‘Voor € 30 per week eet je in de EU je buik vol’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De EU werkt aan een nieuw landbouwbeleid. Voorzitter Jaap van Wenum van LTO-Akkerbouw vindt dat het GLB kansen biedt voor de Nederlandse akkerbouw.Het getouwtrek om het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2021--‘27 is begonnen in Brussel. Politici en belangenbehartigende organisaties slaan alvast hun piketpaaltjes voor de invulling van het nieuwe beleid. Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO-vakgroep Akkerbouw wil het GLB behouden, maar heeft wel enkele wensen wat betreft de invulling. “Geld uit het GLB moet onder andere worden besteed aan het bevorderen van innovatie, bodemgezondheid en precisielandbouw.”Jaap van Wenum (48) is sinds 2 februari 2016 voorzitter van LTO-vakgroep Akkerbouw. De akkerbouwer uit Kootwijkerbroek (Gld.) werkt al bijna 15 jaar voor LTO. - Foto: Koos GroenewoldWaarom zou de Nederlandse akkerbouw eigenlijk een Europees landbouwbeleid willen?“Die vraag stelt mijn achterban ook. Zonder landbouwbeleid heb je ook niet te maken met alle voorwaarden die Brussel stelt aan het verkrijgen van de toeslagen. Toch wil LTO het GLB behouden. Zonder GLB gaan veel lidstaten hun eigen landbouw steunen om het platteland leefbaar te houden. Nederland gaat dat niet doen. Dat betekent een minder gelijk speelveld voor de Nederlandse akkerbouw. Daarnaast biedt het GLB ook kansen voor de Nederlandse akkerbouwers.”Welke kansen ziet u?“We kunnen met het GLB inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. De maatschappij legt steeds meer nadruk op biodiversiteit en het realiseren van klimaatdoelen. Ook de akkerbouw ontkomt daar niet aan. Het valt niet mee om vanuit de markt daar inkomsten uit te realiseren. Dat kan gemakkelijker via het GLB. Daarnaast kan via het GLB worden geïnvesteerd in innovatie. De Nederlandse landbouw moet zich blijven ontwikkelen om te kunnen blijven concurreren op de wereldmarkt. Dat is van groot belang voor een exportland als Nederland.”Brussel doet landbouwHet landbouwbeleid is in de jaren zestig van de vorige eeuw overgeheveld van de lidstaten naar Brussel. Het doel is het bevorderen van voedselzekerheid, inkomensondersteuning voor boeren, marktordening en plattelandsontwikkeling. In het huidige landbouwbeleid (2014-2020) legt Brussel meer nadruk op vergroening en maatschappelijke dienstverlening. Het nieuwe landbouwbeleid gaat gelden van 2021 tot en met 2027. De regeringsleiders nemen in mei een besluit over de begroting, waarna het landbouwbeleid nader wordt ingevuld. Daarna gaan lidstaten, Europees Parlement en Europese Commissie praten (triloog) over een compromis. Het GLB verbruikt bijna 40% van het budget van de EU. Is het landbouwbeleid niet veel te duur?“Dat is een veelgehoord argument, maar het snijdt geen hout. Het landbouwbeleid is overgeheveld van de lidstaten naar de EU en kost maar zo’n 50 cent per dag per inwoner van de EU. Dat is niet veel. Zeker niet als je beseft dat voedsel in de EU goedkoop is. Voor € 30 per week kun je je buik rond eten. Maar het draagvlak voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt wel groter als het beleid duidelijke voordelen oplevert voor de biodiversiteit en meehelpt met het realiseren van klimaatdoelen.”‘EU-lidmaatschap kost maar zo’n 50 cent per dag per EU-inwoner. Dat is niet veel; voor € 30 per week kun je je buik rond eten’Wat zijn voor u de speerpunten in het nieuwe GLB?“Op de eerste plaats moeten boeren inkomsten kunnen genereren als ze een bijdrage leveren aan biodiversiteit en het halen van klimaatdoelen. Ik verwacht dat vergroening belangrijker wordt in het nieuwe GLB. Daarnaast moet het GLB meer mogelijkheden geven voor boeren om hun risico’s te verminderen. En geld uit het GLB moet ook worden besteed aan het bevorderen van innovatie, bodemgezondheid en precisielandbouw. Brancheorganisaties als de BO Akkerbouw moeten hierover kunnen beschikken.”Hoe is die inkomensvorming te realiseren?“Bij de vergroening denken we aan een soort puntensysteem. Hoe meer een boer bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatdoelen, des te meer punten krijgt hij. Dan kan een boer kiezen wat het beste bij zijn bedrijf past. In het huidige beleid kunnen bijvoorbeeld de graantelers in het Oldambt weinig met vanggewassen en de eisen voor gewasdiversificatie. Geef hen dan de mogelijkheid vergroeningspunten te realiseren door akkerranden aan te leggen. Een andere boer kan wellicht kiezen voor zonnepanelen op zijn dak, als klimaatmaatregel. Brussel kan ook belonen als een akkerbouwer kiest voor een bepaald percentage maaigewassen in zijn bouwplan of voor het gebruik van compost. Zo kan iedere boer in iedere lidstaat zelf kiezen welke vergroeningsmaatregelen het beste op zijn bedrijf passen, terwijl hij ook een bijdrage levert aan maatschappelijke doelen als biodiversiteit en tevens de bodemgezondheid verbetert.”