Zorgen om bladziekten in suikerbiet

Akkerbouwspecialist Fokko Prins - Foto: Frank Uijlenbroek
Middelen tegen bladziekten in suikerbieten lijken minder effectief te worden. Met name cercospora wordt minder gevoelig voor de beschikbare middelen.De druk van bladschimmels in suikerbieten is de laatste jaren enorm toegenomen. Twintig jaar geleden spoot vrijwel geen bietenteler tegen bladschimmels, alleen in het Zuidoosten waren bladschimmels een item.Anno 2017 is het een standaard onderdeel van de gewasbescherming in suikerbieten. Unitip-gegevens laten zien dat in 2016 35% van bietentelers twee keer tegen bladschimmels spoot, 30% drie keer en 8% zelfs vier keer. In het noordoostelijk zandgebied spoot 22% van de telers vier keer of vaker. Gemiddeld spoten telers 2,1 keer. Tien jaar geleden spoot nog bijna een vijfde van de bietentelers niet tegen bladschimmels.De ziektedruk loopt dus op en hoewel telers frequenter gaan spuiten, zijn de bladschimmels steeds moeilijker onder controle te houden. In de praktijk zijn er percelen waar vier of vijf keer gespoten is en de bieten nog niet vrij zijn van schimmels.Spuitschema’s uitgetest op proefveldDe bladschimmeldruk was reden voor Agrifirm om op twee plaatsen in het land zogenoemde instapproeven aan te leggen, waarin middelenfabrikanten naar eigen inzicht spuitschema’s kunnen aanleggen om de kracht van de verschillende schema’s te laten zien. Akkerbouwspecialist Fokko Prins van Agrifirm laat in een proefveld bij Erica in Drenthe zien dat de gehanteerde toegelaten schema’s geen van alle de schimmels helemaal onder controle houden. In dit proefveld is het vooral cercospora dat de kop opsteekt.Akkerbouwspecialist Fokko Prins beoordeelt de ziekteontwikkeling in suikerbieten van het instapproefveld voor bladschimmel, van Agrifirm in Erica (Drenthe). - Foto's: Frank UijlenbroekVerschillende systemenDe bespuitingen op het proefveld zijn op 3 juli gestart, nadat de eerste vlekjes op het blad zijn gevonden, zoals bieteninstituut IRS adviseert. Vervolgens is in een vast driewekelijks interval gespoten. Half september was vier keer een bespuiting uitgevoerd. In een van de objecten is volgens het waarschuwingssysteem van Agrovision gespoten. Daarbij is een minimaal spuitinterval van veertien dagen ingevoerd. Binnen dit systeem was half september al vijf keer gespoten.Geen van de veldjes met toegelaten schema’s is vrij van bladschimmels, ook niet waar vijf keer is gespoten. Voor de proef is wel een perceel uitgezocht met de kans op een hoge ziektedruk; in de voorgaande bietenteelt was het gewas ook al aangetast door bladschimmels.Schimmels minder gevoelig, andere middelen nodigPrins ziet dat ook op praktijkpercelen telers de bladschimmels niet onder controle weten te houden, ondanks frequente bespuitingen. De adviseur wijt dat aan het minder gevoelig worden van met name cercospora voor de gebruikte middelen. De zes voor bladschimmels toegelaten middelen bestaan uit maar twee groepen; triazolen en strobilurines. Dit zijn zogenoemde singleside-middelen die ieder maar op één punt op de levenscyclus van de schimmel aangrijpen. Dit mechanisme vergroot de kans op het ontstaan van minder gevoelige of resistente populaties. Door gevoelige stammen van cercospora weg te spuiten, krijgen ongevoelige juist meer kans zich te ontwikkelen.Overzicht van het bladschimmelproefveld. Op de voorgrond een onbehandeld veld. De proef bestaat uit twaalf spuitschema’s in drie herhalingen.Volgens Prins zijn daarom andere middelen nodig om de bladschimmels in toom te houden. In het proefveld liggen twee schema’s met nog niet toegelaten middelen. Een ervan is een singleside-middel met een ander aangrijpingspunt dan de huidige middelen. De ander is een multiside-middel dat schimmels breed aanpakt. De objecten waarin deze middelen zijn meegespoten zijn duidelijk gezonder dan de andere veldjes. Voor Prins is dit het bewijs dat de schimmels minder gevoelig worden voor de huidige middelen.Voldoet drieweeks spuitinterval nog wel?Dat roept dan de vraag op of een drieweeks spuitinterval nog wel voldoet en of de intervallen wat nauwer moeten; vooral aan het begin wanneer de bieten nog volop nieuw blad vormen, dat door de preventieve werking van de middelen onbeschermd is. Of dat de dosering omhoog moet. Door snelle aantasting van het nieuwe blad blijft de infectiedruk hoog. Daar komt nog bij dat door een voortdurend afsterven van aangetast blad, de bieten tot laat in het seizoen nieuw blad blijven vormen, dat ook weer moet worden beschermd.In het proefveld is ook de toevoeging van de uitvloeier Wetcit aan de spuitvloeistof meegenomen, om te kijken of dit een positief effect op de werking van de middelen heeft. Daarnaast is ook een object meegenomen waarbij bij de bespuitingen de bladmeststof Brassitrel Pro is meegespoten. Dit is een stikstofmeststof met sporenelementen. Het idee is dat de bieten dan weerbaarder zijn