1963: van los hooi tot strakke baal

Foto: Misset
Een balenpers drukt los hooi samen tot handzame balen. In 1963, het jaar waar in de foto is gemaakt, werd nog steeds veel gehooid, al was er al een duidelijke tendens richting inkuilen.Dat vergde minder manuren en leverde ruwvoer op met een hogere voederwaarde. Toch kostte het inkuilen destijds niet gigantisch veel minder arbeid. Dat kwam deels door de voortschrijdende mechanisatie van het hooien. Mechanisch maaien, schudden en wiersen, scheelden veel tijd. Het venijn zat hem in de staart als het hooi van het land moest. Vroeger werd het met man en macht, vork voor vork, op een wagen geladen om het thuis, op de boerderij, weer vork voor vork op de hooizolder of in de hooiberg te krijgen. Geperst hooi maakte dat alles een stuk eenvoudiger. De balenpers won snel terrein. Volgens het LEI telde Nederland er in 1955 zo’n 225, bijna allemaal in bezit van boeren. Ruim 10 jaar later waren het er 3.166, meest in bezit van loonwerkers. - Foto: MissetDe eerste typen balenpersen waren meest lagedrukpersen. Op de foto echter een tamelijk unieke uitvoering van een hogedrukpers te zien. Op de zijkant staat Lanz-John Deere. Dit is dan ook een pers gemaakt in de eerste jaren na de overname van Lanz door John Deere. Hoewel het een Amerikaans John Deere type is, is hij van 1958 tot 1965 gemaakt in het Duitse Zweibrücken. Waarschijnlijk betreft het een touwpers, de balen werden met touw samengebonden. Draad was weliswaar sterker, maar afgebroken losse stukjes konden in het hooi terechtkomen.Dit artikel is te lezen in Boerderij 36 van dinsdag 6 juni en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









