Waarom er volop toekomst is voor Duits kalfsvlees

Foto: Hans Prinsen
Duitsland is netto-importeur van kalfsvlees. Het land ziet volop kansen voor de toekomst voor de eigen sector. Daarbij wordt een marketingstrijd tegen Nederlands vlees niet geschuwd.Als een van de grootste afnemers van Nederlands kalfsvlees heeft Duitsland ook een stevige eigen kalversector. Het land telt circa 350 vleeskalverhouderijen die op jaarbasis zo’n 320.000 kalveren aan de Duitse slachterijen leveren. Voor een groot deel kent de sector een integratiestructuur naar Nederlands model met bedrijven die slachterijen en voerfabrieken hebben en kalverstallen onder contract. Daarnaast hebben slachterijen kalverstallen in eigendom met daarop de kalverhouder als bedrijfsleider. Verder zijn er zo’n 25.000 tot 30.000 vrije kalverplaatsen. De bedrijfsomvang ligt redelijk vast, zo’n 1.000 kalveren per bedrijf. Grotere stallen zijn in Duitsland regelgevingtechnisch vrijwel niet te realiseren op één locatie. Het rantsoen van de kalveren bestaat vooral uit poedermelk en krachtvoer met stro. Ook vloeibare grondstoffen of losse grondstoffen, aangevuld met vloeibaar vet worden toegepast.Sterke concentratie kalversectorEen klein aantal partijen domineert de Duitse kalversector. Twee daarvan, Bahlmann en Brüninghoff, hebben samen een groot deel van de markt in handen. Beide bedrijven hebben een slachterij en slachten ook voor andere marktpartijen. Zo slacht Bahlmann onder andere de kalveren die onder contract van Denkavit staan. De Duitse kalfsvleesmarkt wordt gedomineerd door drie slachterijen met voornamelijk een integratievorm. Nieuwe partijen treden nauwelijks toe in de kalfsvleeshandel.Meeste kalverhouderijen in Noordwest-DuitslandDe kalverhouderijen zijn sterk geconcentreerd in het Noordwesten van het land. De meeste bedrijven zijn gesitueerd in het noorden van de deelstaat Noordrijn-Westfalen en in het westen van Nedersaksen. Dat is van oudsher ook het gebied met veel melkveebedrijven, zodat de transportafstanden van kalveren kort zijn. De kalveren mogen net als in Nederland niet jonger dan 14 dagen het geboortebedrijf verlaten. In de praktijk worden de kalveren rond de 21 dagen verhandeld. In de zuidelijke deelstaten Beieren en Baden-Württemberg zijn nog wel kalverhouderijen, maar dat aantal loopt volgens het Bundesverband der Kälbermäster rap terug. De bedrijven zijn kleinschaliger en traditioneel gelieerd aan zelfslachtende slagers. Daar komt bij dat Zuid-Duitsland nog een sterke vleesstierensector kent voor het mesten van Fleckvieh en kruislingen. Voor Duitsland geldt dat alleen vlees van kalveren onder de 8 maanden als kalfsvlees geldt. Tussen de 8 en 12 maanden is sprake van jong rund; met 16.000 slachtingen bij grote slachterijen is dat maar een zeer kleine tak.Het aantal kalverslachtingen ligt de laatste tien jaar rond de 320.000 en zal de komende jaren nauwelijks veranderen. Uitbreiding is vrijwel onmogelijk.Strakke controle op verboden stoffen, dierenwelzijn en diergezondheidDe kalversector beschikt met de Kontrollgemeinschaft Deutsches Kalbfleisch (KDK) over een eigen controleprogramma dat valt onder het kwaliteitssysteem QS – Quality and Security GmbH. Er zijn 341 kalverhouderijen gecertificeerd. Elk koppel kalveren wordt minimaal één keer onderzocht op verboden stoffen. Daarnaast wordt steekproefsgewijs op 10% van de koppels een tweede ronde uitgevoerd en bij 1 tot 2% een derde controle. Naast