Waterkwaliteit onder derogatiebedrijven verder verbeterd

De waterkwaliteit van het bovenste grondwater voldeed in 2024 en 2025 onder derogatiebedrijven op alle grondsoorten ruimschoots aan de norm van 50 mg nitraat per liter. Foto: Jan Willem Schouten



De waterkwaliteit onder derogatiebedrijven is in 2025 verder verbeterd. Dat blijkt uit de derogatierapportage van het RIVM. In alle regio’s lag de nitraatconcentratie onder de norm van 50 milligram nitraat per liter. Volgens het RIVM komt de daling vooral door het natte weer, maar speelt minder mestgebruik ook een rol.

Uit de voorlopige cijfers voor 2025 blijkt dat de nitraatconcentraties onder derogatiebedrijven verder zijn gedaald ten opzichte van 2024. In de meest gevoelige gebieden, regio Zand-zuid, werd onder derogatiebedrijven gemiddeld een nitraatgehalte gemeten van 20 milligram per liter. In regio Zand-noord kwam dit uit op 15 milligram per liter. Onder derogatiebedrijven op klei en veen werd een nitraatconcentratie gemeten van respectievelijk 8,5 en 4,3 milligram per liter uitspoelingswater van de wortelzone. Dat is ver onder de norm van 50 milligram per liter.

Alle gebieden voldoen gemiddeld aan nitraatnorm

In 2024 lagen de definitieve nitraatconcentraties ook ruim onder de norm van 50 milligram nitraat per liter. Met 5,6 milligram per liter lag de nitraatconcentratie bij derogatiebedrijven op veen het laagst, gevolgd door bedrijven op kleigrond met 11 milligram per liter. Derogatiebedrijven op zand scoren met 17 milligram per liter in Zand-noord en 22 milligram per liter in Zand-midden en -zuid ook ruim onder de norm. Op löss ligt de nitraatconcentratie onder derogatiebedrijven met 36 milligram per liter het hoogst, maar nog altijd ruim onder de norm die de nitraatrichtlijn voorschrijft. Hoewel de norm gemiddeld wordt gehaald, zijn er nog wel individuele bedrijven waar de norm wordt overschreden. In de lössregio ging dit om 12% van de bedrijven. In regio Zand-midden en -zuid was de nitraatconcentratie bij een op de tien bedrijven hoger dan de norm van 50 milligram per liter. Op Zand-noord en klei overschreed respectievelijk 4,1 en 3,4% de norm. Op veen voldeden alle bedrijven aan de norm.

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Gemiddeld gebruikten derogatiebedrijven in het derogatiemeetnet 198 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare in 2024, blijkt uit de derogatierapportage. Dat varieerde van 192 kilo in Zand-midden en -zuid tot gemiddeld 204 kilo N per hectare in de kleiregio. Daarnaast werd gemiddeld 126 kilo N per hectare aan kunstmest toegediend. In totaal werd er daarmee, rekening houdend met de werkingscoëfficiënt van dierlijke mest, 222 kilo N per hectare gebruikt.

Minder nutriënten in gewassen

De gewasopbrengst was voor grasland gemiddeld 9.600 kilo droge stof per hectare, iets lager dan het meerjarig gemiddelde van 9.700 kilo droge stof per hectare. De hoeveelheid stikstof en fosfor die in het gras zat, was echter nooit eerder zo laag: 226 kilo N en 32 kilo P per hectare aan gewasopbrengst. De onderzoekers gaan ervan uit dat dit komt door het natte voorjaar en de lagere bemesting. Hoewel de jaarlijkse verschillen sterk schommelen, is er sinds 2006 een dalende trend te zien in gewasopbrengst, zowel als wordt gekeken naar droge stof als naar stikstof en fosfor. In dezelfde periode neemt de opbrengst van snijmais juist toe als wordt gekeken naar drogestofopbrengst per hectare, terwijl er daarin minder stikstof en fosfor zit.

2025 was het laatste jaar dat boeren gebruik konden maken van derogatie om meer stikstof uit dierlijke mest toe te dienen dan de standaardnorm van 170 kilo N per hectare. In 2025 deden nog 14.101 bedrijven mee met derogatie, met in totaal 667.805 hectare grond, waarvan 586.975 hectare grasland.


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.