‘Laat iedere boer in elke lidstaat zelf kiezen welke vergroeningsmaatregelen het beste op zijn bedrijf passen, en daarbij bijdragen aan biodiversiteit en bodemgezondheid’Ik constateer dat in Nederland de vergroening vooral uit vanggewassen bestaat. Dreigt dan geen eenzijdigheid in de hele EU wat betreft vergroening?“Niet als je het puntensysteem goed inricht. Nu hebben vanggewassen de voorkeur omdat dat de meeste Nederlandse boeren beter past dan akkerranden. Als we akkerranden belangrijker vinden dan vanggewassen, kan dat in het puntensysteem tot uiting komen.”Hoe kan het GLB de risico’s voor boeren verminderen?“De Brede Weersverzekering wordt al gesubsidieerd uit de tweede pijler van het GLB-budget. Dat wil LTO behouden. Daarnaast willen we dat boeren in het nieuwe beleid hun GLB-toeslagen fiscaal vriendelijk kunnen reserveren voor jaren dat het weer of de prijzen tegen zitten. LTO zoekt hier vooral steun voor in Duitsland en Frankrijk. Deze lidstaten zijn nog sterk gericht op inkomensondersteuning voor de boeren, maar zij beseffen ook dat het draagvlak daarvoor afneemt. Daar groeit het besef dat tegenover het budget voor het GLB een maatschappelijke prestatie moet staan.”Landbouwcommissaris Phil Hogan heeft aangegeven dat hij de nadere invulling van het beleid meer wil overlaten aan de lidstaten. Wat vindt u daarvan?“Dan dreigt het gevaar dat het speelveld nog ongelijker wordt. Andere lidstaten hebben meer de neiging hun boeren te steunen dan Nederland. Polen steunt nu al de bietenteelt en andere landen steunen de teelt van zetmeelaardappelen of eiwitgewassen. Dat doet Nederland allemaal niet. Gekoppelde steun moet helemaal worden afgeschaft. Wat dat betreft zie ik een renationalisatie van het landbouwbeleid niet zitten. Maar wat betreft de vergroening pleit ik juist wel voor een meer nationale invulling. In het huidige beleid zijn die regels gelijk van het uiterste noorden van Europa tot het zuiden van Italië. Ook moet de eis voor gewasdiversificatie uit het landbouwbeleid. Graantelers in het Oldambt kunnen er niet mee uit de voeten. Ook akkerbouwers die zich steeds meer specialiseren in één of twee gewassen, past dat niet. Op perceelsniveau wordt een gezonde vruchtwisseling aangehouden door grond te ruilen met andere boeren of door land te huren. Maar op bedrijfsniveau kun je door de specialisatie niet voldoen aan de eisen voor de gewasdiversificatie.”‘Gekoppelde steun moet helemaal worden afgeschaft’Wat wilt u nog meer veranderd zien in het nieuwe GLB?“Het budget van de tweede pijler wordt besteed via de provincies. Die eisen veel waarborgen om te voorkomen dat ze later geld moeten terug betalen aan Brussel. Maar daardoor is er een hele bureaucratie rondom het budget uit de tweede pijler. Bovendien hebben de provincies elk hun eigen beleid. Wat mij betreft wordt de verdeling van dit budget naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).”Wat moet er met het budget gebeuren?“Dat moet op zijn minst gelijk blijven. Dat wordt lastig, omdat Groot-Brittannië uiterlijk maart 2019 geen lid meer is terwijl het nu nog een nettobetaler is. En de lidstaten uit Oost-Europa willen een groter deel van het landbouwbudget ten koste van de lidstaten in West- en Noord-Europa.”U wilt een gelijk speelveld in de EU, zei u net. Dan past het toch ook dat de Oost-Europese landen hetzelfde bedrag per hectare aan toeslagen ontvangen dan West-Europa?“Dat is niet logisch. De grondprijzen en de kostprijzen zijn in Oost-Europa veel lager dan hier. Zij hebben daardoor minder toeslagen nodig om op hetzelfde inkomenspeil te komen als de West-Europese boeren.”Eén van de doelen in het landbouwbeleid is te zorgen dat de boeren een redelijk inkomen verdienen. Toch doet Brussel niks aan de huidige lage suikerprijs. Wat vindt u daarvan?“Ik ben tegen ondersteuning van marktprijzen. Suiker dat tijdelijk uit de markt is genomen moet ooit weer worden verkocht. Dergelijke voorraden blijven de markt verstoren, waardoor de crisis langer duurt. Bovendien zorgt marktondersteuning ervoor dat inefficiënte producenten in de EU overeind blijven. Daar heeft de Nederlandse akkerbouw geen baat bij. Ik zie liever dat binnen het GLB de teelt van eiwitgewassen wordt gestimuleerd. Daar heeft de Nederlandse akkerbouw op termijn meer aan.”‘Het is moeilijk om als landbouw met één stem te spreken in Brussel’Landbouwcommissaris Hogan klaagde eind vorig jaar dat hij weinig steun krijgt van boerenorganisaties. Dat maakt het moeilijker voor hem om in Brussel het maximale uit de onderhandelingen te halen. Voelt u zich aangesproken als belangenbehartiger?“Ja, ik voelde me aangesproken. Maar ik zeg er wel bij dat het lastig is om alle 28 lidstaten op één lijn te krijgen als het gaat om de landbouw. Landsbelangen kunnen verschillen. Dat maakt het moeilijk om als landbouw met één stem te spreken in Brussel.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.