Verbetering waterkwaliteit door verlaging bodemoverschot stikstof en fosfaat

Wageningen - Het gericht verbeteren van waterkwaliteit op melkveebedrijven vraagt vooral om verlaging van het bodemoverschot stikstof en fosfaat.Dat wordt bereikt door het mineralenmanagement in de hele keten te verbeteren, op gebied van voeding, bodemgebruik en bemesting. Dat meldt Wageningen UR Livestock Research in het rapport Implementatie Kaderrichtlijn water op melkveebedrijven.
Voor agrarische gebieden met een onvoldoende chemische en ecologische waterkwaliteit moet een extra inspanning worden verricht om emissies van nutriënten, zware metalen en residuen van bestrijdingsmiddelen richting grond- en oppervlaktewater te verlagen. Dit is nodig om te voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Als alternatief voor het opleggen van generieke maatregelen is in het project Landbouw Centraal een systematiek getest, waarbij gebiedspartijen samen bepalen hoe de gewenste verbetering kosteneffectief gerealiseerd dient te worden.
In totaal hebben 64 melkveebedrijven aan het project deelgenomen verdeeld over zeven pilotgebieden, waarvan twee in Noordoost-Nederland en vijf in Zuidoost-Nederland. Na een inventarisatie hebben bedrijfsadviseurs actieplannen opgesteld. Speerpunten bleken voeding, bemesting, meststoffen, vruchtwisseling, vanggewas, gewasbescherming, erfafspoeling en voetbaden en drainage.
Een verbetering van de waterkwaliteit bleek vooral te vragen om een verlaging van het bodemoverschot stikstof en fosfaat. Het effect van maatregelen op de nutriëntenbelasting van grond- en oppervlaktewater op korte termijn is volgens de onderzoekers moeilijk meetbaar. Daarom werd een mineralenbalans opgesteld om het milieutechnische en bedrijfseconomische effect van de maatregelen te kwantificeren.
Aangezien de directe belasting van het oppervlaktewater (erf en perceelsafspoeling) op de bedrijven relatief gering was, ging de meeste aandacht uit naar een efficiënter mineralengebruik. Het opstellen van een landbouwkundig bemestingsplan is breed opgepakt en daardoor werd gerichter bemest. Door de meeste deelnemers werd de bedrijfsspecifieke excretie (BEX) berekend om de voeding te optimaliseren.Op het gebied van graslandvernieuwing, vruchtwisseling en het telen van een vanggewas is nog winst te boeken. Vooral het telen van een geslaagd vanggewas wordt door een relatief late oogst van snijmais lastig gevonden. Vermindering van tenminste 10 procent stikstof- en 20 procent fosfaatemissie richting grond- en oppervlaktewater zou volgens de onderzoekers haalbaar moeten zijn zonder dat dit het economisch bedrijfsresultaat schaadt. De kosten lijken daarmee zelfs verlaagd te kunnen worden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









