Wintervoorploegen van grasland lijkt perspectiefvol

Laatst bijgewerkt:
Foto: Robin Bouwmeester

Foto: Robin Bouwmeester


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De resultaten van demoproeven in 2020 met wintervoorploegen van grasland voor pootgoedteelt in Drenthe lijken positief. Het kan voordelen opleveren voor zowel akkerbouwers als melkveehouders. Dit jaar draait een wetenschappelijke proef.Het vroeg scheuren van grasland (20 januari) en mechanisch vernietigen, voorafgaand aan de teelt van pootgoed, lijkt de opbrengst van pootgoed (ton/ha) met 14% te verhogen. Daarnaast verbetert de maatsortering. Dat blijkt uit een proef in 2020 met wintervoorploegen in Drenthe op het akkerbouwbedrijf van Robin Bouwmeester in Wijster.Lees onderaan het artikel de reportage over Robin BouwmeesterIn 2020 verbeterde wintervoorploegen de opbrengst en sortering van pootaardappelen van Bouwmeester. Deze werkwijze kan ook voordelen opleveren voor andere pootgoedtelers die grond huren van melkveehouders. - Foto: Ruud Ploeg‘Slechts demoproeven’“De eerste resultaten lijken goed, maar het zijn slechts demoproeven geweest”, zegt Wim van Dijk, onderzoeker bodem- en nutriëntenmanagement van Wageningen University & Research (WUR). Hij voert het onderzoek en de rapportage van de proeven uit in samenwerking met DLV Advies en Delphy.“Het zijn resultaten van één jaar en de referentie is pas laat gescheurd, op 20 april 2020. We weten niet of scheuren ergens tussen het vroege en late tijdstip ook geen goed resultaat had opgeleverd. Daarom doen we dit jaar een proef in herhalingen, waarbij we tussen begin december en tweede helft maart gras scheuren, frezen en onderploegen. We onderzoeken bij welk moment van grasland scheuren het vrijkomen van stikstof het best is afgestemd op het moment dat het volggewas stikstof opneemt. Waarbij we ook goed moeten letten op vroegtijdige N-verliezen.”Voordelen van wintervoorploegen N-beschikbaarheid beter afgestemd op N-behoefte pootaardappelenDaardoor mogelijk minder N-uitspoelingHogere opbrengst pootgoedBetere maatsortering pootgoedBenutting van stikstof door nalevering uit grasGras verteert eerderBeperkt gebruik glyfosaat Wintervoorploegen, 2020 en 2021De proefopzet van vorig jaar en dit jaar staan in de tabel Proefopzet wintervoorploegen, 2020 en 2021. De resultaten van genoemde proeven kunnen zeker interessant zijn voor alle samenwerkingen tussen akkerbouwers en veehouders. Want tijdig scheuren van grasland voorafgaand aan een akkerbouw vervolgteelt, levert zowel voor akkerbouwers als veehouders voordelen op, verwachten de onderzoekers. “Belangrijk is wel hoe vroeg je moet zijn en of bij vroeg scheuren het risico op uitspoeling niet toeneemt”, zegt Van Dijk.De proeven met wintervoorploegen in Drenthe vallen onder het deelprogramma Vernieuwing bedrijfssystemen akkerbouw – veehouderij van het Inter Bestuurlijk Programma (IBP) Vitaal Platteland – Drents Plateau. Hierin werkt de provincie Drenthe samen met waterschappen, LNV en boeren aan verbetering van samenwerking tussen akkerbouwer en veehouder en op gemengde bedrijven. In het project kijken de projectpartners ook naar de duur van de graslandperiode in de totale gewasrotatie. “De grote vraag is welke effecten tijdelijk gras heeft voor het totale systeem van akkerbouw en veehouderij. Denk daarbij aan effecten op organische stof, biodiversiteit, ziektedruk, CO2-vastlegging en uitspoelingsrisico’s”, zegt Van Dijk.Op tijd een keuze makenHet lijkt erop dat vroeg scheuren stikstof uit de verterende graszode beter beschikbaar maakt voor het volggewas. Maar dat vraagt wel op tijd plannen welk grasland gescheurd gaat worden. Dat zeggen Albert-Jan Bos, adviseur rundvee van DLV Advies en Harm de Boer, senior adviseur akkerbouw van Delphy. Zij adviseren veehouders en akkerbouwers die met elkaar grond ruilen, om op tijd om de tafel te gaan zitten voor de planning van het bouwplan.In de winter al beslissen“Het is goed als de veehouder in de winter al aangeeft welk grasland het komend jaar meegaat in de akkerbouwrotatie”, zegt De Boer. “Dan kan de akkerbouwer beter plannen en is de kans groot dat het gras zo dicht mogelijk bij 1 februari wordt gescheurd. Toestaan om vanaf december te scheuren zou nog beter zijn. Dan kun je een gunstig moment kiezen qua weer en dat is weer beter voor de bodem.”Handig om op tijd je bouwplan te kennenIn de winter is de grond soms te nat of bevroren en dat vertraagt vertering van de graszode door