Zo doen zij dat: Veel biggen spenen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Drie vermeerderaars vertellen hoe en waarom zij hun overtallige biggen grootbrengen met behulp van wisselzeugen, kunstzeugen of pleegzeugen.Door de jaren heen realiseren zeugenhouders een alsmaar hogere biggenproductie. De grens van 40 gespeende biggen per zeug per jaar komt zelfs al in zicht. Dat vraagt om praktische oplossingen in de kraamstal. Want hoe breng je al deze biggen groot?Combinatie van methodesVoor het grootbrengen van overtallige kraambiggen zijn meerdere manieren mogelijk. Die hebben allemaal hun eigen voor- en nadelen. Sommige bedrijven zoeken het in een combinatie van methodes. Vanwege praktische redenen zijn niet alle werkwijzen zomaar op ieder bedrijf in te passen. Ook financieel rendement en maatschappelijke acceptatie zijn aspecten die een rol spelen.Ondersteuning melkgift zeugEen aantal zeugenhouders kiest ervoor om biggen in de kraamstal bij te voeren via een cup-systeem of een volledig automatisch voersysteem. Daarmee wordt de melkgift van de zeug ondersteund.WisselzeugenHet is ook mogelijk om overtallige biggen groot te brengen door zogenoemde wisselzeugen in te zetten, met kunstzeugen te werken of pleegzeugen te maken. Zeugenhouders Sjef van den Nieuwelaar, Gert Altena en Lydia Derikx-Relou werken respectievelijk volgens deze methodes. Ze leggen uit waarom ze dat doen en vooral ook hoe ze dat doen.
Artikel gaat verder onder de foto‘s.Naam: Sjef van den Nieuwelaar (54). Plaats: Roosendaal (Noord-Brabant). Bedrijf: Van den Nieuwelaar heeft 530 zeugen en houdt 5.000 vleesvarkens onder het Beter Leven-keurmerk, waarvan 1.100 vleesvarkens in een voergeldstal. Genetica: Topigs 20 x Piétrain. Foto: Peter Roek‘Wisselzeug brengt 2 tomen groot’Sjef van den Nieuwelaar ontwikkelde samen met dierenarts Manon Houben het systeem met wisselzeugen.“We zochten een oplossing voor onze overtallige biggen. Moederloze opfok zag ik niet zitten en ik wil dure melkproducten graag buiten de deur houden. Zoekend naar een oplossing kwamen Manon Houben en ik tijdens een managementoverleg op het idee van de wisselzeug. Dat hebben we uitgewerkt.”Zelfbedacht systeemSinds een jaar of 6 werkt zeugenhouder Sjef van den Nieuwelaar volgens het zelfbedachte systeem met de wisselzeug. Hij legt uit hoe het werkt. “Het is eigenlijk heel simpel. Met behulp van schotjes hebben we op de voerpaden in de kraamafdelingen extra biggenhokjes gemaakt. Deze hokken beschikken over een drinknippel, een voerbak en een warmtelamp. In iedere afdeling kunnen we een wisselzeug aanwijzen. Deze zeug brengt 2 tomen biggen groot.”De 2 tomen liggen afwisselend bij de zeug. Bij Van den Nieuwelaar – die met personeel werkt – gebeurt het overleggen ’s ochtends om 7.00 uur en ’s middags om 17.00 uur. Tijdrovend is dit niet, zegt de varkenshouder. “Het kost anderhalve minuut per hok. De biggen lopen al snel zelf van het ene naar het andere hok.”Van den Nieuwelaar bedacht het systeem met de wisselzeug. Meerdere zeugenhouders volgden zijn voorbeeld. Sommigen haakten af vanwege extra arbeid. Foto: Peter Roek0,5 kilo extra voer per dagIn de kraamstal maakt Van den Nieuwelaar gemiddeld 15 wisselzeugen aan. Hij zoekt hiervoor conditioneel goede zeugen uit en selecteert daarbij op voldoende melkgift. Gelten of oude zeugen worden niet ingezet als wisselzeug. De wisselzeugen krijgen tijdens de kraamperiode 0,5 kilo per dag extra gevoerd.De biggen bij de wisselzeug krijgen de eerste 10 dagen extra melk gevoerd. Daarna wordt pap verstrekt. Bij het spenen zijn de biggen van de wisselzeug een kilo lichter dan andere biggen. “Hun voeropname is echter al zo goed dat ze dit na het spenen rechttrekken.”Naam: Gert Altena (46). Plaats: Hoogenweg (Overijssel). Bedrijf: Altena heeft 600 zeugen. Hij schakelt over op Deense genetica (x PIC 408). Hij produceert 34 gespeende biggen per zeug per jaar. Met de overstap op de 'Denen' is de rek in de productie er nog niet uit. Foto: Alex Mulder‘De beste biggen gaan naar een kunstzeug’Gert Altena werkt sinds 1991 met de Mambo Kunstzeug Melkautomaat en is daar goed over te spreken.Na de biestopname selecteert Gert Altena zijn pasgeboren biggen streng op grootte. Daarbij kijkt hij ook naar de speengrootte van de zeugen. Kleine biggetjes gaan naar zeugen met kleine spenen en de grootste biggen