Foto: Misset BoerenlevenAchtergrond

1953: kooiwiel in plaats van luchtband

De foto is van 1953. Een trekker met brede kooiwielen wordt ingezet om te eggen.

Kooiwielen werden in plaats van luchtbanden gemonteerd. Toen er na 1950 snelsluitingen kwamen, was aan- en afkoppelen makkelijker en waren kooiwielen eenvoudig naast luchtbanden te gebruiken. - Foto: Misset

Kooiwielen werden in plaats van luchtbanden gemonteerd. Toen er na 1950 snelsluitingen kwamen, was aan- en afkoppelen makkelijker en waren kooiwielen eenvoudig naast luchtbanden te gebruiken. – Foto: Misset

Wat opvalt, is het nummerbord: 2 letters, 5 cijfers. De letters voeren terug naar Noord-Holland dat deze combinatie uitgaf. Ook G en GZ stonden voor deze provincie. Zo had elke provincie zijn eigen letters en lettercombinaties. Daar waar weinig gemotoriseerd verkeer was, kon men lang toe met 1 letter. In de meeste provincies was dit het geval, behalve in Noord- en Zuid-Holland. In 1951 werd het provinciale systeem vervangen door een landelijk systeem zoals dat tegenwoordig nog gebruikt wordt. In 1956 werden alle oude provinciale nummerborden vervangen door nieuwe.

Kooiwielen in plaats van luchtbanden

Bijzonder op de foto zijn ook de kooiwielen die niet naast maar in plaats van luchtbanden gemonteerd werden. Ze waren de oplossing tegen slippen. Na de Tweede Wereldoorlog was de mechanisatie in een stroomversnelling gekomen. Al meer trekkers reden er rond, maar met name op zware gronden bleken de luchtbanden niet toereikend. Ze waren erg smal en in de profielen bleef klei plakken. De wielen gingen slippen en de smalle banden trokken diepe sporen in de bodem. Sommige boeren knoopten kettingen om het rubber voor meer grip, maar kooiwielen werkten handiger. Ze waren lichter, spoorden niet zo diep in en slipten niet.

Op kooiwielen rustte geen patent of octrooi, vandaar dat menig plaatselijke smid zijn eigen variant maakte.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 4 van dinsdag 23 oktober en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen