Zuiden is probleemregio voor mestbeleid

Foto: Koos van der Spek
Hoewel de uitstoot van stikstof en fosfor vanuit de landbouw naar het oppervlakte- en grondwater afgelopen decennia is gedaald, stagneert de daling nu te veel.Verder aanscherpen van het huidige generieke beleid lijkt te weinig effectief en tot te veel nadelige effecten te leiden in gebieden waar de normen wel gehaald worden. Daarom adviseert PBL een regionale aanpak. Lees ook: PBL: mestbeleid is onvoldoende effectiefMestproductie sinds 2016 stabielDe Nederlandse mestproductie is sinds 2006 vrijwel stabiel, ondanks de groei van de melkveehouderij de laatste jaren. “Maar door aanscherping van de gebruiksnormen is de gebruiksruimte voor dierlijke mest afgenomen”, zegt Hans van Grinsven, hoofdonderzoeker van PBL. “De gebruiksruimte voor fosfaat daalde 30%, voor stikstof bleef deze gemiddeld nagenoeg gelijk omdat aanscherping van de normen op zand en löss teniet worden gedaan door ruimere normen op klei. Het beleid heeft ervoor gezorgd dat het fosfaatoverschot in de bodem – in 2000 nog 50 miljoen kilo – nagenoeg is verdwenen. Op fosfaatgebied is er sprake van evenwichtsbemesting: het doel dat stond voor 2000 is in 2015 gehaald. Het stikstofoverschot is er nog wel”, legt Van Grinsven uit. Akkerbouw slechter dan veehouderijUit de evaluatie blijkt dat de resultaten op melkveebedrijven beter zijn dan op akkerbouwbedrijven. De uitspoeling van stikstof en fosfaat is groter van bouwland dan van (blijvend) grasland. Tussen 2011 en 2014 nam het fosfaatoverschot in de bodem op melkveebedrijven met 90% af naar 0 kg/ha, op akkerbouwbedrijven met 50%, naar 15 kilo per hectare. De landelijke bodemoverschotten voor stikstof zijn tussen 2011 en 2014 niet afgenomen ten opzichte van de periode daarvoor. Bij akkerbouwbedrijven op zandgrond werd wel een daling van het stikstofoverschot geregistreerd door minder gebruik van (kunst)mest. Het injecteren van drijfmest. De grondwaterresultaten onder grasland zijn beter dan onder akkerbouwgrond. - Foto: Koos van der SpekIn de studie werd ook gekeken naar bodemvruchtbaarheid. Veel akkerbouwers klagen hierover, maar uit het onderzoek blijkt dat de bodemvruchtbaarheid niet daalt. Het gehalte makkelijk opneembaar fosfaat daalt regionaal wel. “Maar dat is ook het deel dat uitspoelt, daling hiervan was juist de bedoeling van het beleid”, zegt Van Grinsven. Directeur Hans Mommaas van PBL erkent dat akkerbouwers in het zuidelijk zandgebied het al lastig hebben met de huidige gebruiksnormen. In het gebied zal een minder intensieve vorm van landbouw moeten komen, om de milieudoelen te halen, verwacht hij. Lees ook: LTO en milieuorganisatie eens: dit mestbeleid werkt niet meerDoelen in Zuid groter dan uitstoot beïnvloedbare bronnenOf alle milieudoelen gehaald gaan worden is bovendien maar zeer de vraag. PBL bracht per regio en grondsoort in kaart hoeveel de stikstof en fosfaatuitstoot nog moet dalen om de doelen te halen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen beïnvloedbare bronnen, zoals bemesting, uitstoot van glastuinbouw, rioolwaterzuivering en industrie, en niet-beïnvloedbare bronnen als nalevering vanuit de bodem, buitenland en achtergrondbelasting. De reductiedoelstellingen zijn in het Zuidelijk zandgebied voor zowel stikstof als fosfaat groter dan de uitstoot van beïnvloedbare bronnen. Voor fosfaat geldt dat ook voor klei- en veengronden in Centraal en Zuid-Nederland. De uitdaging om met passend beleid te komen is dus groot.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