gaan naar zeugen met grote spenen. “Ik leg 13 of 14 biggen bij een zeug. Soms gaat het om 15 stuks. Biggen die dan nog over zijn gaan naar een aparte afdeling met 11 Mambo Kunstzeugen. De grootste biggen uit de kraamstal worden na een week bij 1 van de 11 Mambo’s gelegd. “Bij de zeug waar deze biggen vandaan komen, leg ik vervolgens weer de grootste pasgeboren biggen. Zo schuif ik door.”Alle biggen in de kraamstal krijgen de eerste 10 dagen melk bijgevoerd, daarna uitsluitend droogvoer.Deels moederloze opfok is voor Altena geen bezwaar. Hij zoekt voor alle biggen een goede plek. "Sommige baby's groeien toch ook op in een couveuse?" Foto: Alex MulderPorties melk dagelijks vergrootVan de Mambo’s krijgen de biggen ieder uur een klein portie melk verstrekt. De porties worden dagelijks vergroot. De biggen worden bijgevoerd met een prestarter. De voerkosten vallen Altena mee. “Tot het moment van spenen ben ik bij de Mambo’s € 1,50 per big kwijt aan kunstmelk en prestartvoer.”Spenen gebeurt op 21 dagen. Altena streeft naar een speengewicht van 6 kilo. Biggen die deels opgroeien bij een kunstzeug halen dat niet. Zij wegen dan gemiddeld 3 kilo. “Deze biggen nemen het droogvoer al goed op en trekken de achterstand na het spenen zeker bij.”TweedehandsHet werken met de Mambo’s bevalt Altena uitstekend. Hij kocht ze tweedehands, voor gemiddeld € 200 per stuk. “De vorige eigenaren konden er niet mee uit de voeten. Maar zij legden de kleinste biggen bij de Mambo‘s, terwijl je juist de grootste biggen moet selecteren.”Het verstrekken van koude kunstmelk aan kraambiggen verhoogt de kans op diarree. Altena merkt dat de uitval daardoor iets hoger is. Met vloerverwarming en warmtelampen probeert hij problemen te voorkomen en de uitval te beperken. Daar slaagt hij wel in. “De totale uitval in de kraamstal is 12%.”Naam: Lydia Derikx-Relou (30). Plaats: Bakel (Noord-Brabant). Bedrijf: Lydia Derikx-Relou runt met haar ouders een zeugenbedrijf met 1.200 zeugen, met eigen aanfok. Bij het bedrijf hoort een akkerbouwtak van 50 hectare. Het bedrijf werkt met TN70-zeugen x Piétrain. Foto: Bert Jansen‘Pleegzeug gevoelsmatig de beste manier’Boerderij-columniste Lydia Derikx-Relou en haar ouders werken al meerdere jaren naar tevredenheid met pleegzeugen.“Wij vinden het belangrijk om biggen bij de zeug te houden. Er gaat niets boven moedermelk. Gevoelsmatig vinden we het werken met pleegzeugen dan ook de beste manier om overtallige biggen groot te brengen.” In haar column liet Lydia Derikx-Relou onlangs al weten voorstander te zijn van het werken met pleegzeugen. Samen met haar ouders hanteert ze een strikte werkwijze als het gaat om het maken van pleegzeugen. Daarbij maken ze gebruik van een doorschuifsysteem. De varkenshouders laten zoveel mogelijk biggen bij de moederzeug. Ze kijken naar de uierkwaliteit en het aantal spenen van een zeug. Aan de hand daarvan bepalen ze hoeveel biggen een zeug groot moet kunnen brengen. Soms gaat het om 14 biggen, maar het kunnen er ook 15 of zelfs 16 zijn.Overtallige biggenEventuele overtallige biggen worden na 1 of 2 dagen bij een pleegzeug gelegd. “Dit zijn altijd de forse biggen, die goed biest hebben opgenomen.”Als pleegzeug wordt gekozen voor een eerste- of tweedeworpszeug, met pasgeboren biggen van zo’n 5 dagen oud. “De eerste- en tweedeworpszeugen hebben een goed uier. Voor het overleggen van de biggen geven we deze zeugen een fles donker bier. Dat houdt ze rustig en zorgt bovendien voor een goede melkgift.”Lydia Derikx-Relou heeft een goed gevoel bij het werken met pleegzeugen. Samen met haar ouders hanteert ze daarbij een doorschuifsysteem. Foto: Bert JansenStrikte selectiecriteriaDe biggen van 5 dagen oud worden doorgeschoven naar een zeug die eigenlijk gespeend kan worden. Deze pleegzeugen worden vooral op hun conditie en uierkwaliteit geselecteerd. Beide moeten goed zijn. “We hanteren strikte selectiecriteria. Je moet geschikte dieren uitzoeken om uitval te voorkomen.”In het selecteren van de zeugen en het overleggen van de biggen gaat wat extra arbeidstijd zitten. Dat ervaren de zeugenhouders niet als een nadeel. “We kunnen de biggen bij de zeug op laten groeien en spenen mooie biggen. Daar gaat het om.” Op het bedrijf zijn ruim voldoende kraamhokken aanwezig om met pleegzeugen te werken.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.