lage bodemtemperaturen. Bos geeft aan dat veehouders vaak wachten met beslissen welk gras om moet. “Ze kijken eerst hoe de graszode uit de winter komt, maar meestal weten ze al veel eerder welk graspercelen hun beste tijd hebben gehad en aan scheuren toe zijn”, zegt Bos. Hij geeft aan dat het voor de veehouder ook handig is om op tijd zijn bouwplan te kennen. “Want op zandgrond moet je voor 15 februari bij RVO doorgeven waar je mais gaat verbouwen.”Gemengd grondgebruik niet nieuwGemengd grondgebruik in Drenthe is niet nieuw en zeker niet op het Drents Plateau. “Momenteel wordt 53% van de landbouwgrond in Drenthe gebruikt voor zowel akkerbouw- als veehouderijgewassen”, zegt Giske Warringa, projectleider Samenwerking Akkerbouw en Veehouderij. Op het Drents Plateau, grofweg tussen Coevorden, Groningen, Steenwijk en Emmen domineert een gemengd bedrijfssysteem met grondruil tussen akkerbouw en veehouderij, regionale voerteelt en gemengde bedrijven. “We streven naar een duurzaam gemengd grondgebruik op het Drents plateau en daarbuiten met voordelen voor zowel akkerbouwer als veehouder”, zegt Warringa.Drie proefvelden in de proefopzet van 2021 waarbij er drie verschillende scheurmomenten zijn geweest. Er is geploegd op 2 december 2020, op 5 januari 2021 en op 6 februari 2021. - Foto: Ruud PloegAkkerbouwer profiteert van gras als rustgewasAkkerbouwers profiteren van gras als rustgewas in de rotatie. Het levert extra organische stof op (waardoor water in de bodem beter wordt vastgehouden), N-nalevering en een ruimere rotatie. Dat verlaagt de ziektedruk, waardoor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen lager is. Ook kunnen granen als voer voor veehouders gebruikt worden. De melkveehouder heeft met regelmatige graslandvernieuwing minder onkruiddruk, een hogere opbrengst en minder kans op verdroging. Melkveehouders maken afspraken met akkerbouwers over bemesting en mestafzet. “De mest blijft in de regio, waardoor er korte transportafstanden zijn. Door vaste relaties is er ook meer duidelijkheid over de samenstelling van mest”, zegt Warringa.Stikstof in de bodemDelphy, DLV en WUR hebben in 2020 ook het N-gehalte in de bodem van de proefveldjes gemeten in drie lagen (0-30, 30-60 en 60-90 centimeter diep). Hieruit blijkt dat er op 1 april in de bodem van het grasland, dat in januari is omgeploegd, 60 kg N per hectare zat. In de graslandbodem die in april is gescheurd zat ongeveer 10 kg N per hectare. Dit komt door de stikstofopname van het gras tussen eind januari en begin april.Van Dijk: “Rond half juni hebben we in de bodem 85 tot 100 kg N per hectare gemeten met weinig verschil tussen vroeg en laat scheuren. Bij vroeg gescheurd gras was de stand van het pootgoed beter dan bij laat gescheurd grasland. Bij de oogst was de opbrengst en de N-opname in de knollen hoger.”De vraag is: hoe vroeg moet je scheurenTijdig scheuren lijkt dus gunstig, maar de vraag is; hoe vroeg je moet scheuren en is 1 februari niet al voldoende vroeg. Daarom is dit jaar een nieuwe proef aangelegd met meer scheurmomenten op zowel 2-jarig als op 5-jarig grasland. “Naast de metingen van minerale bodem-N gedurende het jaar, doen we proefrooiingen om de pootgoedopbrengst, sortering en het N-gehalte in de knollen te bepalen. Ook beoordelen we de geoogste knollen visueel op aanwezigheid van grasresten”, zegt Van Dijk.Robin (30) en zijn vader Johan Bouwmeester (60) hebben een akkerbouwbedrijf in Wijster (Dr.) op gemiddeld 140 hectare grond, waarvan 90% bestaat uit zandgrond. Het bouwplan: 50 hectare pootaardappelen, 30 hectare zetmeelaardappelen, 5 hectare consumptieaardappelen, 15 hectare uien, 10 hectare suikerbieten, 10 hectare zomergerst en 20 hectare verhuurd/ruilen voor bloembollen en mais. - Foto: Ruud Ploeg‘Eerder ploegen verhoogt opbrengst pootgoed’Robin Bouwmeester ziet dat wintervoorploegen goed is voor zijn pootgoedteelt. “Tijdig grasland scheuren, levert op tijd stikstof op voor de groei van ons pootgoed”, zegt Bouwmeester.De familie Bouwmeester paste vorig jaar voor het eerst wintervoorploegen van grasland toe. “In onze omgeving werken akkerbouwers en veehouders al decennia met elkaar samen. Dat past in het ideaalplaatje van toekomstige landbouw”, vertelt Robin Bouwmeester. “Maar wintervoorploegen is niet nieuw. De generaties voor ons scheurden grasland ook al in december of januari, toen dat nog was toegestaan. Nu mogen we op zandgrond pas na 1 februari scheuren. Om stikstof uit de omgeploegde graszode