1963: Mais bleek een krachtpatser en een mestslurper
Mais was in Nederland niet van begin af aan een succesverhaal. Tot de korrelmais gekruist werd met dentrassen. De rest is geschiedenis.

Op de voorgrond zijn de grote bladeren van snijmais te zien. Het gewas had een lange aanloop, maar nadat rassen waren aangepast, en helemaal toen bleek dat je de gehéle plant kon hakselen en inkuilen, steeg de populariteit snel. Met name op de zandgronden maakte veel graan plaats voor de volumineuze plant die zijn oorsprong had in Latijns-Amerika.
Deze foto is gemaakt in 1963. Het graan op de achtergrond en de mais op de voorgrond geven mooi aan wat er in die jaren speelde. Het areaal graan, met name rogge, verminderde, terwijl dat van mais juist in de lift zat.Mais was destijds een nog vrij nieuw gewas. Net na de Tweede Wereldoorlog stimuleerde de overheid de teelt ervan. Boeren die ermee aan de slag wilden, konden vanuit de Marshallhulp financiering krijgen. Het ging toen nog om rassen met ronde korrels, de zogenaamde flintrassen. Goudster en Protor werden veel gebruikt.
Definitieve doorbraak: snijmais als veevoer
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









