‘Vergunning kan sneller en goedkoper’

Foto: Bert Jansen
Emissies worden op termijn niet vooraf berekend, maar continu gemeten en vastgelegd, stelt Backus.Vergunningverlening voor de veehouderij gaat op termijn veranderen, zegt Gé Backus, directeur van adviesbedrijf Connecting Agri&Food. Een vergunning wordt dan niet meer verleend op basis van middelvoorschriften, maar op basis van doelvoorschriften. Gé Backus (60) is directeur van kennis- en adviesbedrijf Connecting Agri & Food, in Uden (N-Br.). - foto: Bert JansenDit betekent dat een veehouder een bepaald aantal dieren mag houden, mits de werkelijke uitstoot van geur en ammoniak onder de afgesproken drempelwaarden blijft. Nu wordt vanachter een bureau berekend hoeveel geureenheden een (stal-)systeem heeft en hoeveel woningen als ‘geurgehinder’ zijn aan te merken. Die werkwijze is over enige jaren achterhaald, betoogt Backus. Ter voorbereiding op de toekomstige benadering brengt de Radboud Universiteit Nijmegen samen met Connecting Agri&Food de geurprofielen van diverse typen pluimvee- en varkensbedrijven in beeld.De onderzoekers meten stoffen als ammoniak, waterstofsulfide en vluchtige organische stoffen. Deze componenten bepalen samen hoe een bedrijf riekt. Waarom zouden veehouders en overheden dat willen?“Omdat het voor iedereen voordelen heeft, inclusief de burger. Een vergunningaanvraag kan zo veel sneller en goedkoper. Een veehouder die netjes werkt en in goede harmonie leeft met zijn buren kan aantonen dat hij onder de normen blijft en misschien wel ruim. Deze transparantie versterkt het vertrouwen tussen boer en burger.”“Als er ergens discussie is over stank en waar die vandaan komt, wordt het met deze methode inzichtelijk. In situaties waar de boer en zijn buurman met elkaar in onmin leven, kan het geurprofiel een aanleiding zijn weer in gesprek te gaan. De uitkomsten zijn concreet en bieden handvatten om geuroverlast te verminderen.”Door continu te meten, wordt zichtbaar in hoeverre een veehouder onder de norm blijft“Voor lokale overheden en handhavers heeft een doelgerichte aanpak ook voordelen. Zij moeten voor burgers regelen dat ze geen overmatige overlast ervaren. Vergunningverlening op basis van geurcalculatie heeft beperkingen. De geuremissie verandert bijvoorbeeld naarmate vleeskuikens ouder zijn.”“Ook de hygiëne en het bedrijfsmanagement bepalen de reuk. Als een varkenshouder bijvoorbeeld mest overpompt, heeft dat tijdelijk veel effect op de emissies. Door continu te meten, wordt zichtbaar in hoeverre een veehouder onder de norm blijft.” “In het Rijnmondgebied is handhaving op basis van doelvoorschriften al jaren gemeengoed. Ik weet van meerdere gemeentelijke en provinciale bestuurders dat zij dit voor de landbouw ook graag willen. Ze hebben namelijk veel belangstelling voor ons geurproject.”Geen toekomstmuziek dus?“Nee, absoluut niet. Ik ga er zelfs vanuit dat in 2020 de eerste gemeente gaat starten met een schaduwhandhaving van veehouderijemissies. Ze denken al druk na over een de aanleg van een meetnetwerk voor geur- en ammoniakemissies uit de veehouderij.”Is voor boeren betaalbare meettechniek beschikbaar?“Deels wel. Voor enkele honderden euro’s is een sensor beschikbaar om waterstofsulfide te meten. Voor ammoniak en vluchtige organische stoffen is het nog niet zover. Zowel in relatie tot geur- als stikstofemissie is het belangrijk dat de ammoniakwaarde precies wordt gevolgd.”“Feit is dat de ontwikkelingen in sensortechnologie razendsnel gaan. Ieder kwartaal komen er betere sensoren op de markt, tegen lagere prijzen. Op de techniek zal continue monitoring van emissies dus niet vastlopen.”Maar misschien op fraudegevoeligheid?“Dat is een punt waar de overheid zich over moet buigen. Met de sensoren an sich is moeilijk te sjoemelen, hooguit met de plaats waar ze hangen. Datamanipulatie moet voorkomen worden. Dat kan ook. Een ervaren handhaver zal het opmerken als waarden er niet logisch uitzien en daar vragen over stellen aan de veehouder.” “Als extra slot op de deur is het denkbaar om met een mobiele unit steekproeven te doen om te meten of de emissies onder de afgesproken drempelwaarden blijven. Op handhaving hoeft het volgens mij niet vast te lopen.”Wat kan een boer doen om emissies te beperken?“Voorbeelden zijn een goed stalklimaat, een schoon bedrijf en schone stallen, het voerregime en de wijze van mestopslag en -bewerking. Mest heeft veel invloed op emissies.”Hoe gaat het nu verder?“We gaan deze maand nieuwe geurmonsters nemen op een aantal veehouderijen. De eerste geurprofielen zijn nog indicatief. We willen geurprofielen per bedrijf. Een gouden standaard bestaat niet. Wel maken geurprofielen het mogelijk om oorzaken meer bedrijfsspecifiek en (kosten-)efficiënt aan te pakken.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









