‘Wildwest in biostimulanten noopt tot regelgeving overheid’

Het toepassen van biostimulanten door het strooie van korrels bij Darolin te Brakel. t.b.v. Reed/Groenten en Fruit      Opdr.nr. 406757   Kostenplaats 06006 Fotograaf:Van Assendelft Fotografie

Het toepassen van biostimulanten door het strooie van korrels bij Darolin te Brakel. t.b.v. Reed/Groenten en Fruit Opdr.nr. 406757 Kostenplaats 06006 Fotograaf:Van Assendelft Fotografie


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De markt voor microbiële biostimulanten groeit sterk. Maar het schort nog aan toezicht op een veilig gebruik en op – mogelijk gevaarlijke – nepproducten, stelt Theo Grent.Terwijl de reguliere handel in chemische middelen bol staat van de voorschriften, treden inspecties vooral reactief op tegen microbiële biostimulanten. Naarmate de regelgeving onduidelijker is, leggen steeds meer aanbieders claims neer waarvoor geen bewijs is.Microbiële biostimulanten vormen een snelgroeiende productgroep met vaak omvangrijke claims, zoals bodemverbetering, bevordering van plantengroei en verhoging van plantweerbaarheid. Omdat de markt van microbiële biostimulanten zich in rap tempo ontwikkelt, rijst de vraag hoe de regelgeving op deze trend kan aansluiten. Een probleem hierbij is dat er microbiële biostimulanten op de markt zijn met plantengroeibevorderende micro-organismen waarvan de inhoud sterk doet denken aan inmiddels toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen. Doorgaans is de etikettering van deze producten oppervlakkig, maar wordt desondanks al snel gedacht dat ze ook een bestrijdende component bezitten.Intussen zijn de telers die dergelijke levende organismen gebruiken eigenlijk vrijwilligers en betalen ze zelfs om proefkonijn te zijnBiologische gewasbeschermingsmiddelen moeten een dure en tijdrovende toelatingsprocedure doorstaan, terwijl er op middelen waaraan consortia van bacteriën, gisten en schimmels zijn toegediend nauwelijks wordt toegezien. Alvorens de zaak te onderzoeken en, afhankelijk van of er van opzet of nalatigheid sprake is, een product in de ban te doen, wachten inspectiediensten namelijk tot ze meldingen krijgen van problemen die door een microbiëel mengsel worden veroorzaakt. Intussen zijn de telers die dergelijke levende organismen gebruiken eigenlijk vrijwilligers en betalen ze zelfs om proefkonijn te zijn. En lopen ze het risico dat de gezondheid van zowel hun gewassen als de mensen en dieren die er mee in aanraking komen, wordt geschaad.NamaakMicrobiële producten die de oogstopbrengsten aanzienlijk verhogen, met name mycorrhiza schimmels en Rhizobium bacteriën, zijn al langer op de markt. In laboratoria geselecteerde en in biotechnologische faciliteiten gekweekte microben, zoals bacteriën, schimmels, gisten en virussen met aantoonbare gewasbeschermende eigenschappen, komen nu in een hoog tempo op de markt. Er bestaan echter veel nagemaakte producten, aangeboden door bedrijven die niets weten van microbiologie of agronomie en toch allerlei voordelen claimen zonder dit te onderbouwen met enige wetenschappelijke onderzoeksgegevens voor productiegewassen.Lees verder onder de tabelControleZogenoemde ‘free riders’ (bedrijven die graag onder andermans paraplu meeliften) bieden vaak producten aan die meer dan twintig verschillende soorten bacteriën, gisten en schimmels bevatten. Ook vanwege de vage omschrijving als ‘bodemverbeterend middel’, is het moeilijk om de kwaliteit ervan te garanderen. De toediening van laagwaardige micro-organismen aan gewassen is gevaarlijk en niet alleen voor het eindresultaat. Dergelijke ‘snake oils’ zullen de gewasgroei niet verbeteren en plantschadelijke ziekten en plagen niet onder de economische schadedrempel houden. Wanneer het fermentatieproces onvoldoende wordt gecontroleeerd, kan dit bovendien resulteren in besmetting met ongewenste microben.Lees verder onder de fotoToepassen van biostimulanten door het strooien van korrels. - Foto: Van Assendelft FotografieMicrobiële biostimulanten zijn dus middelen die in de nabije toekomst normaal voorkomen in de gereedschapskisten van primaire producenten. Hun leveranciers moeten dan hoogwaardige en betrouwbare inoculanten garanderen. Door de opname van dergelijk levende organismen in bijvoorbeeld de