Aanvullend onderzoek naar gezondheidseffect geiten

Foto: Hans Prinsen
Het kabinet laat aanvullend onderzoek doen naar de mogelijke relatie tussen longontsteking en het wonen nabij geitenhouderijen.Uit eerder onderzoek is gebleken dat bij burgers die in de nabije omgeving van geitenbedrijven wonen, meer longontsteking voorkomt dan bij burgers die verder van geitenbedrijven wonen. In antwoorden op vragen vanuit de Tweede Kamer kondigt landbouwminister Carola Schouten aan dat er drie vervolgonderzoeken zijn gepland.Microbiologisch onderzoekEen microbiologisch onderzoek richt zich op de precieze ziekteverwekker van longontstekingen die zich voordoen in de nabijheid van geitenbedrijven. Die ziekteverwekkers worden vergeleken met de ziekteverwekkers bij patiënten die niet in de buurt van een geitenbedrijf wonen. Daarnaast worden ongeveer honderd geitenhouders en hun medewerkers onderzocht. De vraag is of zij worden blootgesteld aan ziekteverwekkers die longontsteking kunnen veroorzaken.Mest-, stof- en luchtmonstersVerder wordt op geitenbedrijven onderzocht of ziekteverwekkers aanwezig zijn die een relatie kunnen hebben met de longontsteking die bij omwonenden wordt geconstateerd. Daarbij worden niet alleen dieren onderzocht, maar ook mest-, stof- en luchtmonsters genomen. Bij het onderzoek wordt ook gekeken naar de verschillende manieren waarop geitenhouders werken en hoe ze omgaan met mest.Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking tussen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Nivel (het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) en het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS). Het kabinet heeft nog geen beslissing genomen over een mogelijke relatie tussen de vatbaarheid voor het coronavirus en een eerdere besmetting met q-koorts. Geen landelijk verbod op uitbreiding geitenhouderijDe minister geeft aan niet te voelen voor een landelijk verbod op de uitbreiding van de geitenhouderij. Zij houdt vol dat provincies voldoende instrumenten hebben om maatregelen te nemen en dat een aantal provincies (Noord-Brabant, Gelderland,Overijssel, Zuid-Holland, Utrecht, Limburg, Noord-Holland en Flevoland) dat ook al gedaan heeft. De minister heeft begrip voor de provinciale maatregelen. Toch houdt ze de deur open voor landelijke maatregelen, als de vervolgonderzoeken nieuwe informatie opleveren die daartoe aanleiding geven. “Wanneer er inzicht is in de uitkomst van de deelonderzoeken (...), zal bepaald worden welke nadere maatregelen worden getroffen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