tegen bladschimmels. In het veld is nauwelijks minder aantasting te zien. Wat dit voor de opbrengst en het rendement van de teelt betekent, moet nog blijken uit de opbrengstbepalingen.Vooral cercospora overal te vindenDelphy-adviseur Roelof Naber ziet in het noordoostelijk zandgebied al meerdere jaren dat de bieten niet vrij blijven van bladschimmels, ondanks bespuitingen. De laatste twee seizoenen is het vooral cercospora dat overal te vinden is. Naber vindt dat dat telers zich niet heel druk moeten maken over een paar vlekjes in het gewas. “Het kost een vermogen om de bieten helemaal schoon te houden en het is maar de vraag of een laatste bespuiting nog wel rendabel is.” Naber ziet ook grote verschillen tussen percelen, soms is één bespuiting voldoende en op een ander perceel valt het resultaat na vier bespuitingen nog tegen.Een biet die veel blad verliest door bladschimmels blijft nieuw blad vormen. Bij een hoge ziektedruk wordt dit ook weer snel aangetast.IRS-onderzoeker Bram Hanse ziet ook dat aantastingen vooral perceelsgebonden zijn. De laatste twee jaar is stemphylium minder prominent en komt cercospora weer meer voor. Een eenduidige verklaring voor de hoge cercospora-druk heeft Hanse niet. Er zijn meerdere factoren die daarbij van invloed zijn.De warme zomers met voldoende vocht zijn gunstig voor cercospora. Vanaf 2012 zijn ook in Nederland cercospora-isolaten gevonden die minder gevoelig zijn voor triazolen of resistent zijn tegen strobilurinen, waardoor bespuitingen minder effectief zijn. De schimmel krijgt daardoor ruimte binnen de schema’s. Daar komt nog bij dat deze schimmel direct bij de eerste symptomen moet worden aangepakt, omdat deze anders bijna niet meer te stoppen is.Het advies van Hanse is dan ook om een week na een bespuiting het effect te beoordelen; is de infectie niet gestopt, dan kan nog op tijd een ander middel worden ingezet om te corrigeren. Na drie weken is het te laat. Cercospora gaat niet meer weg, bietentelers moeten ermee leren omgaan. De ziektedruk hangt van de teeltrotatie en weersomstandigheden af en verschilt daardoor per jaar.Gunstig effect rassenkeuze twijfelachtigIn het buitenland wordt een deeloplossing gezocht in het telen van minder gevoelige rassen. Hanse denkt dat daarmee niet zoveel winst te behalen is. Het klopt dat er rasverschillen zijn. In het Nederlandse rassenonderzoek komen rassen die erg gevoelig zijn niet hoog op de rassenlijst, omdat rassen die in een standaard spuitschema niet gezond blijven geen hoge opbrengst halen. Daar komt nog bij dat de cercospora-schimmel zich aanpast aan het ras. Een ras slijt als het ware. Het eerste jaar dat het veel wordt geteeld, kan het nog ongevoelig zijn, maar in de volgende jaren loopt de gevoeligheid snel op.De vraag is volgens Hanse dan ook of je moet kiezen voor een minder gevoelig ras met minder opbrengstpotentie, of een ras met de hoogste financiële opbrengst, met een kans op opbrengstderving door cercospora.Ieder perceel zijn eigen spuitschema
Thale Hulshof (32) in Valthermond
(Drenthe). Hulshof verzorgt de teelt
voor meerdere akkerbouwbedrijven,
daaronder valt 75 hectare suikerbieten.
- Foto: Jan Willem van VlietThale Hulshof verzorgt dit seizoen de teelt van 75 hectare suikerbieten. Met een op de omstandigheden afgestemde rassenkeus, middelenkeus en afgestemd spuitinterval wist hij dit seizoen de suikerbieten vrijwel vrij van bladschimmels te houden. Voor ieder perceel is de strategie weer anders, voor 15 hectare was één bespuiting voldoende en op 20 hectare waren vier bespuitingen nodig om de bieten schoon te houden. De rest van de percelen heeft Hulshof twee of drie keer gespoten.RassenkeuzeEen adequate bladschimmelbestrijding begint volgens Hulshof met de rassenkeuze. Uit eigen ervaring, contact met collega’s en de Delphy-onderzoeken weet hij welk ras het best bij een perceel past. Voor de nattere percelen bestemd voor de vroege levering, kiest de ondernemer voor het ras Hannibal dat vrij ongevoelig is voor bladschimmels en vroeg in het seizoen tonnen en suiker geeft. Met één behandeling met Opus Team is het tot aan de oogst schoon gebleven. Voor de latere percelen kiest Hulshof voor rassen die beter doorgroeien.De percelen waar stemphylium voorkwam zijn de eerste keer met Retengo Plust gespoten. Voor het bepalen van de spuitmomenten gaat Hulshof af op wat hij zelf in het perceel ziet. “Ik kom toch regelmatig in de percelen om overgebleven onkruid of een schieter te verwijderen.”IRS-bladschimmelwaarschuwingDe IRS-bladschimmelwaarschuwing is voor hem een teken om extra alert te zijn. Een kleine drie weken na de eerste bespuiting is hij weer extra alert op schimmels. Pas wanneer nieuwe infecties te zien zijn, voert Hulshof een vervolgbespuiting uit. Tot nu toe is deze strategie effectief gebleken om de bladschimmels onder controle te houden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









