‘Waar blijven de Basf’s en Agrico‘s?’

Foto: Dock35/Jan Willem Stad
Precisielandbouw gaat zorgen voor verdere verfijning van teeltmaatregelen. Eddie Loonstra vindt dat – voor flinke stappen voorwaarts – grote bedrijven meer agronomische kennis zouden moeten ontwikkelen.Eddie Loonstra is het oneens met die cynici over precisielandbouw, die menen dat de akkerbouw in Nederland al zo secuur is, dat verdere verfijning van teeltmaatregelen met precisietechnieken weinig zin heeft. Dat deze maatregelen in aanleg te duur zijn om weer te worden terugverdiend. “Wie dat zegt, vergist zich. Toepassingen van precisielandbouw lopen door, er komt meer en het gebruik ervan wordt eenvoudiger”, zegt hij. “Inderdaad zijn in de akkerbouw de marges smal, en moet je als boer ook qua kosten op het scherp van de snede telen. Maar als je juist steeds minder mag bemesten of spuiten, moet je wat je wél mag, juist steeds slimmer inzetten. Dat hoeft dan wat mij betreft niet per se met precisielandbouw, maar waarom niet, als de mogelijkheden er zijn?”Eddie Loonstra (50), Noordbroek (Gr.). Bedrijf: Chilopod, en bodemkartering E.H. Loonstra. Functie: directeur/eigenaar. - Foto Jan Willem van Vliet.ChilopodEddie Loonstra is specialist precisielandbouw. Hij is als ondernemer actief in advisering over bodemsensorsystemen en cartografie, opzetten projecten op het snijvlak van wetenschap en praktijk. Zijn activiteit is hoogwaardige kennis van bodems inzetten voor praktische en effectieve teeltmaatregelen.Onder de naam Chilopod (duizendpoot) houdt hij zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe toepassingen in akkerbouw, bodemkunde en zorg op basis van ict- en sensortechnologie. Op dit vlak is Chilopod de voortzetting van de Soil Company die in 2013 failliet ging. Voor het karteren werkt hij onder zijn eigen naam: E.H. Loonstra.Geen rocket scienceLoonstra is al jaren actief in de precisielandbouw. Eerst als directeur/eigenaar van The Soil Company, sinds het faillissement in 2013 zet hij de onderneming onder eigen naam voort. Hij produceert digitale bodemkaarten met een sensor die de straling in de bodem meet.Elementen in de bodem vallen uiteen, legt hij uit, en daarbij komen verschillende soorten straling vrij. De gammastraling is een maat voor de textuur. “Je kunt er heel nauwkeurig mee zien welke materialen in de grond zitten. Feitelijk reken je de informatie uit de scanner om naar percentages klei en zand. Met The Soil Company hebben we indertijd een hele bibliotheek opgebouwd van hoe dat werkt. Daarbij hoort ook de relatie met hoeveel nutriënten in de bodem zitten. We weten nu betrouwbaar hoe het werkt. Het is geen rocket science meer.”Is dit een beter systeem om bodemkaarten te maken dan de Veris Scan of de Dualem EC?“Dat kun je zo een, twee, drie niet zeggen. Veris en Dualem zijn allebei gebaseerd op geleidbaarheid van grond. Ze reageren op water, klei en zout, de geleidende elementen. Dat kan goed gaan, maar je hebt wel de onzekerheid over wat je precies meet. Het maakt bij dergelijke sensorsystemen nogal uit of je een natte of een droge bodem meet; nat geeft een betere geleiding. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, zolang je wat je meet, maar toetst aan wat je al weet. Ook met mijn gammasensor meet je niet direct percentages klei en zand.”Voor wie zijn bodemscans interessant?“Voor iedereen met bonte percelen en teelt die daarop reageert. Overal in het Deltagebied, Zeeland, Wieringermeerpolder, de kust van Groningen en Friesland, de Veenkoloniën, achter Steenwijk, de Biesbosch is geweldig. In Flevoland zijn de gronden erg uniform, daar heb je niet veel te zoeken, afgezien van wat hoekjes rond Dronten.”‘Scans zijn nuttig voor bonte percelen. Die zijn overal behalve in Flevoland; de Biesbosch is geweldig.’“In de veehouderij worden niet veel percelen gekarteerd. Daar is nog geen toepassing die hout snijdt. Ik praat wel in de veehouderij, maar als je daar nut en noodzaak tegen de kosten afzet, moet je je afvragen of het daar zin heeft. Misschien voor variabel bekalken.”Maar ook in de akkerbouw geldt de afweging van kosten en baten. “Het gaat om het optimaliseren van de teelt voor een goede boterham”, zegt Loonstra. “Bij variabel bekalken kom je wel uit de kosten van de bodemscan, dat kan in de regel wel uit. Voor stikstof overbemesten wordt het verhaal al wat moeilijker. Als je kijkt naar de bemestingseffectcurve in aardappelen, is spelen met stikstof eigenlijk flauwekul. De onzekere factor blijft ook altijd de stikstofmineralisatie in het groeiseizoen. In de tweede fase van de groeicurve is trouwens kali belangrijker dan stikstof. Doe daar dan wat mee. Maar dat is weer lastig. Kali is alleen een probleem als het droog is. Anders haalt de plant het zelf wel. Maar goed, je kunt alvast de droge plekken identificeren. Bijvoorbeeld de zandkoppen eruit halen. Daar is het risico op droogte het grootst.”Denkt u dat er in principe genoeg interesse voor precisielandbouw?“Ik denk het wel. Je moet wel bij de boer de juiste snaar raken. Hij moet het kunnen toepassen, zelf of via zijn loonbedrijf. Om dat te bereiken, is wel hulp nodig. Hij gaat geen kaarten zitten bekijken puur om het bekijken. Men wil duiding daarvoor en praktisch advies over de uitvoering. Wij zitten soms 2,5 uur met mensen aan tafel.
