‘Wol verdient beter dan een negatieve prijs’

Foto: Theo Tangelder
Het is bizar maar waar: wol heeft een negatieve prijs, tenminste de zwarte en bonte wol. De schapenhouder die hiervan af wil, moet geld toeleggen. Witte wol levert nog wel wat op, maar dat is centenwerk en bij lange na niet kostendekkend.Ooit was schapenwol een gewild en kostbaar product. Hele industrieën waren er op gebaseerd, het was een bron van welvaart. Die tijden zijn lang voorbij. In Nederland en elders in West-Europa is wol bijzaak, een bijvangst van het echte product van de schapenhouder: vlees. En die wol, ja die moet er nu eenmaal af. De kosten van het scheren zijn vele malen hoger dan de opbrengst van de wol. De prijzen stonden al langer onder druk, met nu dus als nieuw dieptepunt een negatieve prijs voor gekleurde wol.Nieuwe afzetmarkten zoeken voor Nederlandse wolVoor schapenwol is er nauwelijks een afzetmarkt meer. Die is er wel voor merinowol uit Australië – wol afkomstig van een schapensoort die we hier amper hebben en die hier om verschillende redenen ook niet echt past. Merinowol is een ander product met andere eigenschappen en ook een goeie marketing. Het staat wereldwijd hoog aangeschreven als textielgrondstof met uitstekende eigenschappen, geschikt voor dure markten, zoals buitensportkleding.
Heeft ‘gewone’ wol die dan niet? Dat kan bijna niet waar zijn. Het wordt tijd om nieuwe afzetmarkten te ontdekken, om goede productontwikkeling en bijbehorende marketing op te zetten. Dat kost geld. Toch moeten daar kansen liggen. Een uitdaging die de kleine en inderdaad weinig kapitaalkrachtige schapensector in Nederland wel moet oppakken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









