Adequate aanpak bij doodliggen zit in kleine dingen
Doodliggen is de belangrijkste niet-infectieuze oorzaak van biggensterfte. Veel aandacht en management- en stalaanpassingen kunnen deze uitval verminderen.

Pasgeboren biggen moeten zo snel mogelijk bij de uier komen en na de eerste biestopname in het warme biggennest. - Foto: Henk Riswick
Het uitvalpercentage van spenen ligt gemiddeld rond de 13%. Van de niet-infectieuze oorzaken is het doodliggen van biggen de belangrijkste. Het aandeel doodliggen loopt sterk uiteen tussen bedrijven.
Jan Essens, onafhankelijk varkensadviseur en welzijnscoach, ziet in de praktijk dat 35 tot 60 procent van de uitval komt door verdrukking door de zeug. Gezien de huidige kraamstallen en de toekomstige ombouw naar vrijloopkraamhokken is dat hoog, en reden voor actie.Dat kan volgens Essens alleen door te beginnen met een goede registratie: “Er zijn nog genoeg bedrijven die alleen het totale aantal uitgevallen biggen registreren, en niet de oorzaak. Als je niet goed registreert weet je niet wat het probleem of de oorzaak van de uitval is. Dan kun je het ook niet goed aanpakken.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