controle op verboden stoffen gelden de controles ook voor dierenwelzijn en diergezondheid. Niet alleen de kalverhouders, maar ook voerleveranciers, slachterijen en verwerkers vallen onder de eisen van QS. Duitsland werkt aan een reductie van het antibioticagebruik. Voor de veehouderijsectoren geldt een monitoringssysteem waar nog geen onderscheid wordt gemaakt tussen fokkalveren en vleeskalveren.De Duitse kalverhouderij zet vol in op 5-D: in Duitsland geboren, gehouden, geslacht, versneden en verwerkt. - Foto's: Hans PrinsenDuitse strijd tegen Nederlands kalfsvleesVolgens cijfers van het Duitse statistiekbureau Destatis importeert Duitsland een kleine 90.000 ton rund- en kalfsvlees uit Nederland. Hoe groot het aandeel kalfsvlees hierin is, is niet bekend. Kalfsvlees wordt in Europese cijfers namelijk onder rundvlees geschaard. De Nederlandse slachterijen VanDrie Group en Vitelco zijn actief op de Duitse markt en stonden afgelopen half jaar met een special in het Duitse blad Fleischmagazine. Vanuit Duitse ondernemingen wordt aangegeven dat Nederland zich sterk op de markt profileert om de afzetmarkt te vergroten.Tegelijkertijd zet de Duitse kalversector de aanval in. Tijdens de jaarvergadering van het Bundesverband der Kälbermäster gaf het KDK aan dit jaar te starten met een grootscheepse marketingcampagne, daarvoor is de afgelopen twee jaar geld ingezameld. Insteek van de campagne is het verhaal achter het vlees. De focus komt op 5-D te liggen: in Duitsland geboren, gehouden, geslacht, versneden en verwerkt. De afgelopen jaren is de 3-D of 5-D minder belangrijk voor de Duitse consument geworden, maar na recente Europese vleesschandalen is er toch weer meer belangstelling voor Duits geproduceerd product.Naast de herkomstcampagne zet de Duitse sector in op kwaliteit en toepassingen van het vlees. Traditioneel wordt kalfsvlees vers verkocht bij slager en supermarkt. Nadeel is dat verpakt vers vlees beperkt houdbaar is. Reden om meer in te steken op vacuümverpakkingen, met als bijkomend voordeel dat vlees in die verpakkingen narijpt.Duitse kalverhouders hebben weinig ontwikkelingsmogelijkheden door milieuregels. Naast ammoniakreductie moeten bedrijven ook geurmaatregelen nemen, bijvoorbeeld met een afvangpakket.Afzet kalfsvlees positief, maar strenge regelsMet een zelfvoorzieningsgraad van 50% en een licht toenemende consumptie ziet het er voor de Duitse kalverhouderij niet slecht uit. De toename in consumptie gaat vooral ten koste van varkensvlees. De insteek van lekker en snel te bereiden helpt de verkoop. Daarnaast speelt de vleeshandel actief in op de groeiende grilltoepassingen. Lees ook het interview met Jens Bahlmann van Bahlmann Kalbfleisch: Steeds meer consumenten kiezen voor kwaliteitsvlees'Groeimogelijkheden zijn er voor de kalverhouderij nauwelijks. Regelgeving en vergunningverlening zijn mogelijk nog lastiger dan in Nederland, mede doordat elke deelstaat een eigen interpretatie van de landelijke wetgeving heeft en daarin ook strenger kan zijn dan de landelijke regelgeving. Zo is het verplaatsen of nieuw vestigen van een bedrijf vrijwel onmogelijk. De eisen op dierenwelzijnsgebied worden rap aangescherpt. Voor bestaande stallen geldt een oppervlakte-eis van 1,8 vierkante meter per kalf. Bij nieuwbouw eist de overheid 2 vierkante meter en moet de stal worden uitgevoerd met roosters met een rubber toplaag.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