biologische inputlijsten van de Skal, faalt de overheid in haar belangrijkste taak: het beschermen van de integriteit en transparantie van de voedingsleveringsketen tussen de telers en hun consumenten. VeiligheidGezien het toenemende gebruik van microbiële preparaten, dient het door de politiek beoogde voorzorgsbeginsel – absolute veiligheid voor mens, dier en milieu – vanzelfsprekend door de toeleveranciers te worden geborgd. Omdat inspectiediensten (nog) geen protocol bezitten voor het detecteren van ‘ongewenste’ micro-organismen en residuen ervan, ligt een ongeluk op de loer als onze nationale handhavingsdienst niet toekomt aan het adequaat toezicht houden op ‘free riders’. En ja, dan is er misschien toch reden om wat steviger te gaan ingrijpen.Risico’s van microbiële biostimulantenHoewel ze het label ‘volledig natuurlijk’ krijgen, bezitten microbiële preparaten gevaarlijke eigenschappen. Behalve dat sommige toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen ook giftige hulpstoffen bevaten, vrezen experts van de Europese veiligheidsautoriteit Efsa dat bepaalde micro-organismen (zoals de antagonistische bacterie Bacillus amyloliquefaciens stam MBI 600) resistentie kunnen opbouwen tegen veelgebruikte antibiotica.
Dode en levende micro-organismen zijn niet ongevaarlijk. Daarom moeten ze eveneens op hun veiligheid worden onderzocht. De meeste schimmelgifstoffen veroorzaken misselijkheid, buikpijn en braken. Sommige veroorzaken schade aan organen, zoals lever, nieren en zenuwbanen. De schimmel Aspergillus fumigatus, die onder meer voorkomt op tulpenbollen en inmiddels resistentie heeft opgebouwd tegen antibiotica vanwege het hoge gebruik aan azolen, vormt bijvoorbeeld een gezondheidsrisico voor mensen met een zwak gestel.
In sommige bedrijfstakken is de kans op blootstelling aan microben redelijk groot. Werken met bijvoorbeeld landbouwhuisdieren, in de gezondheidszorg, de schoonmaaksector, de afvalverwerkende industrie en de voedingsindustrie vormt een risico, maar ook laboratoria waar micro-organismen worden gekweekt of gediagnosticeerd. Het is daarom zaak risico’s te herkennen, preventieve maatregelen te nemen en te waarschuwen voor de gevolgen.
Gezien het toenemende gebruik van microbiële preparaten, ten behoeve van compostering (omzetting en vertering), symbiose (opname en transport), ziektewering (antagonisme) en zelfs insectenbestrijding (entomopathogeniteit), dient absolute veiligheid voor mens, dier en milieu vanzelfsprekend door de toeleveranciers te worden geborgd. Aangezien organische verontreinigingen, zoals poep en ongewenste microben, niet in te consumeren producten mogen voorkomen, wordt doorgaans getest op de aanwezigheid van E. coli. Hoewel deze bacterie op zichzelf niet zo schadelijk is, geeft het meer een signaal af dat er bijvoorbeeld vogelpoep of koeienstront op het product zit.
Wie in het Verre Oosten is geweest, heeft ervaren dat westerse bezoekers ziek worden van het lokale voedsel en drinkwater, terwijl de inheemse bevolking nergens last van heeft. Kennelijk is het een kwestie van gewenning, maar een besmetting met ongewenste organismen moet te allen tijde worden voorkomen.
De gevolgen van blootstelling variëren sterk: van beperkte luchtwegirritatie tot ernstige ziekten met dodelijke afloop. Soms treden de effecten, zoals infectie, allergie, vergiftiging, erfelijke afwijking of kanker, pas na een incubatietijd van enkele dagen op. Maar het kan zelfs jaren duren voordat een ziekte zich openbaart, zoals hepatitis C en de ziekte van Lyme.
Ziekmakende bacteriën kunnen ook voedselvergiftiging en voedselinfectie veroorzaken. De meest bekende zijn: Salmonella, Campylobacter, Listeria monocytogenes, Bacillus cereus, Clostridium botulinum, Clostridium perfringens en Staphylococcus aureus. De laatste twee zorgen jaarlijks voor de meeste ziektegevallen maar de symptomen zijn vaak mild, terwijl de klachten die Campylobacter en Salmonella veroorzaken vaak ernstiger zijn. Zo kan Listeria monocytogenes een miskraam en hersenvliesontsteking veroorzaken. Clostridium botulinum kan het zeer giftige botuline produceren, wat tot verlammingsverschijnselen kan leiden.Lees ook: Vrijheid blijheid voor biostimulanten voorbij

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.