Wat nu aan de orde is, is de vierde grote belangrijke ontwikkelingen in precisielandbouw. Het begon in de jaren 90 met de opbrengstmeting op de combine. Rond 2000 kwam de Yarasensor. Toen kwamen ook de karteringsbedrijven zoals het mijne op. Een volgende ontwikkeling was RTK. Men ging vooral massaal rechtrijden met behulp van RTK; in zeer geringe mate werd het voor variabel doseren gebruikt.”‘Er is weer interesse voor deze thematiek’“Toen kwam de crisis. Nu zie je dat men het weer oppakt. Er is weer interesse voor deze thematiek. Het ministerie van landbouw komt met de verschillende proeftuinen voor precisielandbouw. En er wordt ook veel gepushed door grote partijen als Agrifirm.”Komt na de kleine kopgroep nu het peloton?“Eerste waren er de pioniers, de kopgroep. Nu zijn we bij mensen over de vloer die daar net achter zitten. Dat zijn ook koplopers, het peloton doet nog niet mee. Ik hoor niet van loonwerkers dat ze overspoeld worden met vragen van boeren die iets met een taakkaart willen. Het loopt nog geen storm.”Wat is nodig?“Het plaatje is nog niet compleet. De agronomische kant doet nog niet mee. Het begint aan de voorkant. Als je variabel wilt gaan poten, dan is daar kennis van rassen voor nodig, over wat die onder verschillende bodemomstandigheden doen. Ik zie te weinig herrie bij de aardappelhandelshuizen. Die doen niet mee. Ze staan erbij en kijken ernaar. Ook giganten als Basf en Monsanto zijn in dit opzicht nog niet nadrukkelijk aanwezig. Boeren zouden er best baat bij hebben als van die kant meer gedetailleerde informatie kwam over hoe bijvoorbeeld het herbicide Stomp kan werken in verschillende situatie op zand en klei en alles daartussen. Wat doet het met resistentie als je gaat variëren?”‘De voortgang in de precisielandbouw zal van de kant van de akkerbouwer blijven komen’“Kunstmestproducenten doen ook niks. Yara trouwens wel, ik moet zeggen dat zij met de N-sensor hebben bewezen dat in tarwe 1 à 1,5% meeropbrengst mogelijk is. Ik verwacht dat in de akkerbouw de voortgang in de precisielandbouw van de kant van de akkerbouwer zal blijven komen. Ik verwacht van de industrie niet zoveel. Het water zal bij hen wel echt aan de lippen moeten staan, om in beweging te komen. Mijn klanten zouden graag zien dat de Agrico’s en de Bayers zich wat meer betrokken zouden tonen bij precisielandbouw.”Welke rol ziet u weggelegd voor toeleveranciers als CZAV, Agrifirm en Van Iperen?“Agrifirm speelt een goede rol in de verspreiding van het plaatsspecifiek bekalken op basis van een Veris scan. Dat systeem werkt goed. Maar 17 jaar subsidies richting Agrifm heeft weinig meer opgeleverd dan dat je kunt vaststellen dat Agrifirm wel heel goede contacten heeft met mensen die innovatiesubsidiers verstrekken, zoals de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschapij (NOM).“Agrifim heeft een goed netwerk, dat spreekt financiers aan. Echter de kennis zit bij de producent. In plaats van dat ze zelf precisietoepassingen gaan ontwikkelen, kunnen ze beter de goede contacten benutten om namens kun klanten de toeleveranciers te vragen meer te doen aan de agronomische kant van precisielandbouw. Ik heb het nu niet alleen over alleen Agrifim, maar over gelijksoortige bedrijven.”‘Agrifim heeft een goed netwerk, maar de kennis zit bij de producent’“Voor de toekomst zie ik nog ontwikkelingen in real time-toepassingen. Zeg maar vóór de trekker met een sensor waarnemen en achter de trekker meteen plaatsspecifiek reageren. Strooien, spuiten of onkruid wieden of iets dergelijks. Maar dat is heel moeilijk, in die zin dat er geen afweging van de vakman meer tussenzit, geen moment om te kijken naar hoe een taakkaart eruit ziet, en daar iets van vinden of zelfs aanpassen. Dan moet de boer de beslissing van de variatie in bewerking wel durven loslaten.”“Real time variabel poten zou bijvoorbeeld goed kunnen. Voorop de pootcombinatie de zwaarte van de grond bepalen en meteen aan de achterkant de variatie in pootafstand aanbrengen. Dat kan werken in grote akkerbouwgebieden in Europa of elders de wereld, waar kartering van de bodem prijstechnisch niet aan de orde is. Daar kun je niet anders dan real time werken.”“Daarom zie ik het niet als een concurrent voor digitale bodemkartering. Hier in Nederland heb ik voorlopig nog werk genoeg. De markt is in potentie groot. Als van 800.000 hectare landbouwgrond in Nederland pakweg 400.000 hectare de moeite van scannen waard zou zijn, dan heb ik nog wel wat te doen. Afgelopen 17 jaar heb ik, ook met The Soil Company, 17.000 hectare gedaan. Genoeg te doen voorlopig, ook al ben ik niet de enige op de markt.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









