Vrijloopkraamhokken kunnen zich meten met gangbare hokken
Vrijloopkraamhokken presteren net zo goed als gangbare hokken. Zeugen met goede moedereigenschappen en vakmanschap zijn cruciaal voor succes en werkplezier.

De lacterende zeugen in de onderzoeksstal van Denkavit in Stoe. Na 27 zoogdagen wegen de biggen 8,35 kilo. Het speengewicht van de biggen na 27 zoogdagen is 8,35 kilo. – Foto: Ton Kastermans
Het is mogelijk met vrijloopkraamhokken technisch even goed te draaien als met gangbare kraamhokken. Dat was de belangrijkste conclusie op de kennismiddag over vrijloopkramen afgelopen week, georganiseerd door de voerfabrikanten Denkavit en Agruniek Rijnvallei. Het thema leeft onder varkenshouders, want de gastenruimte van de onderzoekstal van Denkavit zat vol.
Goed presteren met vrijloopkraamhokken vraagt echter om moederlijke zeugen, een toegespitst stal- en hokontwerp, en vakmanschap. Onderzoeker Chiara Lipori van Wageningen UR benadrukte het belang van de selectie van zeugen met goede moedereigenschappen. Uit haar onderzoek blijkt dat de kans op doodliggers bij zeugen met goede moedereigenschappen aanzienlijk lager is dan bij zeugen met minder goede eigenschappen. De verschillen in doodliggen en uitval tussen ‘goede’ en ‘mindere’ zeugen kunnen oplopen tot 8,5%, aldus Lipori.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