goed te benutten voor de volgteelt pootgoed, moet dat eigenlijk veel eerder gebeuren.” Bouwmeester scheurt het proefperceel van 0,25 hectare in december, januari of februari. Voor scheuren voor 1 februari heeft hij een ontheffing van het ministerie van LNV.Geen glyfosaat nodigVorig jaar is op drie proefvelden (6x15 meter) grasland gescheurd, waarna pootgoed is gepoot. Dat was in januari 2020 zonder gebruik van glyfosaat en in april 2020 met en zonder glyfosaat. “Pootgoed op het perceel dat in januari is geploegd, heeft de beste opbrengst en sortering opgeleverd. Omdat op tijd ploegen zorgt voor een goede vertering van de graszode, levert dat tijdig voldoende stikstof op voor ons pootgoed”, verklaart Bouwmeester dit resultaat.“Het groeiseizoen van pootaardappelen is kort. Stikstof uit de verterende graszode komt te laat vrij, waardoor de aardappelplant het te laat of niet opneemt. Na de oogst blijft er onbenutte stikstof over, dat is zonde. Met wintervoorploegen is ook geen glyfosaat meer nodig om het gras dood te spuiten”, zegt Bouwmeester. Hij verwacht dat er vroeg of laat een verbod komt op het gebruik van glyfosaat.De Drentse akkerbouwer merkt ook dat hij de grond beter kan bewerken als er geen onverteerde graszoden in zitten. “Een nadeel van wintervoorploegen is de losse grond, waardoor je bij nat weer in het voorjaar wat later het land op kunt”, zegt Bouwmeester.KringlooplandbouwBouwmeester ruilt grond met vijf veehouders en ziet dat als een vorm van kringlooplandbouw. “Wij ruilen grond omdat we voor het pootgoed AM-vrije grond nodig hebben en we daarmee ons bouwplan kunnen verruimen.” De veehouder kan de runderdrijfmest in de buurt kwijt. “Wij voeren ook de grondbewerking en gewasbescherming van de maisteelt uit voor de veehouder en zaaien na de pootgoedteelt deze percelen opnieuw in met gras.”In een gezamenlijk bouwplan kan de bemesting volgens Bouwmeester ook efficiënter. “Uit de graszode komt voldoende stikstof vrij voor ons pootgoed. Aanvullend hebben we kali, fosfaat en enkele spoorelementen nodig. Dit kunnen we ook uit gescheiden dierlijke mest halen. De fractie met veel stikstof kan de veehouder goed benutten voor zijn gras. Daarmee kunnen we allebei besparen op kunstmest.”Robin Bouwmeester bekijkt de vertering van het gras in het grasland dat op 2 december 2020 is omgeploegd. “Hoe beter het gras is verteerd, hoe beter wij de grond kunnen bewerken”, zegt Bouwmeester. - Foto: Ruud PloegKnelpunten wetgevingDe huidige wetgeving en het beleid is vaak gericht op de afzonderlijke bedrijfstakken akkerbouw en veehouderij en niet op gemengd grondgebruik. Een gezonde wisselteelt vraagt om een integrale aanpak per perceel of per gebied. In beleid moet meer aandacht komen voor gemengd grondgebruik. Knelpunten in wetgeving zijn: Het verbod op scheuren van grasland op zandgrond voor 1 februari. Eerder grasland scheuren, kan de stikstofbenutting verbeteren.Het aankomend verbod op glyfosaat zou het doodspuiten van grasland onmogelijk maken. “De combinatie van een glyfosaatverbod en grasland pas na 1 februari scheuren, is niet werkbaar. Het levert juist extra risico op stikstofuitspoeling in het najaar op, zeker bij een droge zomer”, zegt Bouwmeester.Het aandeel blijvend grasland per EU-lidstaat mag niet te veel dalen, omdat blijvend grasland bijdraagt aan vergroening en klimaatbeleid (CO2-vastlegging). Als het aandeel blijvend grasland meer dan 5% daalt ten opzichte van het referentiejaar 2012 (41% blijvend grasland) moet Nederland een omzetverbod en een herinzaaiplicht instellen. Dat kan het scheuren van meer grasland in de weg zitten.Duurzaamheidsprogramma’s van zuivelondernemingen stimuleren meer blijvend grasland. “In deze programma’s ontbreekt de waardering voor tijdelijk grasland in de akkerbouwrotatie, terwijl dat ook duurzaamheidsvoordelen heeft”, zegt Warringa.Mestbeleid is nog niet gericht op gemengd grondgebruik. Bouwplanbemesting met minder bemestingsruimte na gras en meer bemestingsruimte voor nieuw grasland, kan hierin helpen. Warringa ziet in de eerste contouren van het nieuwe mestbeleid ruimte voor gemengd grondgebruik. “Ik hoop dat dit in de uitvoering van de details zo blijft.”Het huidige GLB is niet gericht op gemengde bedrijven. Het nieuwe GLB biedt kansen om dit knelpunt op te lossen. Lees ook: Na een natte herfst of late oogst is voorjaarsploegen van zware kleigrond een alternatief voor wintervoorploegen

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.