvoorbeeld met behulp van automatisering. Dat is nu al een maatschappelijk vraagstuk.”Vallen meer tendensen op?“Ja, verzekeraars zetten steeds meer in op re-integratie en preventie en willen zich daar flink voor inspannen. Dat is dan onderdeel van de AOV, die daar niet duurder van wordt. De
verzekeraar heeft er immers belang bij dat de verzekerde weer aan de bak komt. Dat gebeurt in loondienst ook. Dan belt de bedrijfsarts na een paar dagen ziekte. Maar de verzekerde zelf heeft ook een belang. Niemand wil tot zijn pensioen in de lappenmand zitten.”Terug naar beginCoöperatief, korter alternatief ABDe AB’s in Nederland bieden evenals het broodfonds een alternatief bij arbeidsongeschiktheid: de reductieregeling. Dit is geen antwoord op langdurige uitval, maar de regeling geeft boeren/coöperatieleden wel maximaal twee jaar de garantie dat ze vervangen worden door gekwalificeerde bedrijfsverzorgers. Het bedrijf draait dan door en boeren halen nog steeds inkomsten uit het bedrijf. Boeren kunnen de duur en dekking aan de hand van verschillende tarieven met AB’s afspreken. De reductieregeling kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met een echte AOV.Terug naar begin

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.