1960: Mooie kool was lastige klus

Foto: Misset
Deze foto uit 1960 toont het vervoer van witte kolen. Dat was nooit een enorm grote teelt in Nederland.In die jaren bedroeg het totale areaal zo’n 3.700 hectare. Daarvan was 1.800 hectare zogenaamde bewaarkool zoals witte- en rodekool. De teelt speelde zich voornamelijk af in Noord-Holland.Ziekten en schimmelsKool telen was niet eenvoudig, ziekten lagen op de loer. Vooral in het jaar 1960 had de kool te kampen met schimmels die zorgden voor ‘vallers’ op het veld en ‘koolkanker’ tijdens de bewaring. Tussen de 5 en 10% van de productie viel hieraan ten prooi. Er was zelfs een commissie koolziekten die zich over de problematiek boog. Mooie kolen, zoals die op de boten (koolvletten), kreeg men door het zaaizaad en de moederplanten te ontsmetten met kwik en koper. Wekelijkse behandelingen hadden het meeste effect. - Foto: MissetMet vallers doelde men op kolen die op het veld omvielen. Vaak hadden maden van de koolvlieg de steel aangevreten waardoor deze was gaan rotten. Maar meer en meer bleek een schimmel de oorzaak en wel de variant Plenodomus lingram. Eerst dacht men dat die in de grond zat. Immers, boeren ploegden hun land na de oogst om, met koolresten en al. Uiteindelijk bleek besmet zaaizaad de belangrijkste veroorzaker. Oogstomstandigheden en bewaringDat er tijdens de bewaring soms kanker ontstond, had hier ook mee te maken, plus de oogstomstandigheden. Oogsten tijdens natte periodes speelde de schimmel in de kaart. Daar kwam bij dat de bewaring nog niet zo tiptop was als tegenwoordig. De isolatie en ventilatie lieten bijvoorbeeld vaak te wensen over.Dit artikel is te lezen in Boerderij 3 van dinsdag 17 oktober en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









