‘Agrochemie loopt vast’

Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Chemische bestrijdingsmiddelen hebben sinds de Tweede Wereldoorlog furore gemaakt.De eerste haperingen in het succes kwamen in de jaren 60, toen gechloreerde koolwaterstoffen en kwikverbindingen de voortplanting van roofvogels en sterns bleken te verstoren. Nadat deze en andere schadelijke middelen waren verboden, werd het rustiger, totdat tien jaar geleden biologen alarm sloegen over de effecten van neonicotinoïden op bijen. En glyfosaat kwam onder vuur te liggen omdat het kankerverwekkend zou zijn. Ook resistentie is een probleem. Werden muggen destijds al resistent tegen DDT, nu treedt resistentie ook op bij schimmels, onkruiden en wormen. Daarmee worden de gebruikte middelen krachteloos.Hoge eisen stellenIntussen toonden Milieudefensie en Greenpeace residuen van diverse middelen aan in groente en fruit en op bloemen en planten. Daarmee zetten ze supermarkten en tuincentra onder druk, die op hun beurt hogere eisen gingen stellen aan hun leveranciers. Dat stimuleerde telers om over te schakelen op gewasbescherming met weinig of geen chemie.‘Helemaal zonder chemie zal het misschien nooit gaan’De agrochemische machine lijkt krakend vast te lopenDe opgeschroefde eisen brengen de agrochemische industrie in het nauw. Een spreker van Dow AgroSciences zei onlangs dat het testen en op de markt brengen van een nieuw middel steeds meer tijd en geld kost: 11,3 jaar en 286 miljoen dollar. Het bedrijf moet zelfs 160.000 stoffen testen voordat er één succesvol is. De agrochemische machine lijkt krakend vast te lopen. Steeds meer chemiebedrijven zijn al zwaar gaan investeren in gewasveredeling en recent ook in zogeheten ‘biologicals’. Het Nederlandse bedrijf Koppert begon daar al vijftig jaar geleden mee. Het produceert wereldwijd effectieve roofmijten, sluipwespen, bacteriën en schimmels, naast bestuivers zoals hommels. Eerst met groot succes voor de glastuinbouw, de laatste jaren ook voor vollegrondsteelten. Ook zonder industrie kan teler eind komenMaar ook zonder de industrie kan de teler een eind komen. Denk aan betere hygiëne, goed bodembeheer, ruimere vruchtwisseling en mengteelten en aan biodiverse perceelsranden of aan kasten voor vleermuizen die meikevers en motten kort houden. Ook aardig: gewasvariëteiten die met alarmstoffen natuurlijke vijanden van knagende en zuigende insecten lokken. Helemaal zonder chemie zal het misschien nooit gaan, net zoals we af en toe een brandblusser nodig hebben. Maar we kunnen een eind komen. Actueel: de bloedluis in pluimveestallen bestrijden met roofmijten. Gegarandeerd nul residuen van fipronil.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.